Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof het aanhoudingsverzoek namens de verdachte op de zitting van 22 januari 2016 op ontoereikende gronden heeft verworpen. Gesteld wordt dat het hof onvoldoende aandacht heeft gehad voor het aanwezigheidsrecht van de verdachte en in zijn beslissing geen inzicht heeft gegeven op welke wijze de belangen van de verdachte zijn meegewogen.
’ [betrokkene] (Hof Arnhem-Leeuwarden)
tweede middelbevat de klacht dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep wegens – kort gezegd – een gebrek in de volmacht als bedoeld in art. 450 Sv Pro.
derde middelbevat de klacht dat de achterkant van de akte van uitreiking behorende bij de appeldagvaarding in het ongerede is geraakt zodat niet kan blijken dat de dagvaarding daadwerkelijk is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank, zoals vereist in artikel 588, derde lid, sub c, Sv. Dat de verdachte wel op de hoogte is geraakt van de zittingsdatum maakt dat niet anders.