Conclusie
browse-wrappingnaar Iers recht en of de grondslag onrechtmatige daad na verwijzing buiten de grenzen van de rechtsstrijd valt.
screen scrapingmet als grondslagen schending van haar databanken- en auteursrecht, wanprestatie en onrechtmatige daad. Hof Amsterdam wees de vorderingen af – anders dan de rechtbank, waar het beroep op geschriftenbescherming gehonoreerd werd. Met betrekking tot de gebruiksvoorwaarden van de site van Ryanair oordeelde hof Amsterdam dat het tot derden gerichte verbod tot commercieel gebruik nietig is, veronderstellenderwijs aannemend dat de voorwaarden toepasselijk zijn. Volgens het hof mag namelijk niet ten nadele van de rechtmatige gebruiker worden afgeweken van art. 24a lid 1 Auteurswet (hierna: Aw). Nadat dit oordeel na prejudiciële verwijzing onhoudbaar was gebleken, heeft Uw Raad het Amsterdamse hofarrest gecasseerd, met verwijzing van de zaak naar hof Den Haag.
www.ryanair.com. Onderaan de beginpagina van de website is vermeld:
“Use of this site is subject to the Ryanair.com Terms and Conditions”.Deze zinsnede bevat een link naar de
Terms of Use of the Ryanair Website, hierna te noemen: de gebruiksvoorwaarden.
www.wegolo.comen
www.wegolo.nl. Op deze websites kunnen consumenten (via het zogeheten Elsy Arres-systeem) vluchtgegevens zoeken en prijzen vergelijken van vluchten van zogenaamde ‘lage kosten luchtvaartmaatschappijen’, waaronder Ryanair. De consument kan er vervolgens voor kiezen om PR Aviation te laten bemiddelen bij het boeken van de vlucht bij een dergelijke luchtvaartmaatschappij. Het zoek- en boeksysteem werkt samengevat als volgt:
screen scrapinggenoemd. De gegevens worden vervolgens ingevoerd in de website van PR Aviation, alwaar de door het systeem gevonden vluchten worden getoond aan de consument. In dit overzicht wordt achtereenvolgens bij alle heen- en terugvluchten die aan de zoekcriteria voldoen het volgende vermeld: het geldende tarief, de prijs (het geldende tarief met toeslagen), de vertrek- en aankomstplaatsen en de vertrek- en aankomsttijden;
browse-wrappingen
click-wrapping. Een
click-wrapovereenkomst is volgens het hof een overeenkomst die een aanvaardingshandeling van de website-gebruiker vereist, zoals een klik op de knop met een tekst ‘ik ga akkoord met de voorwaarden’ of het aanvinken van een vakje naast een dergelijke tekst. Deze voorwaarden kunnen dan worden geraadpleegd door te klikken op een hyperlink, waardoor zich een nieuw venster opent waarin de voorwaarden worden medegedeeld; zij kunnen dan ook worden opgeslagen en/of afgedrukt. Volgens het
browse-wrappingconcept is geen specifieke aanvaardingshandeling vereist. Op de (beginpagina van de) website wordt alleen melding gemaakt van bepaalde voorwaarden, die via een hyperlink kunnen worden geraadpleegd in een nieuw venster. Dit concept berust op de gedachte dat een website-gebruiker gebonden is aan deze voorwaarden wanneer hij gebruik maakt van de website door verder te gaan dan de beginpagina (rov. 32). Het hof is na een beoordeling van de stellingen tot de conclusie gekomen dat de website van Ryanair tot begin 2011 met
browse-wrappingwerkte en daarna met
click-wrapping. Dit betekent dat Ryanair in de relevante periode (2004 tot en met 11 augustus 2010) alleen met
browse-wrappingwerkte (rov. 33-41).
