ECLI:NL:HR:2010:BG4124
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg begrip boekjaar bij omzetbelasting en verzuimboete
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd voor de periode 1 januari 1999 tot en met 30 april 2002. De naheffingsaanslag betrof onder meer een herziening van omzetbelasting in verband met levering van een kantoorpand binnen twee jaar na ingebruikneming. Belanghebbende had het boekjaar verlengd van kalenderjaar tot 1 november 2002.
De Rechtbank Arnhem had de naheffingsaanslag en boete verminderd, maar het Hof vernietigde die uitspraak en handhaafde de aanslag en boete zoals door de Inspecteur verminderd. Het geschil betrof onder meer de uitleg van het begrip 'boekjaar' in de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 in relatie tot de Zesde richtlijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het begrip boekjaar moet worden uitgelegd als de periode waarover de ondernemer financiële verslaglegging uitbrengt, ook als deze niet samenvalt met het kalenderjaar of korter/langer is dan twaalf maanden. Het hof was ten onrechte uitgegaan van een boekjaar van twaalf maanden. Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte de boete als onderwerp van geschil heeft aangemerkt, omdat de Inspecteur daartegen geen grief had ingebracht.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt de uitspraken van hof en rechtbank voor zover zij de naheffingsaanslag betreffen, vermindert de naheffingsaanslag tot € 40.921 en veroordeelt de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, vermindert de naheffingsaanslag tot € 40.921 en veroordeelt de Staat in de proceskosten.