Conclusie
corporate guaranteein te roepen en conservatoire maatregelen te treffen. Het hof heeft, oordelend in kort geding, het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd, daarbij zijn oordeel afstemmend op het inmiddels in eerste aanleg gewezen vonnis van de bodemrechter waarin onder meer voor recht is verklaard dat Intralot Leasing haar betalingsverplichtingen uit de overeenkomst jegens Econocom is nagekomen en dat Econocom niets meer te vorderen heeft van Intralot uit hoofde van de overeenkomst en verder dat de betreffende garanties zijn vervallen met als gevolg dat Econocom daarop geen aanspraak meer kan maken. Econocom heeft tegen dat bodemvonnis hoger beroep ingesteld.
sale and lease backconstructie.
Appendix BCR-130311on the basis of a “sale and lease back" agreement according to
Appendix(
BCR- 131306);
exclusive ofVAT (to be referred hereinafter as ‘
Investment Value’). Payment of the Investment Value by Econocom to Intralot Operations shall be made the latest by April 15th, 2013, against the issuance of the relevant invoice, provided that the conditions set forth under article 7 for payment have been met.
exclusive ofVAT for the initial lease period shall be paid in fortytwo(42) equal monthly instalments of Euro seven hundred and ninety thousand (€790.000,--)
exclusiveof VAT (hereinafter the “
Lease Instalments”). If the TRO option is exercised by Intralot Leasing, the total lease price shall be changed in accordance with the agreement of the parties [...]
Euro two million seven hundred ten thousand (€2.710.000)shall be set-off against
Investment Valueunder the Sale and Lease Back Agreement between the parties. [...]
corporate guaranteeter waarde van € 30.680.000,00.
31-12-2016.
31-12-2016.
sale and lease backvan loterijapparatuur voor de staatsloterij van Ohio. In het zicht van het einde van de overeenkomst bleek dat partijen van mening verschilden over (onder meer) de duur daarvan: volgens Econocom bedroeg deze 48 maanden, maar volgens Intralot 42 maanden. Intralot is na 42 maanden gestopt met het betalen van de leasetermijnen en heeft de haar contractueel toegezegde koopoptie uitgeoefend. Econocom meent dat haar nog (minimaal) 6 maanden huur toekomt en dat zij eigenaar is gebleven van de geleasede apparatuur.
corporateen bank-) garanties in te roepen.
corporate guaranteein te roepen; totdat in kracht van gewijsde gegaan vonnis zal zijn geoordeeld dat Intralot nog betalingsverplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft. De reconventionele vorderingen heeft de voorzieningenrechter afgewezen.
corporate guaranteemet ingang van 1 juli 2016 is vervallen met als gevolg dat Econocom daarop geen aanspraak meer kan maken;
stop payment orderte doen intrekken en (b) Intralot Leasing te verbieden op enige wijze te beletten dat Société Générale tot betaling onder de ten behoeve van Econocom gestelde bankgarantie overgaat, beide op straffe van een dwangsom. [6]
3.Bespreking van het cassatieberoep
Inleiding
Staat/NVV c.s.uit 2000 was H.J. Snijders positief over de ratio van (dit regime dat pas in latere rechtspraak is aangeduid als) de afstemmingsregel, [12] maar wees hij ook op de beperkingen die deze ratio (mogelijk) stelt:
Yukos/Promneftstroyuit 2011 positief over de afstemmingsregel en de verhouding tussen bodemprocedure en kort geding:
nietgebonden aan de inhoudelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan het oordeel van de bestuursrechter over dat besluit. [23] Het beginsel van formele rechtskracht brengt gebondenheid aan dergelijke overwegingen niet met zich mee. Indien een voorlopige voorziening wordt gevraagd in een geval waarin mede feiten van belang zijn die in het oordeel van de bestuursrechter zijn betrokken, dient de civiele rechter zich dus zelfstandig een oordeel te vormen over die feiten. [24]
Rabobank/Rollecate. [25] Die stand is sindsdien op alle wezenlijke punten onveranderd gebleven. [26] Ik beperk mij daarom met het oog op de klachten in de onderhavige zaak tot de volgende inleidende opmerkingen.
sui generis, waarvan de inhoud wordt bepaald door overeenkomst, rechtspraak en gewoonte. [27] De bankgarantie wordt vaak omschreven als een verbintenisrechtelijke zekerheidsfiguur in de vorm van een garantie die door een derde wordt gegeven en die ertoe dient dat de nakoming van de verplichtingen van een partij jegens haar wederpartij zeker wordt gesteld. [28]
on first demand. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat de begunstigde door het inroepen van de garantie op eenvoudige wijze betaling kan bewerkstellingen, en dat het daarna op de weg van de opdrachtgever ligt om in discussie te treden over de vraag of de begunstigde wel gerechtigd was tot ontvangst van de betaling (‘eerst betalen, dan praten’). [30]
Haviltex-maatstaf [36] ). [37] Daarbij is de aard van de verplichting van de bank doorslaggevend en niet zozeer het gebruik van bepaalde termen. [38]
corporate guarantee) een betalingsverplichting bevat die zelfstandig is ten opzichte van de onderliggende rechtsverhouding, hetgeen meebrengt dat verweren ontleend aan de onderliggende rechtsverhouding in beginsel niet in de weg kunnen staan aan de vordering tot betaling uit hoofde van de garantie indien aan de voorwaarden van de garantie is voldaan. Gelet op de aard van de abstracte garantie, de functie van abstracte garanties in het handelsverkeer en de positie van de bank (of andere verstrekker van de garantie) is een strikte toepassing van de in de garantie gestelde voorwaarden geboden. Een uitzondering is mogelijk op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, bijvoorbeeld in het geval van bedrog of willekeur aan de zijde van de begunstigde. [39]
corporate guaranteein de weg staat).