browse-wrapping(rov. 42). Voor het beantwoorden van deze vraag moet eerst worden vastgesteld welk recht van toepassing is (rov. 43). Het toepasselijke recht kan op basis van het EVO [9] (periode van 2004 tot 17 december 2009) respectievelijk de Rome I-Verordening [10] (periode na 17 december 2009) worden bepaald (rov. 44). Volgens art. 8 EVO Pro en art. 10 Rome Pro I-Verordening worden het bestaan en de geldigheid van (een bepaling van) een overeenkomst beheerst door het recht dat ingevolge het EVO respectievelijk de Rome I-Verordening toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn (rov. 45). Ryanair beroept zich op de rechtskeuze(s) in art. 7 van Pro haar gebruiksvoorwaarden (rov. 46). In de periode voor 2009 was daarin een rechtskeuze voor Engels recht opgenomen en in het tijdvak van begin 2009 tot en met 11 augustus 2010 is een rechtskeuze voor Iers recht vermeld (rov. 47-54). De advocaten van beide partijen hebben bij het pleidooi desgevraagd te kennen gegeven dat het Engelse recht, indien dat van toepassing mocht zijn, hun inziens gelijkluidend is aan het Ierse recht, met het verzoek dan Iers recht toe te passen (rov. 55).
browse-wrappingzijn overeengekomen (rov. 56.). Volgens art. 3 lid 4 jo Pro. art. 8 EVO Pro (art. 3 lid 5 jo Pro. art. 10 Rome Pro I-Verordening) worden het bestaan en de geldigheid van een rechtskeuze beheerst door het recht dat toepasselijk zou zijn indien de rechtskeuze geldig zou zijn (rov. 58). Dit betekent dat naar Iers recht moet worden beoordeeld of de rechtskeuzes in de voorwaarden zijn overeengekomen door
browse-wrapping(rov. 59). Ryanair heeft een
legal opinionvan haar Ierse advocaat M. Hayden SC overgelegd. Verder beroept zij zich op vier uitspraken van de Ierse rechter (rov. 60-62). Naar het oordeel van het hof kan niet worden gezegd dat een
browse-wrapdoctrine in het Ierse recht is opgenomen (rov. 63-71). Dit betekent dat het aankomt op de algemene beginselen van het Ierse contractenrecht (rov. 72-73). Een aanvaarding is naar Iers recht in beginsel niet geldig indien een op aanvaarding gerichte wil ontbreekt. Aangenomen moet worden dat PR Aviation niet wilde aanvaarden (rov. 75). Gedrag kan naar Iers recht ook aanvaarding van een aanbod meebrengen. Hiervoor geldt het zogeheten
‘objective principle’. In deze zaak is de vraag of, objectief gezien, een redelijk persoon denkt dat PR Aviation de (rechtskeuze in de) gebruiksvoorwaarden wilde accepteren door gebruik te maken van de website van Ryanair (rov. 76-78). Die vraag beantwoordt het hof in dit geval ontkennend (rov. 79-81). Naar Iers recht is daarom geen sprake van een (rechtskeuze-)overeenkomst tussen partijen (rov. 82). Het hof overweegt onder meer:
acceptance) kan in zo’n geval niet worden aangenomen. De omstandigheden dat PR Aviation wist of moest weten van deze gebruiksvoorwaarden, dat zij een professionele partij is, dat zij zelf ook via
browse-wrappinggebruiksvoorwaarden gebruikt(e) op haar eigen website (zie rov. 3.9 hiervoor), en dat PR Aviation naderhand expliciet is gewezen op de gebruiksvoorwaarden van Ryanair, zoals bij brief van 11 januari 2008 (vgl. rov. 3.10 en 98), doen daar niet aan af. Deze omstandigheden – ieder voor zich en ook indien tezamen genomen – kunnen immers niet met zich brengen dat, objectief gezien, een redelijk persoon denkt dat PR Aviation (de rechtskeuze in) de gebruiksvoorwaarden wilde aanvaarden.
