ECLI:NL:PHR:2011:BP0287
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke veroordeling wegens smaad in Deventer moordzaak kritiek
In deze zaak stond de strafrechtelijke vervolging van een publicist centraal die herhaaldelijk via media en internet een burger (de 'klusjesman') en diens partner beschuldigde van betrokkenheid bij de moord op een vrouw in Deventer. De publicist stelde zich op het standpunt dat zijn uitingen beschermd werden door de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM Pro) en dat hij te goeder trouw handelde op grond van art. 261, derde lid, Sr.
Het hof oordeelde dat de uitlatingen feitelijke beweringen waren en geen waardeoordelen, en dat de beschuldigingen concreet en voldoende bepaald waren. Hoewel de publicist veel onderzoek had gedaan, was het herhaaldelijk en zonder noodzaak beschuldigen van de burgers disproportioneel en niet gerechtvaardigd. De belangenafweging bracht mee dat gewone burgers, anders dan publieke figuren, aanspraak kunnen maken op effectieve bescherming van hun eer en goede naam.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de cassatiemiddelen. De verhouding tussen art. 10 EVRM Pro en art. 261, derde lid, Sr werd besproken, waarbij werd erkend dat de strafuitsluitingsgrond een bijzondere rechtvaardigingsgrond is die een marginaal getoetste goede trouw vereist. Het hof had terecht geoordeeld dat de publicist niet redelijkerwijs kon aannemen dat het algemeen belang de herhaalde beschuldigingen eiste.
Daarnaast werd ingegaan op de samenloop tussen civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures. De Hoge Raad stelde dat eerdere civielrechtelijke veroordelingen een strafrechtelijke vervolging niet in de weg staan, mede omdat het Nederlandse recht geen ne bis in idem kent tussen deze rechtsgebieden. De strafrechtelijke sancties dienen een aanvullend maatschappelijk doel.
Het arrest bevat uitgebreide overwegingen over de vrijheid van meningsuiting, de bescherming van de eer en goede naam, de toetsing aan het EVRM, en de grenzen van strafrechtelijke vervolging van smaad in het publieke debat.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafrechtelijke veroordeling wegens smaad en smaadschrift met een voorwaardelijke gevangenisstraf.