corporate guarantee. Wat mij betreft heeft de voorzieningenrechter zijn oordeel daar terecht op afgestemd. Ik licht dat toe.
corporate guaranteemet ingang van 1 juli 2016 is vervallen met als gevolg dat Econocom daarop geen aanspraak meer kan maken;
stop payment orderte doen intrekken en (b) Intralot Leasing te verbieden op enige wijze te beletten dat Société Générale tot betaling onder de ten behoeve van Econocom gestelde bankgarantie overgaat, beide op straffe van een dwangsom.
corporate guarantee. [41] Dit laatste impliceert dat de bodemrechter (al dan niet terecht) van oordeel is:
corporate guarantee. Als uitgangspunt in dit kort geding heeft immers te gelden dat het hof zijn oordeel over de vraag of de (in eerste aanleg van het kort geding) getroffen verboden om de
corporate guaranteeen de bankgarantie in te roepen in hoger beroep gehandhaafd moeten blijven, moet afstemmen op de eerdere oordelen van de bodemrechter (ongeacht of het vonnis van de bodemrechter in kracht van gewijsde is gegaan).
corporate guarantee. Het hof heeft de regels voor (het beletten van) een beroep op een abstracte garantie niet zelf toegepast (en dus ook niet zelf onderzocht of sprake is van bedrog of willekeur of dat de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid anderszins aan een beroep op de garanties in de weg staan). [45] En ook dat is terecht. Een dergelijk zelfstandig onderzoek door het hof (als voorzieningenrechter), dat door het onderdeel wordt bepleit, zou immers strijdig zijn met de (ratio van de) afstemmingsregel. Bij de bespreking van onderdeel 2 zal ik nader toelichten dat en waarom de afstemmingsregel hier volgens mij onverkort moet worden toegepast.
nog niet in kracht van gewijsde gegaanvonnis in een bodemzaak over de onderliggende rechtsverhouding is beslist dat de opdrachtgever geen betalingsverplichting meer heeft en de begunstigde desalniettemin de garantie(s) inroept. In dat geval heeft het hof volgens het onderdeel miskend dat gelet op de aard van de garanties (‘eerst betalen, dan praten’) pas sprake kan zijn van willekeur (of anderszins beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid) indien de begunstigde de garantie inroept (of zijn beroep erop handhaaft) nadat een dergelijk vonnis
kracht van gewijsde heeft gekregenof indien sprake is van bijkomende omstandigheden die een beroep op de garantie doen afstuiten op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, waarover het hof echter niets heeft vastgesteld. Het inroepen van een bankgarantie bij een legitiem geschil over de uitleg van de onderliggende rechtsverhouding, hetgeen volgens het onderdeel in cassatie ten minste veronderstellenderwijs tot uitgangspunt dient, levert geen bedrog of willekeur op. Juist ook voor gevallen waarin partijen het oneens zijn over de vraag of de onderliggende rechtsverhouding nog een betalingsverplichting inhoudt, beoogt de abstracte garantie zeker te stellen dat de begunstigde zich kan verhalen, waarna de bal (en het verhaalsrisico) bij de opdrachtgever ligt, [46] aldus het onderdeel.
onderdeel 1faalt.
iederekortgedingvordering tot het geven van
iederevoorlopige voorziening. De vordering tot het geven van een verbod op het inroepen van een abstracte garantie vergt dat de afstemmingsregel – die uit de aard der zaak (althans in de onderhavige zaak) betrekking heeft op de onderliggende rechtsverhouding die voor het inroepen van de garantie nu juist niet relevant is – niet, althans niet onverkort, wordt toegepast. De afstemmingsregel geldt niet absoluut en uitzonderingen zijn denkbaar (ook buiten het geval van een misslag of wijziging van omstandigheden), [47] waarbij het onderdeel wijst op de arresten
[.../...] [48] en
[…] /Nidera. [49] Ook bij abstracte garanties is volgens het onderdeel een uitzondering op de afstemmingsregel aangewezen.
corporate guarantee, zie randnummers 3.26 e.v.). Het hof heeft zijn oordeel daar in mijn ogen terecht op afgestemd.
