Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de afwijzende beslissing op het verzoek de getuigen [betrokkene 10] en [betrokkene 11] te horen niet zonder meer begrijpelijk is gemotiveerd.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de verklaringen van de getuige [betrokkene 13] te onbetrouwbaar zijn om bij te dragen aan het bewijs dat de verdachte betrokken is geweest bij, naar ik begrijp, het onder 2 ten laste gelegde.
vierde middelbeoogt kennelijk te klagen enerzijds dat uit de bewijsvoering niet kan blijken dat, zoals bewezen is verklaard, sprake is van het verbergen of verhullen van de werkelijke aard en de herkomst en de verplaatsing van het geldbedrag van $ 3.500,- en anderzijds dat niet althans ontoereikend is gemotiveerd ’s hofs oordeel dat het tevens bewezen verklaarde verwerven en voorhanden hebben van dat geldbedrag kan worden gekwalificeerd als witwassen. Volgens het middel volgt uit de bewijsvoering dat dit geldbedrag uit “eigen misdrijf” afkomstig is, terwijl voorts niet méér blijkt dan dat de verdachte dit geldbedrag overhandigd heeft gekregen van een medeverdachte. [11]
derde middelbehelst de klacht dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het onder 1 bewezen verklaarde is begaan in de periode van 26 oktober 2004 tot en met 9 mei 2005, aangezien de datum van 26 oktober 2004 niet uit de bewijsmiddelen volgt.
vijfde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte als feit van algemene bekendheid heeft aangenomen dat geldbedragen die via “money transfers” worden verzonden, in beginsel van misdrijf afkomstig zijn.
Herkomst van het geld
zesde middelbehelst de klacht dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het onder 4 bewezen verklaarde is begaan in de periode van 1 december 2004 tot en met 11 juli 2007, aangezien de datum van 11 juli 2007 niet uit de bewijsmiddelen volgt.