Op zaterdag 21 juli 2012 is de jongste zoon van [betrokkene 2] jarig en wordt zijn verjaardag gevierd in de woning van [betrokkene 2] te Veenendaal. Op deze verjaardag zijn verdachte, [medeverdachte] , [betrokkene 2] en [betrokkene 4] (de broer van [betrokkene 2] en daarmee de oom van [medeverdachte] ) aanwezig. [betrokkene 4] hoort die dag dat [medeverdachte] “verkracht” dan wel “aangerand” zou zijn door [slachtoffer] . [medeverdachte] vertelde dat [slachtoffer] haar nog steeds lastig zou vallen met sms’jes dan wél via Facebook, in ieder geval telefonisch. Op enig moment rijden verdachte, [medeverdachte] , [betrokkene 2] en [betrokkene 4] naar de woning van [medeverdachte] aan de Halsteren straat 165 te Arnhem. [betrokkene 4] bestuurt de auto. Vanuit de auto telefoneert [medeverdachte] met [slachtoffer] . Zij vraagt [slachtoffer] om naar haar woning te komen. Via Facebook heeft [medeverdachte] [slachtoffer] op de mouw gespeld dat het uit is met haar vriend.
Uit de telefoongegevens van het toestel van verdachte blijkt dat er op 21 juli 2012 verschillende keren contact is geweest tussen het telefoonnummer van verdachte en het nummer van [slachtoffer] . Ook is er diezelfde dag een instant message verstuurd met het toestel van verdachte naar ‘ [medeverdachte] ’ (het hof begrijpt: [medeverdachte] ) met de tekst: “Ik laat hem niet uitpraten.”
Wanneer het viertal arriveert bij de woning van [medeverdachte] , gaat deze als eerste naar boven. Verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 4] blijven beneden wachten. Vervolgens telefoneert [medeverdachte] met [betrokkene 4] . Het hof gaat er van uit dat [medeverdachte] heeft willen controleren of de kust veilig was en dat zij, toen zij zag dat [slachtoffer] nog niet was gearriveerd, verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 4] naar boven liet komen. Het hof acht niet aannemelijk dat de drie mannen om een andere reden niet meteen mee naar de woning van [medeverdachte] zijn gegaan.
De drie mannen gaan vervolgens de woning van [medeverdachte] binnen en gaan naar de slaapkamer. In de slaapkamer bevindt het drietal zich buiten het zicht van mensen die zich in de woonkamer zouden bevinden. Verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 4] vermommen zich dan wel maken zich onherkenbaar.
Kort na de binnenkomst van [slachtoffer] stormen verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 4] de slaapkamer uit, de woonkamer in. Zij gaan gedrieën [slachtoffer] te lijf waarbij zij op [slachtoffer] inslaan en inschoppen. Daarbij wordt [slachtoffer] ook tegen zijn hoofd getrapt en geschopt.
Door één van de klappen van verdachte op het hoofd van [slachtoffer] , gaat [slachtoffer] door zijn knieën. Volgens verdachte is [slachtoffer] dan “knock-out”. Nadat hij is afgetuigd, is het slecht met hem gesteld. Hij zit onder het bloed. Verdachte zelf verklaart dat [slachtoffer] er niet uitzag. [slachtoffer] ligt uitgevloerd op de grond. Nadat het geweld tegen [slachtoffer] is gestopt, maken verdachte, [medeverdachte] , [betrokkene 2] en [betrokkene 4] eerst de woning gedurende geruime tijd schoon. [slachtoffer] wordt in een laken of dekbedhoes gewikkeld en naar beneden afgevoerd. [medeverdachte] gaat op de uitkijk staan om te kijken of de kust veilig is. [slachtoffer] wordt in de kofferbak van de auto van [betrokkene 4] gelegd. Hij is dan als het ware meer dood dan levend. De auto staat geparkeerd voor de flat van [medeverdachte] . Er zijn plastic zakken in de auto van [betrokkene 4] gelegd. Het hof gaat ervan uit dat dit is gedaan om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk sporen in die auto achter zouden blijven. In de auto bevinden zich vier personen: [betrokkene 2] en [betrokkene 4] , verdachte en [slachtoffer] . Vervolgens rijdt de auto via de Pleyroute naar Rheden, waar de ernstig gewonde [slachtoffer] wordt gedumpt op een afgelegen plek in een bos bij de Snippendaalseweg, nabij de plaats waar in het verleden een asielzoekerscentrum was gevestigd. In de ochtend van 22 juli 2012 wordt [slachtoffer] gevonden door een toevallige voorbijganger. Bij [slachtoffer] zijn de volgende verwondingen geconstateerd:
- zeer forse kneuzingen in het gelaat;
- een gebroken neus;
- enkele afgebroken snijtanden;
- onderkoeling;
- een bloeduitstorting in de oorschelp;
- blauwe plekken op buik en benen;
- schaafwonden op de knieën;
- coiling (verstopping) van de miltslagader.
Als [slachtoffer] een uur later gevonden zou zijn, zou hij zijn overleden ten gevolge van inwendige bloedingen.