“Door opDaar gaan we
te klikken ga ik akkoord met de Gebruiksvoorwaarden van de Ryanair-website”, welke voorwaarden door middel van een hyperlink kunnen worden geraadpleegd. Dat is een schoolvoorbeeld van een
click-wrapovereenkomst. Zou PR Aviation bij haar bezoek aan de website (langs geautomatiseerde weg) op deze knop hebben gedrukt om de gegevens te verzamelen, dan lijkt voor de hand te liggen om aan te nemen dat sprake zou zijn geweest van aanvaarding van de (rechtskeuze in de) gebruiksvoorwaarden. Over de vraag of dat naar Iers recht inderdaad het geval is, hoeft het hof zich niet uit te laten. In de onderhavige zaak is immers alleen
browse-wrappingaan de orde.”
browse-wrapping(rov. 94).
2.Bespreking van het cassatieberoep
subonderdeel 1.1moeten EU-lidstaten op grond van art. 9 lid 1 van Pro de e-Commercerichtlijn ervoor zorgen dat hun rechtsstelsels het sluiten van contracten langs elektronische weg mogelijk maken. De lidstaten moeten zich er met name van vergewissen dat de regels voor de totstandkoming van contracten geen belemmering vormen voor het gebruik van langs elektronische weg gesloten contracten en er ook niet toe leiden dat dergelijke contracten zonder rechtsgevolg blijven. Het oordeel van het hof is volgens de klacht daarmee onverenigbaar, omdat dat in essentie inhoudt dat een aanbod voor het sluiten van een overeenkomst niet vatbaar is voor aanvaarding door middel van
browse-wrapping. Naar het oordeel van het hof kan aanvaarding niet worden aangenomen in de omstandigheden die zijn beschreven in rov. 79. Daaraan doen volgens het hof niet af de omstandigheden dat PR Aviation wist of moest weten van de gebruiksvoorwaarden, dat zij een professionele partij is, dat zij zelf ook via
browse-wrappinggebruiksvoorwaarden gebruikt(e) op haar eigen website en dat PR Aviation naderhand is gewezen op de gebruiksvoorwaarden van Ryanair. Dit komt volgens de klacht neer op een algehele verwerping van
browse-wrappingals wijze van totstandkoming.
browse-wrappingals wijze van totstandkoming dat in Ierland, Nederland en de rest van Europa geaccepteerd wordt dat aanvaarding ook in één of meer gedragingen besloten kan liggen. Dit blijkt onder meer uit rov. 76 van de bestreden uitspraak, art. 3:37 lid 1 BW Pro en art. 4:204 van Pro de
Draft Common Frame of Reference. Verder is
browse-wrappingin andere jurisdicties wel aanvaard als geldige wijze van totstandkoming. Ryanair verwijst ter onderbouwing naar een uitspraak in de zaak
Century 21 v. Zoocasavan de Canadese
Supreme Court of British Columbia [12] .
browse-wrapping– naar Ryanair aan de hand van voorbeelden [13] en rechtsvergelijking [14] heeft betoogd – in de huidige tijd een maatschappelijk en commercieel gebruikelijke en algemeen aanvaarde manier is om voorwaarden te stellen aan het gebruik van een website die informatie publiek toegankelijk maakt. Volgens Ryanair mag van een professionele partij, die bekend is met de gebruiksvoorwaarden van haar wederpartij, – en die zelfs haar eigen voorwaarden op dezelfde wijze, namelijk via
browse-wrapping, gebruikt [15] – worden verwacht dat zij ofwel die gebruiksvoorwaarden respecteert en naleeft ofwel niet langer gebruik maakt van de website van haar wederpartij.
jegens de overheiddirect beroepen op een onvoorwaardelijke en voldoende nauwkeurige Richtlijn als de overheid heeft nagelaten deze tijdig en correct in nationaal recht om te zetten. De gedachte daarbij is dat de overheid geen voordeel mag hebben van schending van Unierecht [18] .
browse-wrappingin strijd is met art. 9 lid 1 van Pro de e-Commercerichtlijn. Het gaat in deze zaak echter om een geschil tussen private partijen. Er is als ik het goed zie geen grondrecht als bedoeld in het Handvest van de Europese Unie in het geding. Het is dus niet mogelijk direct een beroep op de Richtlijn te doen.
