7.3.Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding bevindt zich een voegingsformulier van de benadeelde partij [betrokkene 1] . Op dit voegingsformulier wordt voor de gevorderde immateriële schadepost van € 10.000,- verwezen naar een aangehecht schade-onderbouwingsformulier. Dit formulier houdt, voor zover van belang, in:
De confrontatie die benadeelde vlak na het delict heeft gehad met het levenloze lichaam van zijn moeder, hebben geleid tot ernstige psychische gevolgen. Bij benadeelde is onder andere een posttraumatische stressstoornis en een depressieve stoornis vastgesteld.
Benadeelde is van augustus 2009 tot en met december 2010 onder behandeling geweest voor psychotraumatische klachten bij PsyQ. Benadeelde is hier voor korte tijd ook opgenomen geweest nadat hij een zelfmoordpoging had ondernomen. Benadeelde heeft EMDR-sessies en rouwverwerkingsessies gevolgd teneinde de PTSS-klachten te verminderen. De klachten bestaan onder meer uit slapeloosheid, flashbacks, concentratieproblemen, gevoelens van onmacht, wanhoop, depressie en ook fysieke klachten als spierpijn. Om de klachten te onderdrukken gebruikt benadeelde medicatie.
Vanwege opleving van spanningen is benadeelde in juni 2012 opnieuw doorverwezen naar PsyQ voor professionele hulp.
(zie bijlage 6 voor medisch rapport en bijlage 7 voor informatie PsyQ).
Jurisprudentie / vergelijkbare uitspraken
Hierbij wordt verwezen naar ANSW Smartengeldgids 2009 nummer 294
(zie bijlage 8 voor uitspraak)
De smartengeldvergoeding van de Rechtbank Den Bosch van 8 maart 2006, rolnummer 02/1377 bedraagt, geïndexeerd naar de normen van het jaar waarin het delict is gepleegd, te weten 2009, € 10.700,00.
Bovenstaande zaak vertoont veel overeenkomsten met de situatie van benadeelde. Ook benadeelde heeft een direct familielid stervend aangetroffen en heeft ten gevolge hiervan last van een posttraumatische stressstoornis. Een andere overeenkomst is de voortdurende confrontatie met de zaak.
Dit leidt tot de conclusie dat de immateriële schade van benadeelde gezien de omstandigheden, de ernst en de fysieke en psychische gevolgen in redelijkheid is te stellen op ten minste € 10.000,00 en thans opeisbaar is.”
Het schade-onderbouwingsformulier verwijst voor de daarin aangehaalde uitspraak van de rechtbank Den Bosch naar de ANSW Smartengeldgids 2009, nummer 294, opgenomen als bijlage 8. Die bijlage (abusievelijk met pen genummerd als bijlage 7) houdt met betrekking tot deze uitspraak het volgende in:
“Vrouw. Shockschade. Bij thuiskomst heeft zij een hevige emotionele schok gekregen toen zij haar echtgenoot stervend en buiten bewustzijn, ten gevolge van een zware mishandeling, aantrof. Zij lijdt sindsdien aan een posttraumatische stressstoornis, waarvoor zij zich onder psychiatrische behandeling moest stellen. Voorts is er sprake van een verstoorde rouwverwerking, mede door het feit dat zij voortdurend wordt geconfronteerd met de dader en de al lang lopende procedures.”
Op het schade-onderbouwingsformulier wordt voor de gevorderde immateriële schade voorts verwezen naar een als bijlage 6 opgenomen ‘medisch rapport’, dat in feite een (kopie van een) door de huisarts van de benadeelde partij ([betrokkene 3] ) ‘uitgedraaid’ en ondertekend chronologisch overzicht is van de consulten die in de periode van 12-08-2009 t/m 29-08-2012 hebben plaatsgevonden met aantekening van de klachten, medicatie en interventies. Daarnaast verwijst het formulier naar bijlage 7 voor ‘informatie PsyQ’. Het gaat bij die informatie om een aantal kopieën van correspondentie gericht aan de voormelde huisarts. Deze zijn kennelijk uitgedraaid uit de computer van de huisarts van de benadeelde partij. Zij zijn niet ondertekend door de afzenders, hetgeen vermoedelijk kan worden toegeschreven aan de elektronische verzending ervan. De in de tekst voorkomende onderstrepingen lijken daarop met pen te zijn aangebracht. Het betreft allereerst een kopie-brief van [betrokkene 5] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige van 31 december 2010. Deze brief houdt, voor zover van belang, in:
“Correspondent: St Fransiscus Gasthuis, [betrokkene 7]
(…)
Zorgbedrijf PsyQafd./programma Psychotrauma Spijkenisse
(…)
Van 13-08-2009 tot en met 30-12-2010 is uw patiënt(e) bij onze zorginstelling in behandeling geweest.
