ECLI:NL:PHR:2002:AE7351
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijs en omkeringsregel bij onrechtmatige weigering hinderwetvergunning
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van de gemeente Achtkarspelen wegens onrechtmatige weigering van een hinderwetvergunning voor uitbreiding van zijn pluimveehouderij. De gemeente erkent de onrechtmatigheid, maar betwist het causaal verband tussen deze daad en de beweerde schade, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de financiering voor zijn plannen rond kon krijgen.
De rechtbank en het hof hebben de vordering afgewezen omdat eiser niet kon bewijzen dat de Friesland Bank bereid was de benodigde investering te financieren. De Hoge Raad bevestigt dat de omkeringsregel van artikel 150 Rv Pro slechts geldt indien de benadeelde aannemelijk maakt dat de onrechtmatige gedraging een risico op schade in het leven heeft geroepen en dat dit risico zich heeft verwezenlijkt.
In dit geval is onvoldoende aannemelijk dat het risico zich heeft verwezenlijkt, omdat onzeker is of de financiering rond was gekomen. Het gevolg is dat het causaal verband niet is vastgesteld en de bewijslast niet kan worden omgekeerd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het risico op schade zich heeft verwezenlijkt.