niet(onverkort) zou hebben afgestemd op het eerdere oordeel van de bodemrechter dat Econocom geen beroep kan doen op deze garanties (en in plaats daarvan zelf zou hebben onderzocht of de garanties door Econocom kunnen worden ingeroepen), dan zou dit strijdig zijn geweest met hetgeen aan de afstemmingsregel ten grondslag ligt: dat de rechtsverhouding tussen partijen in een contradictoir gevoerde civiele bodemprocedure, anders dan in kort geding, zo nodig na bewijslevering en rapportage door deskundigen, in beginsel bindend tussen partijen wordt vastgesteld, afgezien van de mogelijkheid daartegen een rechtsmiddel in te stellen. De bodemprocedure is met meer waarborgen omkleed dan het kort geding en heeft daarom het primaat (randnummers 3.3-3.6 hiervoor). Daarbij is nog van belang dat de vraag of sprake is van een abstracte (bank)garantie dan wel een ander type garantie (en daarmee samenhangend of een (bank)garantie voor de uitgevende partij beroep op de achterliggende overeenkomst al dan niet uitsluit) door uitleg van de garantieverklaring moet worden vastgesteld (hiervoor randnummer 3.20). Het niet afstemmen op het oordeel van de bodemrechter en/of bedoeld zelfstandig onderzoek door het hof zou de facto een (verkapt) rechtsmiddel zijn tegen het vonnis van de bodemrechter, hetgeen onwenselijk is.
[.../...]en
[…] /Nideragaat niet op. Dat de afstemmingsregel toepassing mist indien de voorzieningenrechter moet beslissen over een vordering tot opheffing van een conservatoir beslag op de grond dat de vordering tot verzekering waarvan dat beslag is gelegd door de bodemrechter in eerste aanleg is afgewezen in het geval tegen dat vonnis hoger beroep is ingesteld, berust op het systeem van de wet en de tekst van art. 704 en Pro 705 Rv, de parlementaire geschiedenis van deze bepalingen en de rechtspraak van Uw Raad in dit verband. Deze argumenten doen hier niet ter zake. Het onderdeel erkent dat ten aanzien van de abstracte garantie geen beroep op het systeem van de wet en de parlementaire geschiedenis kan worden gedaan. [50] Het onderdeel beroept zich op het (uit rechtspraak van Uw Raad volgende) karakter van abstracte garanties (‘eerst betalen, dan praten’) en de functie van abstracte garanties in het internationale handelsverkeer, die een uitzondering op de afstemmingsregel zouden rechtvaardigen. Hierna licht ik toe waarom dit betoog in mijn ogen niet opgaat.
KB-Luxvolgt dat, in een geval waar de voorzieningenrechter zijn oordeel moet afstemmen op het oordeel in de bestuursrechtelijke bodemprocedure, ruimte is voor differentiatie ten aanzien van het oordeel van de bodemrechter over de geldigheid van een besluit en diens oordeel over geschilpunten die niet die geldigheid betreffen. [52] Op dezelfde wijze dient volgens het onderdeel de voorzieningenrechter in een geval als het onderhavige te differentiëren en slechts zijn oordeel af te stemmen op een beslissing van de bodemrechter dat sprake is van bedrog of willekeur (of anderszins omstandigheden die maken dat het beroep op de garantie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is).
corporate guarantee. Het hof heeft zijn beslissing over (handhaving van) de verboden tot het inroepen van deze garanties daar volgens mij terecht op afgestemd (zie de bespreking van onderdeel 1).
KB-Luxgaat wat mij betreft niet op. Het niet onverkort van toepassing zijn van de afstemmingsregel bij een (civiele) vordering in kort geding ten aanzien van een uitspraak van de bestuursrechter, houdt verband met de bevoegdheidsverdeling tussen de civiele rechter en de bestuursrechter en het beginsel van formele rechtskracht. Het betreft dus een heel andere situatie dan in onze zaak, waar een dergelijke bevoegdheidsverdeling en het beginsel van formele rechtskracht niet speelt.
[.../...] [53] en
[…] /Nidera [54] dient volgens het onderdeel ook bij de beoordeling van een vordering tot het opleggen van een verbod tot het treffen van conservatoire maatregelen een belangenafweging plaats te vinden, waarbij het vonnis in de bodemprocedure slechts één van de mee te wegen omstandigheden is. [55] Econocom heeft aangevoerd (i) dat daarbij hoge eisen moeten worden gesteld, zeker omdat het om een verbod met extraterritoriale werking gaat [56] en (ii) belang te hebben bij het kunnen treffen van conservatoire maatregelen. [57] Het hof heeft een onjuiste maatstaf aangelegd en is ten onrechte en ongemotiveerd voorbijgegaan aan deze stellingen van Econocom, aldus nog steeds het onderdeel.
[.../...] ,de afstemmingsregel toepassing mist indien de voorzieningenrechter moet beslissen over een vordering tot het opleggen van een verbod tot het treffen van een conservatoir beslag op de grond dat de vordering tot verzekering waarvan (mogelijk) dat beslag wordt gelegd door de bodemrechter in eerste aanleg is afgewezen in het geval tegen dat vonnis hoger beroep is ingesteld (vgl. randnummer 3.9). [58]