Conclusie
verweerder in cassatie,
Parket bij de Hoge Raad
In deze Wvggz-zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 22 januari 2024 een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden aan betrokkene. Deze machtiging verviel echter van rechtswege door het verstrijken van de verlengde beslistermijn. In cassatie werd met succes aangevoerd dat de rechtbank slechts een zorgmachtiging voor maximaal zes maanden had kunnen verlenen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, L.M. Coenraad, concludeert dat de Hoge Raad de zaak zelf kan afdoen. De conclusie stelt dat de formulering in artikel 6:6 lid 2 Wvggz verduidelijking behoeft, vooral in gevallen van verlenging van de beslistermijn. De rechtbank had de beslistermijn met drie weken verlengd, maar heeft niet tijdig beslist, waardoor de zorgmachtiging verviel. De Hoge Raad kan de zorgmachtiging nu beperken tot maximaal zes maanden, tot en met 20 augustus 2025.