ECLI:NL:PHR:2012:BX5514
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-naleving consignatieplicht bij dwangbevel
De veroordeelde had verzet aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel op grond van artikel 575, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De Rechtbank Utrecht verklaarde haar verzet niet-ontvankelijk omdat zij niet had voldaan aan de verplichting tot consignatie van het nog verschuldigde bedrag en de griffiekosten. De veroordeelde stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad onderzocht de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Uit het dossier bleek niet dat de veroordeelde op haar consignatieplicht was gewezen of dat zij hieraan had voldaan. De advocaat van de veroordeelde had de griffie gemachtigd om namens haar cassatie in te stellen, wat volgens de Hoge Raad als voldoende volmacht kon worden beschouwd.
Desondanks werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard omdat de consignatieplicht niet was nageleefd. De Hoge Raad besloot de veroordeelde alsnog in de gelegenheid te stellen het consignatiebedrag te voldoen binnen een door de griffier te bepalen termijn, waarna verdere beslissing zou worden aangehouden.
Uitkomst: Het cassatieberoep is voorlopig niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet voldoen aan de consignatieplicht, met de mogelijkheid dit alsnog te doen binnen een gestelde termijn.