ECLI:NL:PHR:2011:BN9301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen doodslag en verwerpt noodweerexcesverweer
De zaak betreft de veroordeling van verdachte voor medeplegen van doodslag op het slachtoffer op 27 oktober 2005 in Den Haag. Verdachte en zijn medeverdachte verbleven samen met het slachtoffer in diens woning, waar zij geweld pleegden dat uiteindelijk leidde tot het overlijden van het slachtoffer.
De bewezenverklaring omvatte diverse geweldshandelingen zoals slaan met een roede, vastbinden, schoppen en steken met een mes. Het hof stelde vast dat verdachte en medeverdachte gezamenlijk en bewust handelden en verwierp het verweer dat verdachte de woning eerder had verlaten. Ook werd het beroep op noodweer en noodweerexces verworpen omdat de noodweersituatie was beëindigd op het moment van de meeste geweldshandelingen.
De medische rapporten stelden vast dat het slachtoffer was overleden door verstikking als gevolg van heftig samendrukkend en omsnoerend geweld op de hals en de borstkas. Er was discussie over de mogelijkheid van postmortale fracturen, maar dit deed niet af aan de bewezenverklaring dat het geweld de doodsoorzaak was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn bewijsoverwegingen voldoende had gemotiveerd en dat het gebruik van bepaalde getuigenverklaringen niet onbegrijpelijk was. Het beroep op noodweerexces faalde omdat de verdachte zich niet in een situatie van onmiddellijke verdediging bevond. De zaak werd vernietigd en terugverwezen vanwege overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag; beroep op noodweerexces is verworpen.