Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de afwijzende beslissing op het verzoek de getuigen [betrokkene 10] en [betrokkene 11] te horen niet zonder meer begrijpelijk is gemotiveerd.
tweede middelbehelst ten eerste de klacht dat het hof ten onrechte als feit van algemene bekendheid heeft aangenomen dat geldbedragen die via “money transfers” worden verzonden, in beginsel van misdrijf afkomstig zijn. Ook hier gaat het om een (verondersteld) oordeel van het hof in het arrest in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak, zodat de daartegen gerichte klacht onbesproken kan blijven.
Ten aanzien van het onder 3 en 4 bewezen verklaarde en soortgelijke feiten
derde middel, bezien in samenhang met de toelichting, behelst de klacht dat het hof de schatting van het voordeel niet heeft ontleend aan de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, nu het hof een bedrag van € 10.000 in mindering heeft gebracht op de door [betrokkene 2] ontvangen money transfers en dit bedrag niet is terug te voeren tot enig bewijsmiddel.
vierde middelbehelst de klacht dat het hof is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ten aanzien van op het voordeel in mindering te brengen kosten, zonder in het bijzonder de redenen op te geven die daartoe hebben geleid, althans dat het hof geen gemotiveerde beslissing heeft gegeven op een verweer omtrent de draagkracht van de betrokkene.
Conclusie