Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
28 januari 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond een beroep in cassatie centraal tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene was veroordeeld voor verduistering van horloges, waarvan de opbrengst in het illegale circuit werd geschat. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €52.671,79, gebaseerd op een schatting van 20% van de inkoopwaarde van de horloges.
De verdediging betwistte de hoogte van deze schatting, waarop het hof het vonnis van de rechtbank bevestigde en zijn motivering voldoende achtte. De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat wanneer een financieel rapport gemotiveerd wordt betwist, de rechter niet kan volstaan met alleen verwijzing naar dat rapport, maar de motivering van de schatting expliciet moet weergeven.
De Hoge Raad concludeert dat het hof aan deze motiveringsplicht heeft voldaan door in zijn overwegingen de feiten en omstandigheden waarop de schatting is gebaseerd, inclusief verwijzingen naar het ontnemingsdossier en de processen-verbaal van financieel onderzoek, voldoende nauwkeurig te vermelden. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de ontnemingsvordering van €52.671,79 in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering van €52.671,79.