Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
mr. P.J. Wattel
Advocaat-Generaal
1.Overzicht
specialiszou zijn die de verzuimrenteregeling van de Awb uitsluit, acht ik onjuist, nu de coulanceregeling niet – zoals vereist door art. 4:103 Awb Pro – een formele wet is en bovendien kennelijk evenmin van toepassing is, nu de fiscus haar in casu niet toepast.
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
3.Het geding in cassatie
dies a quoonjuist heeft bepaald: pas nadat het arrest HR BNB 2012/69 op 30 september 2011 werd gewezen, ontstond voor de Inspecteur de verplichting om op grond van het evenredigheidsbeginsel alsnog een bedrag aan heffingsrente te vergoeden. Voorafgaand aan dat arrest kan geen sprake zijn van verzuim in de zin van art. 4:97 Awb Pro. Volgens de Staatssecretaris geldt in casu slechts de coulancerenteregeling zoals opgenomen in opeenvolgende beleidsbesluiten, waarvan dat van 12 december 1990, nr. AFZ90/8697, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 12 augustus 1994, nr. AFZ94/3896M, bepaalt dat ‘
rente alleen [wordt] vergoed in die gevallen waarin de vertraging is te wijten aan een verzuim van de Belastingdienst.’ Na het verschijnen van HR BNB 2012/69 heeft de inspecteur betaald binnen drie maanden (twee maanden als men meerekent dat u een maand later nog een arrest wees dat het eerdere arrest preciseerde en dat ook bestudeerd moest worden), zodat geen sprake is van een aan de fiscus te wijten vertraging; er is dan (ook) geen plaats voor vergoeding van coulancerente.
dies a quobetoogt de belanghebbende dat de beschikking heffingsrente op grond van HR BNB 2012/69 vastgesteld had moeten worden op het moment waarop de inspecteur de voorlopige aanslag ambtshalve verminderde, dus op 22 augustus 2009. Omdat de betalingstermijn zes weken bedraagt, is de Inspecteur vanaf 4 oktober 2009 in verzuim als bedoeld in afdeling 4.4.2 Awb.
4.Welke rechter is bevoegd?
Kamerstukken II2004/05, 29 934, nr. 6, p. 15). In dit geval is de in artikel 4:19 bedoelde Pro beschikking op aanvraag het besluit op het administratief beroep in de Wahv-procedure. Daartegen kan, gelet op artikel 9, eerste lid, van de Wahv beroep worden ingesteld bij de rechtbank, welk beroep wordt behandeld door de kantonrechter. Naar het oordeel van de Afdeling vloeit uit deze bepaling, bezien in samenhang met de in artikel 4:19 van Pro de Awb neergelegde systematiek, voort dat die kantonrechter ook bevoegd is kennis te nemen van een beroep betreffende een dwangsombeschikking of, zoals in dit geval, tegen het niet tijdig nemen daarvan.
5.Is verzuimrente verschuldigd?
Overgangsrecht Vierde tranche Awb
ratione temporaevan toepassing is.
Is er een bestuursrechtelijke schuld?
Is er een verzuim?
verzuimd” (
curs. PJW) om de beschikking meteen bij ambtshalve vermindering te nemen. De datum waarop de beschikking feitelijk wordt genomen heeft geen invloed op het ontstaan van de verplichting en het al dan niet intreden of reeds ingetreden zijn van verzuim. Nu de betalingstermijn voor de beschikking heffingsrente zes weken beloopt, betekent het bovenstaande dat de heffingsrente uiterlijk op 3 oktober 2009 vergoed had moeten zijn. De Inspecteur heeft haar pas vergoed op 21 december 2011. De Inspecteur is dus vanaf 4 oktober in verzuim (geweest) in de zin van art. 4:97 Awb Pro.
Is een ‘andere regeling’ in de zin van art. 4:103 Awb Pro van toepassing die afdeling 4.4.2 Awb uitschakelt?
ten lastevan de belastingschuldige). In casu is echter geen sprake van een vermindering van een belastende beschikking, maar van het niet (tijdig) nemen van een begunstigende beschikking. Bovendien is in belanghebbendes geval de heffingsrente uitbetaald op dezelfde dag als die waarop de beschikking tot uitbetaling ervan is genomen, zodat invorderingsrente hoe dan ook niet aan de orde kan komen: toen de formalisering er eenmaal was, is de heffingsrente meteen uitbetaald. Belanghebbendes rentenadeel wordt veroorzaakt doordat de formalisering van de te vergoeden heffingsrente (het nemen van de tot uitbetaling nopende beschikking heffingsrente) meer dan twee jaar op zich liet wachten. De Invorderingswet bood en biedt geen mogelijkheden dat rentenadeel te vergoeden. [27] De invorderingsrenteregeling is dus evenmin een ‘andere regeling omtrent verzuim en wettelijke rente’ in de zin van art. 4:103 Awb Pro die toepassing van afdeling 4.4.2 Awb zou uitsluiten.
6.Berekening van de wettelijke rente
Wetgeving
Toepassing
6.Beoordeling van de cassatieberoepen
dies a quomijns inziens correct bepaald. De heffingsrenteschuld vloeide niet voort uit HR BNB 2012/69, maar uit het ten onrechte niet nemen van een heffingsrentebeschikking op 22 augustus 2009 tegelijk met de ambtshalve vermindering van de voorlopige aanslag. Niet uw arrest schiep de betalingsverplichting, die net als een belastingschuld reeds voortvloeide uit de wet. U vond slechts het recht zoals het al was. Daarom liep de wettelijke interest vanaf 4 oktober 2011.
nietin plaats van art. 6:119 BW Pro van toepassing was, precies zoals de wettekst tot 2013 zei. De belanghebbende had kennelijk anders gewild, maar alle ondernemers die de fiscus iets schuldig waren, wilden dat vast niet.