ECLI:NL:HR:2011:BO1584
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over maatstaf voor horen van runners en informanten als getuigen
In deze strafzaak heeft de verdediging in hoger beroep verzocht om het horen van runners en informanten als getuigen, omdat deze personen informatie verschaffen die ten grondslag ligt aan de verdenking en het inzetten van opsporingsmiddelen.
Het hof wees dit verzoek af op grond van het noodzakelijkheidscriterium, waarbij werd geoordeeld dat de noodzaak tot het horen van deze getuigen onvoldoende was aangetoond. De verdediging stelde dat het juiste criterium het verdedigingsbelang is, niet de noodzaak.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft gehandeld door het noodzakelijkheidscriterium toe te passen in plaats van het criterium van het verdedigingsbelang zoals voorgeschreven in de artikelen 288, 410 en 418 van het Wetboek van Strafvordering. De zaak wordt daarom vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling aan de hand van de juiste maatstaf.
De Hoge Raad benadrukt dat het hof moet nagaan of het afzien van het horen van de runners en informanten de verdediging van de verdachte schaadt, en dat het hof geen nieuwe argumenten van de verdediging heeft ontvangen die het eerdere oordeel zouden kunnen wijzigen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 11 januari 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling aan de hand van het juiste criterium.