Conclusie
eerste middelklaagt over ’s Hofs afwijzing van het verzoek van de verdediging om [betrokkene 1] als getuige te horen.
tweede middelklaagt dat het Hof heeft overwogen dat het wettig en overtuigend bewezen acht dat gehandeld is met het oogmerk om de ambtenaren te bewegen in strijd met hun plicht iets te doen, te weten het begunstigen van [A] B.V., waarbij ten aanzien van [betrokkene 6] en [betrokkene 9] nader is aangegeven dat naar het oordeel van het Hof de giften zijn gedaan teneinde een relatie met deze ambtenaren te doen ontstaan en/of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen, zulks terwijl dit niet, althans niet zonder meer, uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan volgen.
a, eerste lid, Sr. [3] Deze bepaling – en daarin is het verschil gelegen met art. 177, eerste lid, Sr – ziet op een gedraging van de ambtenaar
zonderdat deze daarmee in strijd met zijn plicht raakt.
“E.2 ten aanzien van de zaak [betrokkene 5]
E.3. ten aanzien van de zaak [betrokkene 6]
E.4 ten aanzien van de zaak [betrokkene 9]
fictieveopdracht aan dit bedrijf. Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan immers worden afgeleid dat het om verzonnen werk ging waarvoor opdrachtbonnen werden uitgeschreven op grond waarvan de afdeling financiën tot betaling aan [A] overging (bewijsmiddel 4, [betrokkene 5]), het verstrekken van één op één opdrachten aan telkens [A] als tegenprestatie tegenover alle giften van [A] (bewijsmiddel 10, [betrokkene 6]) en een “soepele houding” ten aanzien van [A] waarbij het ontvangen van giften heeft meegespeeld (bewijsmiddel 34, [betrokkene 9]). Kennelijk heeft het Hof hier onder begunstigen, voorkeursbehandeling en het doen ontstaan en/of onderhouden van een relatie met de ambtenaar het in strijd met de ambtsplicht handelen verstaan (terwijl de ambtenaar zich door riante giften – de tegenprestatie – liet inpakken).
derde middelklaagt dat de bewezenverklaring voor zover betrekking hebbende op zaak A (“[betrokkene 5]”) in beslissende mate steunt op de verklaring van een getuige die door de verdediging niet is kunnen worden ondervraagd.
Goedemorgen [verdachte], Dank voor je handeling en bericht. Als ik vandaag bij jullie op kantoor kom, geef ik de opdrachten af ter gelijke waarde. Gr. [betrokkene 5].
De zaken zijn geregeld en ik heb het doorgenomen en het komt wel goed.”
vierde middelkeert zich, kennelijk met het oog op het onder I sub B (“[betrokkene 6]”) bewezenverklaarde, tegen ’s Hofs afwijzing van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om [betrokkene 6], [betrokkene 8] en [betrokkene 7] als getuigen te horen.
“Feit I onder B: [betrokkene 6]:
"...[betrokkene 23] die speelt hier een dubbelrol he... we weten dat van ambtenaren zelf dat [betrokkene 23] en die [betrokkene 22] persoonlijk op de afdeling staan he ...[betrokkene 23] ook in persoon ...en zegt van euhhh, janiks meer naar [A]... en ehhh want daar liggen we op andere plekken mee in onmin.., en euhh Ta absoluut geen werk meer geven... En toen hadeuhhhh ... Euhhh Thijs samen met [medeverdachte 3] die hadden een offerte gemaakt voor werk op de N28L... op aanvraag van een van de ambtenaren van de provincie he... met een heel uitgebreid advies erbij he.... Dus echt een goed onderbouwd advies met een offerte ...Nou die hadden ze gewoon opgestuurddie kwam gewoon bij [betrokkene 23] die stond met die offerte weer.... euhh ja op de afdeling, zegt ja wat is dit hier he... een offerte van [A]? ...Ja had die vent gezegd van euhhh... Ja die hebben wij toen opgemaakt, wij hadden advies nodig en ja ... Zijweten daar het meeste van en wij hebben daar een goed advies van gekregen en ja euhhh... en ook nog een goede prijs die ook nog eens een keer goed past... Oh, oh, oh en toen waren ze weer afgedropen.... "
Dan ben ik eens benieuwd... "
".. Ja... het gaat goed (lachend)... "
"Want [betrokkene 23] begint er ook een beetje achter te pushen he...want..eh...[betrokkene 24] die wilde nu inderdaad ...viaral, die is overtuigd, ja..eh. [betrokkene 23] ook, die vindt het ook prima.. [betrokkene 23].... alleen [betrokkene 24] was weer een beetje, je weet wel, moeilijk aan het doen. Alleen die is nou op vakantie, die is weg..en heb ik tegen [betrokkene 23] gezegd...eh [betrokkene 23] ..eh ...staat dadelijk in de krant. Is die naar [betrokkene 24] gegaan en heeft die gezegd dat [betrokkene 24]eens wat moest opschieten (opm. verb.: hierbij lacht [betrokkene 23]) ...dat hij moest zorgen dat het rond kwam, want de keuze was toch gemaakt op viaral...nou maar zorgen dat het zo snel mogelijk uitgevoerd kon worden. ".
vijfde middelklaagt over de overschrijding van redelijke termijn in de cassatiefase. Dit middel is terecht voorgesteld. Namens verzoeker is op 10 januari 2013 beroep in cassatie ingesteld. Het dossier is blijkens de op de stukken geplaatste stempel bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen op 12 maart 2014, zodat de termijn waarbinnen de stukken bij de Hoge Raad moeten zijn binnengekomen is overschreden met zes maanden. Voortvarende behandeling van de zaak, te weten een uitspraak binnen zestien maanden na het instellen van het beroep in cassatie, kan de overschrijding van de inzendingstermijn niet meer compenseren, want de termijn waarin de Hoge Raad uitspraak zou moeten doen is reeds overschreden. Een en ander moet leiden tot vermindering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.