ECLI:NL:PHR:2011:BR3054
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke ontruimingsvordering en opzegging van huur onbebouwde grond in bedrijventerrein
Eiser huurde sinds 1977 een perceel onbebouwde grond op het bedrijventerrein de Binckhorst van de Gemeente Den Haag, waarop hij een autodemontagebedrijf exploiteerde. De Gemeente zegde de huurovereenkomst in juni 2004 op met een opzegtermijn tot 1 januari 2006, vanwege herstructureringsplannen waarbij geen plaats meer was voor autosloperijen.
De Gemeente vorderde ontruiming, welke vordering in eerste aanleg en hoger beroep grotendeels werd toegewezen. Eiser verzette zich hiertegen en vorderde subsidiair schadevergoeding, welke niet werd toegewezen. In cassatie stelde eiser onder meer dat de huurovereenkomst betrekking had op bedrijfsruimte en dat de opzegging onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid.
De Hoge Raad oordeelde dat de huurovereenkomst onbetwist betrekking had op onbebouwde onroerende zaak en dat de bijzondere beschermingsregels voor bedrijfsruimte niet van toepassing waren. Het beroep op onaanvaardbaarheid van de opzegging faalde, mede vanwege de beperkte toetsingsmarge in cassatie en het ontbreken van nieuwe feiten. Ook het beroep op nadeelscompensatie werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De Hoge Raad concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee het ontruimingsvonnis definitief bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de ontruimingsvordering van de Gemeente wordt bevestigd.