Conclusie
eerste middelklaagt dat op ontoereikende gronden is verworpen het verweer dat de verdachte moet worden vrijgesproken omdat de vordering door de politie, waaraan hij niet heeft voldaan, niet krachtens een wettelijk voorschrift is geschied.
Sinds deze jurisprudentie kan overtreding van het bevel als bedoeld in artikel 2:1 lid 2 model Pro-APV, niet meer strafrechtelijk worden vervolgd op grond van artikel 184 lid 1 WvS Pro, maar wel op grond van een strafbaarstelling in de model-APV zelf (artikel 6:1 model Pro-APV) {Kamerstukken II, 2012-2013, 29628, nr.292). Nu verdachte niet is vervolgd op grond van artikel 184 WvS Pro in samenhang met artikel 2:1 APV Pro Den Haag, maar op basis van de artikelen 2:1 en 6:1 APV Den Haag, treft het verweer van verdachte op dit punt geen doel.”
nietin dat uit artikel 2 Politiewet Pro niet langer een bevoegdheid kan worden afgeleid om een burger bevelend toe te spreken.
Belemmering van ambtelijke verrigtingen en niet voldoen aan ambtelijke bevelen( artt. 199-204)
Art. 199 is Pro bestemd tot vervanging van een groot aantal strafbepalingen, die thans in bijzondere wetten voorkomen. In plaats van die bepalingen, gelijk zij nu luiden, in het wetboek van strafregt op te nemen, is het verre verkiesselijk ze in een ruimer voorschrift zamen te vatten. Deze handelwijze beveelt zich uit een oogpunt van regelmaat en eenvoud krachtig aan, en maakt ook voor het vervolg dergelijke bepalingen in bijzondere wetten onnoodig.
u.uit de wet van 31 Augustus 1853 (Staatsblad n°. 83), tot verzekering der uitvoering van sommige voorschriften van plaatselijke verordeningen:
tweede middelklaagt over de verwerping van het verweer dat de politieambtenaar niet handelde in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.