Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Toeslagen 2015 en 2016
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 september 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen John Crane Holland B.V. en een gewezen werknemer over de indexatie van het pensioen na beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst met pensioenverzekeraar Zwitserleven per 1 januari 2016.
De werknemer was deelnemer aan een eindloonregeling met een voorwaardelijke indexatiebepaling, waarbij toeslagen afhankelijk waren van beschikbare middelen zoals kwantumkortingen en winstdelingen. Na beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst vielen deze bronnen grotendeels weg, waardoor het indexatieperspectief verslechterde.
De werknemer vorderde dat John Crane zodanige afspraken zou maken met een pensioenuitvoerder dat de indexatie vanaf 1 januari 2015/2016 zou plaatsvinden alsof de oude regeling ongewijzigd was voortgezet. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof stelde de werknemer in het gelijk en veroordeelde John Crane tot het treffen van passende maatregelen om het verslechterde indexatieperspectief te compenseren.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat John Crane op grond van redelijkheid en billijkheid gehouden is het verslechterde indexatieperspectief te compenseren, zonder dat dit een resultaatsverbintenis inhoudt of het voorwaardelijke karakter van het indexatierecht miskent. Het beroep van John Crane wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat John Crane gehouden is het verslechterde indexatieperspectief van de werknemer te compenseren.