ECLI:NL:PHR:2009:BG8813
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig gezag van moeder na verstoorde communicatie
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen na echtscheiding. De ouders hadden aanvankelijk gezamenlijk gezag, maar de communicatie tussen hen verliep zeer moeizaam, wat leidde tot conflicten over belangrijke opvoedkundige beslissingen.
De moeder verzocht de rechtbank om het gezag eenhoofdig aan haar toe te wijzen. De rechtbank en het hof gaven hieraan gehoor, stellende dat het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico inhoudt dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. De omgang tussen de kinderen en de vader verbeterde juist nadat het eenhoofdig gezag aan de moeder was toegekend.
De vader stelde in cassatie dat het hof ten onrechte niet had onderzocht of herstel van gezamenlijk gezag op termijn mogelijk was en dat hij gecompenseerd had moeten worden voor het verlies van gezag. De Hoge Raad verwierp deze klachten, bevestigde de toepassing van het klemcriterium en oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat binnen afzienbare tijd geen verbetering in communicatie te verwachten was.
Ook werd geoordeeld dat het hof niet verplicht was voorzieningen te treffen voor het informatie- en consultatierecht van de vader, omdat hij daar niet om had verzocht. De inmenging in het recht van de vader op gezinsleven was proportioneel en subsidiariteit was niet geschonden. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen; het eenhoofdig gezag blijft bij de moeder.