Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof de verdachte heeft vrijgesproken op gronden die deze beslissing niet zonder meer kunnen dragen. Volgens de steller van het middel heeft het hof miskend dat opzet in ieder geval schuld insluit.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd verdacht van schuldwitwassen van een geldbedrag van ongeveer €39.520,-. Het hof sprak de verdachte vrij van schuldwitwassen omdat het oordeel dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit misdrijf afkomstig was niet zonder meer begrijpelijk was, ondanks dat het hof oordeelde dat sprake was van opzetwitwassen, wat niet ten laste was gelegd.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door opzet en schuld als elkaar uitsluitende begrippen te zien. Volgens de Hoge Raad sluit opzet schuld niet uit, en kan opzetwitwassen het bewijs vormen voor schuldwitwassen. Het hof had het bewijs voor schuldwitwassen niet zonder meer mogen verwerpen op grond van het bestaan van opzetwitwassen.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de literatuur en jurisprudentie over de verhouding tussen opzet en schuld, waarbij wordt geconcludeerd dat de zogenoemde 'minus-theorie' (opzet sluit schuld niet uit) beter aansluit bij de wetgeving en praktijk dan de 'aliud-theorie' (opzet en schuld zijn tegenpolen). Dit is vooral relevant bij delicten als witwassen waar bewijs van opzet lastig kan zijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling. Het arrest benadrukt de noodzaak van een juiste rechtsopvatting over de verhouding tussen opzet en schuld bij de beoordeling van schuldwitwassen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van de juiste rechtsopvatting over opzet en schuld.