Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof zijn afwijzende beslissing op het door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep gedane verzoek tot het doen plaatsvinden van een schriftelijke conclusiewisseling onvoldoende met redenen heeft omkleed.
kanworden voorafgegaan door een schriftelijke conclusiewisseling. De rechter is niet verplicht een schriftelijke conclusiewisseling te doen plaatsvinden. Nu de mogelijkheid tot het gelasten van een schriftelijke conclusiewisseling is gericht op het bewerkstelligen van een zo efficiënt mogelijk ingerichte procesgang, meen ik dat de rechter veel vrijheid toekomt bij de beoordeling of een schriftelijke ronde dient plaats te vinden. Het niet doen plaatsvinden van een schriftelijke ronde doet bovendien geen afbreuk aan de verdedigingsrechten van de betrokkene. De desbetreffende rechten kunnen immers ter terechtzitting worden uitgeoefend.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof het verzoek tot het horen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen.
derde middelbevat de klacht dat het hof in strijd met art. 422, tweede lid, Sv in zijn arrest heeft vermeld dat het is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, zonder te vermelden op welke terechtzittingen in eerste aanleg het daarbij het oog heeft gehad.
vierde middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat de op de rekeningen van de rechtspersonen [B] B.V. en [C] B.V. gestorte geldbedragen kunnen worden aangemerkt als door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel.
LJN2012/438.
vijfde middelbevat de klacht dat het oordeel van het hof dat niet aannemelijk is geworden dat er daadwerkelijk juridische adviezen zijn gegeven niet begrijpelijk is.