ECLI:NL:PHR:2010:BG4124
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over herzieningsregels omzetbelasting bij verlengd boekjaar en boete
Belanghebbende heeft een kantoorpand in gebruik genomen en haar boekjaar verlengd, waardoor een langer boekjaar ontstond. De discussie betrof de toepassing van de herzieningsregels voor de omzetbelasting bij deze verlenging en de berekening van de teruggaaf. De Inspecteur hanteerde kalenderjaren, belanghebbende haar verlengde boekjaar. Tevens was een boete wegens te late betaling opgelegd.
De Rechtbank had de naheffingsaanslag verminderd en de boete verlaagd. Het Hof vernietigde dit en handhaafde de naheffingsaanslag en boete, waarbij het Hof oordeelde dat de boete in hoger beroep onderwerp van geschil was en dat de redelijke termijn niet was overschreden.
De Hoge Raad concludeert dat de Nederlandse regeling niet in overeenstemming is met de Zesde richtlijn omdat het eerste jaar van herziening als een heel boekjaar wordt gerekend, terwijl de richtlijn uitgaat van volle jaren van 12 maanden vanaf ingebruikneming. Belanghebbende kan zich rechtstreeks op de richtlijn beroepen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het Hof buiten de rechtsstrijd is getreden door de boete in hoger beroep als onderwerp van geschil te beschouwen. De overschrijding van de redelijke termijn door de Rechtbank is vastgesteld, maar het Hof heeft deze overschrijding in hoger beroep ingehaald.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse herzieningsregeling niet richtlijnconform is en dat de boete in hoger beroep niet onderwerp van geschil was.