ACI Adam/Thuiskopie [27] en het eerdere arrest van Uw Raad van 17 januari 2014 in onze zaak. In deze arresten heeft Uw Raad (art. 10 lid 1 onder Pro 1° en art. 16c van) de Nederlandse Auteurswet evenwel uitgelegd conform de Auteursrechtrichtlijn en de Databankenrichtlijn. Het gaat in die arresten dus niet om de verhouding tussen een richtlijn en recht van een
vreemde staat.
Deze bepaling verplichtte de lidstaten in feite hun nationale wetgeving door te lichten teneinde daaruit de bepalingen te verwijderen die het sluiten van contracten langs elektronische weg zouden kunnen verhinderen. Veel lidstaten hebben in hun wetgeving een horizontale bepaling opgenomen die inhoudt dat langs elektronische weg gesloten contracten dezelfde rechtsgeldigheid hebben als op meer "traditionele" wijze gesloten contracten.Met name wordt, met betrekking tot voorschriften in de nationale wetgeving volgens welke contracten "schriftelijk" moeten worden gesloten, in de omzettingswetgeving van de lidstaten duidelijk bepaald dat elektronische contracten aan dat voorschrift voldoen.” [Onderstreping A-G]
De richtlijn treedt hiermee niet in de bevoegdheid van lidstaten om te bepalen aan welke eisen moet zijn voldaan voor de totstandkoming van een overeenkomst. Het staat lidstaten vrij om hieraan algemene of specifieke eisen te stellen. De richtlijn bepaalt slechts dat de gestelde eisen ook langs elektronische weg moeten kunnen worden vormgegeven.Eventuele praktische belemmeringen die voortvloeien uit het feit dat in bepaalde gevallen geen elektronische middelen gebruikt kunnen worden, vallen daarentegen buiten het bereik van deze richtlijn.” [Onderstreping A-G]
El Majdoub [34] onze aandacht. In die zaak ging het om algemene voorwaarden met een forumkeuzebeding die door middel van
click-wrappingwaren aanvaard. Naar het oordeel van het Luxemburgse hof is in die situatie voldaan aan het vereiste van een elektronische mededeling volgens art. 23 lid 2 van Pro de Brussel I-Verordening wanneer de tekst van de algemene voorwaarden voor het sluiten van de overeenkomst kan worden afgedrukt en opgeslagen. Het HvJ EU overwoog als volgt:
browse-wrappingals wijze van totstandkoming.
legal opinions(rov. 60-70) tot de slotsom gekomen dat niet kan worden vastgesteld het Ierse recht een
browse-wrapdoctrine kent (rov. 71-72). Volgens het hof gelden zodoende de algemene beginselen van Iers contractenrecht dat sprake moet zijn van een
offer, van
acceptance(waar het in onze zaak om draait), van
considerationen
intention to create legal obligations(rov. 72-73). Het hof heeft onder verwijzing naar twee Ierse handboeken [36] geconcludeerd dat aanvaarding (
acceptance) naar Iers recht in beginsel niet geldig is indien een op aanvaarding gerichte wil ontbreekt (geen
intention to accept). Volgens het hof moet worden aangenomen dat PR Aviation niet wilde aanvaarden (rov. 75 en 79). Het hof overweegt daarna dat aanvaarding naar Iers recht ook in gedragingen (
conduct) besloten kan liggen en dat daarvoor het
objective principlegeldt. Het hof haalt één van de besproken handboeken van Iers contractenrecht aan in rov. 77 voor de omschrijving daarvan: “A person may be bound by his conduct if, objectively speaking, that person conducts himself or herself in such a way that the conduct would indicate to a reasonable person that he or she intends to be bound”. In dat kader moet dus worden beoordeeld of een redelijk persoon denkt dat de gebruiker de voorwaarden wilde aanvaarden (rov. 76-78). Dit klinkt in de oren van een Nederlands-rechtelijk in de wils-vertrouwensleer geschoold civilist niet exotisch [37] (vgl. ook rov. 78 van het bestreden arrest, hiervoor geciteerd in 1.28).