Gegevens met betrekking tot de behandeling:
Aanmeldreden:
Patiënt meld zich met de volgende klachten: flashbacks, erg onrustig voelen, spierpijn, piekeren, zweten, slecht slapen, concentratieklachten, schuldgevoelens, onmachtig, wanhopig. Patiënt laat weten dat zijn moeder is vermoord en dat hij haar heeft gevonden.
Beschrijvende diagnose:
Een 30-jarige man die door het vinden van zijn moeder heel zijn wereld onder zijn voeten uit voelt vallen. Forse stress klachten, lichamelijk en mentaal.
Diagnose volgens de DSM IV bij ontslag
AS I: 309.81 Posttraumatische stress-stoornis
AS II: 301.9 Persoonlijkheidsstoornis NAO, trekken van
AS III: geen diagnose
AS IV: 97 geen problemen
GAF-score einde inschrijving: 70.
Samenvatting van de behandeling:
Na periode van stabilisatie, waarin Interventies uit de CGT en
rouwverwerkingzijn gebruikt, is patiënt een
aantal sessies EMDRgaan doen. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in afname van de PTSS-klachten. Binnen het gezin heeft patiënt ook een andere positie ingenomen wat de relatie met partner en kinderen ten goede komt.
Reden van afsluiting:
Klachten vermindering na stabilisatie en EMDR sessies. Helaas heeft patiënt niet meer gereageerd op het verzoek nieuwe afspraak te maken om behandeling goed af te sluiten.
Medicatie bij ontslag:
PsyQ heeft geen medicatie voorgeschreven.
[betrokkene 5]
Sociaal psychiatrisch verpleegkundige”
Op het voegingsformulier wordt voor de gevorderde immateriële schade voorts verwezen naar een kopie-brief van [betrokkene 2] van 27 augustus 2010. Deze brief houdt, voor zover van belang, in:
“Zorgbedrijf afd./programma Crisiscentrum Rotterdam
(…)
Uw patiënt [betrokkene 1] ,
opgenomen op 22-08-2010op advies van [betrokkene 4] , psychiater Ruwaard van Puttenziekenhuis, werd op 26-08-2010 ontslagen uit de kliniek.
Opnamereden: Dhr. heeft in een black-out TS gedaan met medicatie door aan PTSS gerelateerde klachten.
Ontslagreden: Crisis gecoupeerd. Dhr is terugverwezen naar bestaande hulpverlening bij PsyQ.
Diagnose volgens DSM IV classificatie
AS I: 311 Depressieve stoornis NAO
309.91 Posttraumatische stress-stoornis
Verblijfplaats na ontslag: Huisadres.
Crisismedicatie: Geen.
Op het voegingsformulier wordt voor de gevorderde immateriële schade ten slotte verwezen naar een kopie-brief van 31 augustus 2009, afkomstig van PsyQ. Deze brief houdt, voor zover van belang, in:
“Aanmeldreden:
Pt meldt zich met de volgende klachten. Flashbacks, erg onrustig voelen, spierpijn, piekeren, zweten, slecht slapen, concentratieklachten, schuldgevoelens, onmachtig, wanhopig. Pt laat weten dat zijn moeder dinsdagavond 11-08-09 is vermoord in een recreatiegebied en dat hij haar heeft gevonden. Pt heeft sterk de behoefte om over het gebeuren en zijn gevoelens te praten.
Beschrijvende diagnose:
30-jarige man die door het vinden van zijn moeder heel zijn wereld onder zijn voeten uit voelt vallen.
Forse stress klachten, lichamelijk en mentaal.
Wij hebben een voorlopige diagnose volgens de DSM IV vastgesteld:
AS I: 308.3 – Acute stress-stoornis Hoofd diagnose
As II 799.9 – Diagnose op AS II uitgesteld
AS III: v71.09
AS IV: 10 Problemen binnen de primaire steungroep
GAF-score (huidig): 45
Ons behandelbeleid is:
Stabiliseren en psycho-educatie geven.
Eventueel voorgeschreven medicatie:
Door u voorgeschreven medicatie niet veranderd. Momenteel is deze medicatie toereikend.
Aandachtspunten voor de verwijzer:
Eventueel andere gezinsleden ondersteunen in hun rouw.
Uw patiënt is aangemeld voor behandeling bij:
Psycho-trauma.
De gemiddelde wachttijd voor deze behandeling bedraagt:
Behandeling gelijk gestart.”