Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de middelen
In zaak 22/03598
4.Beslissingen
17 november 2023.
Hoge Raad
Partijen zijn in 1992 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van vermogensgemeenschap, behalve voor beperkte gemeenschap van de echtelijke woning en eventueel vakantiehuis. Na echtscheiding in 2014 ontstond een geschil over partneralimentatie, pensioenverevening en afwikkeling van huwelijkse voorwaarden.
De man bouwde pensioen op bij PMT en in eigen beheer via een Beheermaatschappij. Het hof Arnhem-Leeuwarden bepaalde onder meer een lagere partneralimentatie en wees verzoeken van de vrouw om aanvullende financiële stukken af. De vrouw vroeg heropening van het debat wegens nieuwe feiten en bedrog, wat het hof weigerde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte aannam dat de vrouw haar verzoek om stukken niet handhaafde zonder dit nader te onderzoeken. Tevens moet het hof de vrouw gelegenheid geven haar stelling van bedrog toe te lichten. Verder verduidelijkt de Hoge Raad dat bij pensioenverevening moet worden uitgegaan van de aanspraak volgens reglementaire opbouw, niet slechts van gefinancierde aanspraken. Het hof moet ook motiveren waarom het addendum op de pensioenovereenkomst niet leidt tot vermindering van reeds opgebouwde aanspraken.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het hof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.