browse-wrappingtot stand kàn komen als sprake is van een op aanvaarding gerichte wil. Verder begrijp ik uit dit oordeel dat het afhankelijk is van de omstandigheden of
browse-wrappingnaar Iers recht effect sorteert indien deze wil ontbreekt. Dan moet immers worden beoordeeld of een redelijk persoon zal denken dat de gebruiker van de website de voorwaarden wilde aanvaarden. Het hof heeft die maatstaf in deze zaak toegepast en heeft daarbij acht geslagen op de omstandigheden van dit geval (waaronder de aard van de gegevens en de hoedanigheid van PR Aviation). Het hof is vervolgens tot het oordeel gekomen dat een redelijk persoon niet zal denken dat PR Aviation de voorwaarden wilde aanvaarden door gebruik te maken van de website (rov. 79-80). Daarmee is de mogelijkheid om naar Iers recht een overeenkomst via
browse-wrappingte sluiten – anders dan Ryanair in subonderdeel 1.1 en in haar s.t. onder 2.23 betoogt – naar mij voorkomt niet in algemene zin verworpen.
browse-wrapping, in het geval een op aanvaarding gerichte wil ontbreekt, naar Iers recht niet altijd effect sorteert. Deze beperking brengt, als ik het goed zie, niet mee dat (het oordeel over) het Ierse recht in strijd is met art. 9 lid Pro 1 e-Commercerichtlijn. Aan een aanvaarding langs digitale weg worden namelijk dezelfde eisen gesteld als in het algemene Ierse contractenrecht (rov. 72-73). Verder geldt ook
offlinedat op een uitdrukkelijke instemming eerder mag worden afgegaan dan op een stilzwijgende instemming die zou kunnen volgen uit de omstandigheden van het geval [38] . Ook kan de gevoelde beperking langs digitale weg met behulp van technische maatregelen worden ondervangen. Het hof verwijst naar de huidige opzet van de website van Ryanair waarbij de gegevens pas worden getoond nadat de voorwaarden zijn aanvaard door op een knop te drukken (rov. 81). Dat de door het hof gekozen uitleg zou meebrengen dat naar Iers recht geen contracten langs digitale weg gesloten kunnen worden, zoals de klacht in wezen betoogt, lijkt mij zodoende niet juist.
browse-wrappingmaatschappelijk en commercieel gebruikelijk en algemeen aanvaard is, kan volgens mij ook niet tot de conclusie leiden dat het hofoordeel over het Ierse recht in strijd is met art. 9 lid Pro 1 e-Commercerichtlijn. De mogelijkheid om naar Iers recht een overeenkomst via
browse-wrappingte sluiten is immers niet in algemene zin of categorisch verworpen, zo hebben we net gezien en verder treedt art. 9 lid 1 van Pro de Richtlijn niet in de nationale regels over de vraag wanneer sprake is van aanbod en aanvaarding (vgl. hiervoor in 2.17). Ook de verwijzing naar de Canadese uitspraak
Century 21 v. Zoocasa [39] in 2.16 e.v. van haar s.t. kan Ryanair om die redenen niet baten. In die Canadese uitspraak is niet geoordeeld dat via
browse-wrappingte allen tijde een overeenkomst tot stand komt. Volgens rov. 107 moet (ook) in Canada op basis van de omstandigheden van het geval worden beoordeeld of sprake is van een aanvaarding [40] . Dat oordeel vindt steun in diverse andere uitspraken van feitenrechters in Canada en de VS [41] .
tweede onderdeelkomt met motiveringsklachten op tegen het oordeel van het hof in rov. 79-81 (hiervoor geciteerd in 1.28) dat het gebruik van de website van Ryanair door PR Aviation geen aanvaarding oplevert van de voorwaarden en bestaat uit drie subonderdelen.
