ECLI:NL:PHR:2000:AA8424
Parket bij de Hoge Raad
- Van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gecombineerde aanslag inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam die een aanslag inkomstenbelasting heeft verminderd. De belanghebbende woonde sinds 1992 in België en had een gecombineerde aanslag ontvangen voor inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen. De Inspecteur had de aftrek van beroepskosten geschrapt en een aanslag opgelegd met toepassing van het tarief voor buitenlandse belastingplichtigen.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de Inspecteur binnen een gecombineerde aanslag inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen interne compensatie mag toepassen, dan wel aanslagen mag omzetten. De Hoge Raad stelt dat de gecombineerde aanslag materieel uit zelfstandige onderdelen bestaat die elk hun eigen karakter behouden. Omzetting van een aanslag inkomstenbelasting in een premieheffing of omgekeerd is niet toegestaan zonder wettelijke basis.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en de ontstaansgeschiedenis van artikel 62, lid 2 Wet IB 1964, waarin is benadrukt dat de gecombineerde aanslag slechts een administratieve vereenvoudiging is en geen fiscale fusie van aanslagen. De conclusie is dat de Inspecteur de aanslag onjuist heeft gehandhaafd en dat het beroep van de staatssecretaris moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen en de aanslag wordt beperkt tot inkomstenbelasting zonder premieheffing volksverzekeringen.