Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 december 2023.
Hoge Raad
Betrokkene kreeg op 17 juni 2023 een crisismaatregel opgelegd. De officier van justitie verzocht op 19 juni 2023 om machtiging tot voortzetting van deze maatregel. Tijdens de zitting op 22 juni 2023 voerde de advocaat van betrokkene wilsbekwaam verzet aan, stellende dat uit de medische verklaring niet bleek dat betrokkene wilsonbekwaam was en dat de wettelijke uitzonderingssituaties niet aanwezig waren.
De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting en oordeelde dat ondanks het ontbreken van een medische verklaring over wilsbekwaamheid, de spoedeisendheid en de medische symptomen voldoende waren om zonder aanvullend deskundigenonderzoek te beslissen. De rechtbank volgde daarmee het advies van de landelijke expertgroep verplichte zorg.
In cassatie klaagt betrokkene dat de rechtbank ten onrechte zelf oordeelde over de wilsbekwaamheid zonder deskundigenverklaring, terwijl de wet voorschrijft dat dit door een deskundige moet worden vastgesteld. De Hoge Raad stelt dat de rechtbank niet bevoegd was de machtiging te verlenen zonder een deskundigenonderzoek, ook al geldt een beslistermijn van drie dagen zonder verlengingsmogelijkheid.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van 22 juni 2023 en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van de juiste procedure omtrent wilsbekwaamheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor beoordeling met deskundigenonderzoek naar wilsbekwaamheid.