Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
mr. R.E.C.M. Niessen
Advocaat-Generaal
1.Inleiding
1.Inleiding
2.Herzieningsverzoek belanghebbende
3.Herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak
4.Niet-ontvankelijkverklaring in de oorspronkelijke zin
5.Niet-ontvankelijk in de zin van artikel 80a Wet RO
7.Toepassing artikel 80a Wet RO door de fiscale sector van de Hoge Raad
8.Beschouwing over de toepassing van artikel 80a Wet RO in belastingzaken
9.Beoordeling herzieningsverzoek
10.Conclusie
2.Herzieningsverzoek belanghebbende
3.Herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak
BNB2010/140. [13] In deze zaak had de Hoge Raad op 5 oktober 2007 arrest gewezen, [14] waartegen de belanghebbende in 2008 een verzoek tot herziening richtte. Bij arrest van 12 december 2008 heeft de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft belanghebbende een verzoek tot herziening gedaan betreffende deze twee arresten. De Hoge Raad heeft op 26 februari 2010 het (tweede) herzieningsverzoek – voor zover gericht tegen het arrest gewezen op het eerste herzieningsverzoek, niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad overwoog:
BNB2010/140 heeft de Hoge Raad met zijn oordeel – dat geen herziening mogelijk is ten aanzien van een uitspraak op een verzoek tot herziening – aangesloten bij een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB), waarin onder meer is geoordeeld: [15]
BNB2013/8 had de belanghebbende ten aanzien van een tweede verzoek om herziening dezelfde gronden aangevoerd als in zijn eerste verzoek tot herziening van een arrest. De Hoge Raad oordeelde dat onherroepelijkheid van de beslissing op het eerste herzieningsverzoek meebrengt dat die (herhaalde) gronden niet tot herziening konden leiden. Daarnaast is de Hoge Raad ingegaan op de beperkte toetsing van feiten in cassatie: [16]
Pieterse en Schreinemachersmerken over een herhaald herzieningsverzoek op: [18]
4.Niet-ontvankelijkverklaring in de oorspronkelijke zin
Feteriszijn de volgende gronden onderscheiden die kunnen leiden tot niet-ontvankelijkheid: [23]
Feterisonder nr. vier genoemde grond (het niet in acht nemen van bepaalde formele voorwaarden) betreft verscheidene formele bepalingen, waarvan de niet-naleving tot niet-ontvankelijkheid kan [30] leiden. [31] Zo onderscheidt
Feteris: [32]
BNB2010/309 heeft de Hoge Raad de ontvankelijkheidsvraag (ten aanzien van het bezwaar van belanghebbende) laten rusten, ditmaal in verband met het belang van inhoudelijke behandeling van andere gevallen en mede om redenen van proceseconomie. [43] In HR
BNB2011/18 bediende de Hoge Raad zich van een soortgelijke overweging, naast het oordeel dat belanghebbende geen belang (meer) had bij een beslissing op zijn cassatieberoep: [44]
5.‘Niet-ontvankelijk’ in de zin van artikel 80a Wet RO
BNB2012/295 onder meer rechtsoverwegingen gewijd aan de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 80a Wet RO, de vereisten van dit artikel en de rechtsgevolgen na toepassing daarvan. [60] De Hoge Raad overwoog in dit arrest onder meer het navolgende:
BNB2012/295 heeft A-G Vellinga het volgende geschreven over het begrip ‘niet-ontvankelijk’: [61]
BNB2013/50) kwam de belanghebbende onder meer op tegen de legitimiteit van de regeling van de heffingsrente. De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De Hoge Raad gebruikte de volgende standaardformulering (die thans nog in fiscale zaken wordt toegepast indien een cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard in de zin van artikel 80a Wet RO):
