Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.Bespreking van de cassatiemiddelen
www.rechtspraak.nl. De klacht houdt in dat het hof art. 4.2 van het Wrakingsprotocol heeft geschonden: volgens deze rechtsregel had het hof (i) de vader moeten wijzen op de verplichte bijstand van een advocaat en (ii) hem in de gelegenheid moeten stellen om zijn verzuim te herstellen.
www.rechtspraak.nl. Het protocol behandelt onderwerpen die ook opgenomen zouden kunnen worden in een zaakverdelingsreglement (zoals onder 5 de inrichting en samenstelling van de wrakingskamer) of in een procesreglement (zoals onder 4, 6 en 11 de procesrechtelijke behandeling van wrakingsverzoeken). Het bevat, onder verwijzing naar wetgeving en jurisprudentie, daarnaast aanbevelingen voor de inhoudelijke beslissing door de wrakingsrechter en voorts instructies voor de administratieve afhandeling en de registratie van wrakingsverzoeken. Doorslaggevend voor het niet ‘recht’ scheppende karakter van dit protocol acht ik de vermelding in de inleiding (onder 1.1) dat het een op het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag toegespitste versie bevat van het landelijk wrakingsprotocol uit 2007, dat als titel draagt “Aanbeveling wrakingsprotocol gerechtshoven en rechtbanken” en gebaseerd is op de NVvR-aanbeveling uit 2001, zoals nader uitgewerkt door de presidentenvergadering van 27 november 2006. Dat duidt erop dat het hier om een aanbeveling gaat. Ter vergelijking wijs ik op de aanhef van het Wrakingsprotocol van de Hoge Raad der Nederlanden:
fair trial’, als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro) kan in dat geval geldend worden gemaakt door het wrakingsverzoek in te dienen op de voorgeschreven wijze.