Conclusie
“van het plegen van witwassen een gewoonte maken”veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 216 uren, subsidiair 108 dagen vervangende hechtenis.
,- en € 414,15.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor het plegen van gewoontewitwassen, waarbij onder meer contante geldbedragen van €3.481,- en €92.474,83 ten laste werden gelegd. Het hof sprak verdachte partieel vrij van het witwassen van deze geldbedragen, omdat niet kon worden uitgesloten dat deze afkomstig waren uit een door verdachte zelf begaan misdrijf.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie omtrent de kwalificatie-uitsluitingsgrond bij witwassen, waarbij het verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen die onmiddellijk afkomstig zijn uit een eigen misdrijf niet strafbaar is, tenzij ook het verbergen of verhullen van de criminele herkomst wordt bewezen. Het hof heeft kennelijk deze rechtspraak willen toepassen, maar heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de bedragen onmiddellijk uit een eigen misdrijf zouden stammen.
De enkele omstandigheid dat het niet kan worden uitgesloten dat de bedragen uit een eigen misdrijf afkomstig zijn, is onvoldoende. Bovendien is het hof voorbijgegaan aan het feit dat naast het verwerven en voorhanden hebben ook het overdragen, omzetten en gebruikmaken van de geldbedragen ten laste is gelegd, zonder nadere motivering.
De Hoge Raad stelt ook vast dat een geslaagd beroep op de kwalificatie-uitsluitingsgrond niet leidt tot vrijspraak maar tot ontslag van rechtsvervolging. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde berechting in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.