BNB2013/51) was herziening gevraagd van een arrest van de Hoge Raad waar hij het cassatieberoep van belanghebbende (ter zake van aanslagen onroerende-zaakbelastingen) onder verwijzing naar artikel 81 Wet Pro RO had verworpen. [72]
Van Eijsdenschrijft in zijn noot bij
BNB2013/51: [78]
A-G Vellingasignaleert
Feterisdat de niet-ontvankelijkverklaring op inhoudelijke gronden lijkt te zijn afgeleid uit artikel 35 EVRM Pro: [79] , [80]
Van Eijsdendenkt dat met de mogelijkheid tot niet-ontvankelijkverklaring in artikel 80a Wet RO voor de afdoening van ‘kansloze’ herzieningsverzoeken geen gebruik meer zal worden gemaakt van artikel 8:54 Awb Pro: [83]
V-Nbetoogt naar aanleiding van een actualisering van het overzichtsarrest van de Strafkamer van de Hoge Raad over artikel 80a Wet RO [86] dat ook de Belastingkamer van de Hoge Raad zich in een overzichtsarrest zou moeten uitlaten over het toepassingsbereik van artikel 80a Wet RO in fiscale zaken: [87]
Niet-ontvankelijkverklaring in oorspronkelijke zin en niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 80a Wet RO
klaarblijkelijkniet tot cassatie kunnen leiden impliceert immers dat een inhoudelijke toets heeft plaatsgevonden, evenals de zinsnede dat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld
klaarblijkelijkonvoldoende belang heeft bij het ingediende cassatieberoep. [92]
7.Toepassing artikel 80a Wet RO door de Belastingkamer van de Hoge Raad
-voorstellen en -discussies verwijderd. In elke zaak is wel de grond voor het advies van het beoordelend WB-lid bekend, maar kan de zienswijze van de Raad niet worden gekend.
feitenten aanzien van de begrippen ‘gezamenlijke huishouding’ en het ‘hervatten van wederzijdse zorg’. Op grond van artikel 80, lid 1, WWB staat cassatie open tegen uitspraken van de CRvB ter zake van een schending of verkeerde toepassing van artikel 3, lid 2 t/m 5, WWB. Belanghebbende heeft in cassatie niet geklaagd over een schending of verkeerde toepassing van het begrip ‘duurzaam gescheiden leven’.
artikel 8:54 Awb Pro niet-ontvankelijk verklaard. Het gebrek (het versturen van de nota naar het verkeerde adres) is volgens de rechtbank geheeld doordat de gemachtigde de herinneringsnotie persoonlijk heeft ontvangen.
31 december 2016 in 612 zaken artikel 80a Wet RO toegepast. [108] In 2012 was dit het geval in vijf van de 1081 uitgesproken zaken (dus in 0,46% van de gevallen). In 2013 is 132 keer artikel 80a Wet RO toegepast, op 888 uitspraken dat jaar is dat in circa 15% van de zaken. In 2014 werd 16% van de behandelde zaken niet-ontvankelijk verklaard op basis van artikel 80a Wet RO (162 van de 1000 zaken). In 2015 is in 20,7% van de behandelde zaken niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 80a Wet RO uitgesproken, te weten in 165 van de 796 zaken. In 2016 is 17% van de behandelde zaken met artikel 80a Wet RO afgedaan (te weten in 148 van de 865 zaken waarin arrest is gewezen).
8.Gemachtigden in cijfers
Zonder gemachtigde
9.Beschouwing over de toepassing van artikel 80a Wet RO in belastingzaken
en detailaan in welke opzicht de rechts- en/of motiveringsklachten tekort schieten. Het voorstel impliceert dus een middenweg tussen in feite helemaal niet motiveren en volledig motiveren. Dat betekent ook dat het glas half leeg moge zijn maar dat het ook half vol is, en dat het dus voor de cassatierechter een middel kan vormen om zijn dienstverlening te optimaliseren.
10.Beoordeling herzieningsverzoek
BNB2010/140 niet met succes herziening kan worden gevraagd van een arrest waarin is geoordeeld over een verzoek tot herziening. [137]
artikel 80a Wet RO worden afgedaan. [144]