ECLI:NL:HR:2022:692

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2022
Publicatiedatum
13 mei 2022
Zaaknummer
20/03992
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 lid 1 WVW 1994Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 11 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak verlaten plaats ongeval volgens artikel 7 lid 1 WVW 1994

In deze zaak stond de verdachte terecht voor het verlaten van de plaats van een ongeval, in strijd met artikel 7 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Na een arrest van het gerechtshof Den Haag werd cassatieberoep ingesteld door de verdachte, die tevens herhaalde verzoeken deed om een getuige van het ongeval te horen.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij wees de Hoge Raad op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, dat bepaalt dat de Hoge Raad niet hoeft te motiveren waarom hij tot zijn oordeel komt indien het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep werd verworpen en de eerdere uitspraak van het gerechtshof bleef in stand. Hiermee werd ook het herhaalde verzoek om een getuige te horen afgewezen, waarmee de procedure werd afgesloten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03992
Datum17 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 december 2020, nummer 22-005305-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Tamas, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 mei 2022.