ECLI:NL:PHR:2011:BU3504
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperkte reikwijdte van het recht op consultatie advocaat voorafgaand aan verhoor
In deze zaak stond de vraag centraal of het recht op consultatie van een advocaat voorafgaand aan een politieverhoor ook geldt voor niet-aangehouden verdachten. Verzoeker werd verdacht van medeplichtigheid aan diefstal van een scooter en legde verklaringen af zonder voorafgaand advocaatcontact. Het hof verwierp het verweer tot bewijsuitsluiting omdat verzoeker vrijwillig op het politiebureau was verschenen en vooraf door zijn vader was begeleid.
De Hoge Raad bevestigde dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de Salduz-jurisprudentie het recht op rechtsbijstand primair toekent aan aangehouden verdachten. Niet-aangehouden verdachten hebben dit recht niet zonder meer, tenzij bijzondere omstandigheden de situatie als onvrij doen gelden. De zaak Zaichenko werd aangehaald als voorbeeld waarbij het EHRM geen schending van art. 6 EVRM Pro zag bij verhoor zonder advocaat van een niet-aangehouden verdachte.
De Hoge Raad overwoog dat verzoeker, een 17-jarige jeugdige, voorafgaand aan zijn vrijwillige verschijning op het politiebureau de mogelijkheid had een advocaat te raadplegen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het consultatierecht ook voor hem zouden doen gelden. Het verweer tot bewijsuitsluiting werd daarom terecht verworpen. De conclusie benadrukt dat de huidige jurisprudentie geen uitbreiding van het consultatierecht naar niet-aangehouden verdachten vereist, hoewel wetsvoorstellen en Europese richtlijnen dit mogelijk in de toekomst kunnen wijzigen.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen; het ontbreken van voorafgaande advocaatconsultatie bij een niet-aangehouden verdachte leidt niet tot bewijsuitsluiting.