objective principle(vgl. voor een omschrijving hiervoor in 2.19 en voetnoot 37) kan worden vergeleken met het Nederlandse art. 3:35 BW Pro. In dat licht is een gezichtspunt of
browse-wrappingnaar Nederlands recht effect sorteert indien een op aanvaarding gerichte wil ontbreekt. In de Nederlandse literatuur wordt niet zonder meer aangenomen dat
browse-wrapping(altijd) een aanvaarding oplevert. Loos [43] en Jongeneel [44] menen dat het gebruik van een website op zichzelf geen aanvaarding vormt van de algemene voorwaarden waarnaar wordt verwezen. Volgens Van Esch [45] is het maar zeer de vraag of een partij die tijdens een bestelproces niet uitdrukkelijk wordt gevraagd of zij de algemene voorwaarden aanvaardt, door het doorlopen van de bestelprocedure en het plaatsen van de order de wil heeft geuit om de algemene voorwaarden te aanvaarden.
browse-wrappingeffect sorteert. Dat lijkt mij ook. Zij noemen als mogelijke gezichtspunten: de kenbare hoedanigheid van de maker van de website, de doelgroep van de website, het verschuldigd zijn van een tegenprestatie en de overige informatie op de website.
objective principle, daarom niet denken dat PR Aviation, door de website te bezoeken en/of deze gegevens te verzamelen, zich wilde binden aan de gebruiksvoorwaarden die haar verbieden om die gegevens te verzamelen en te gebruiken en ook niet aan de daarin opgenomen rechtskeuze (rov. 79). De omstandigheden dat PR Aviation van de gebruiksvoorwaarden wist of moest weten, dat zij een professionele partij is, dat zij zelf ook via
browse-wrappingvoorwaarden gebruikt(e) op haar website en dat PR Aviation naderhand expliciet is gewezen op de gebruiksvoorwaarden van Ryanair, leggen voor het hof onvoldoende gewicht in de schaal. Dat oordeel is in hoge mate verweven met waarderingen van feitelijke aard.
subonderdeel 2.1is het oordeel van het hof onbegrijpelijk omdat het hof niet kenbaar is ingegaan op Ryanairs essentiële betoog dat
browse-wrappingeen maatschappelijk en commercieel gebruikelijke en algemeen aanvaarde manier is geworden om voorwaarden te stellen aan het gebruik van een website die informatie publiekelijk toegankelijk maakt [47] . Dat betoog is volgens de klacht relevant voor de invulling van het
objective principle(s.t. Ryanair 3.1-3.2).
objective principle. Met die stelling kan namelijk worden onderbouwd dat een redelijk persoon zal veronderstellen dat een gebruiker, zoals PR Aviation, bedacht is op een verwijzing naar voorwaarden die betrekking hebben op het toegelaten gebruik van de website. In onze zaak heeft het hof in de beoordeling tot uitgangspunt genomen dat PR Aviation wist of moest weten van deze gebruiksvoorwaarden (rov. 80). Die omstandigheid is door het hof zodoende in de beoordeling betrokken; dit levert geen passage van een essentiële stelling op – wel een andere weging dan voorgestaan door Ryanair, maar dat is niet cassabel. Dat bij de invulling van het
objective principlemoet worden gekeken naar “wat in de praktijk gebruikelijk is”, omdat de “reasonable man” niet in een vacuüm leeft, zoals Ryanair bij s.t. onder 3.2 aanvoert, moge zo zijn, maar maakt de door het hof gemaakte afweging volgens mij niet onbegrijpelijk. Die zou naar Nederlands recht ook in de wils-vertrouwensleer hebben gepast, valt daar met een cassatiebril op nog aan toe te voegen.
click-wrappingen
browse-wrapping. In rov. 81 maakt het hof onderscheid tussen vrij toegankelijke gegevens op een website en gegevens die door een technische maatregel pas worden vrijgegeven als de bezoeker expliciet akkoord gaat met de gebruiksvoorwaarden. In dat licht komt het mij voor dat het hof met de term “vrij toegankelijk” tot uitdrukking heeft gebracht dat geen verdere handelingen (zoals het aanklikken van een knop of vinkje) nodig zijn om de gegevens te raadplegen. Met deze term heeft het hof dus niet bedoeld dat de gebruiksvoorwaarden geen beperkingen aan de toegang zouden stellen.
acceptance) naar Iers recht (rov. 64-78).
browse-wrapping– is door het hof niet miskend. Het hof heeft in rov. 3.9 en 80 overwogen dat PR Aviation zelf ook via
browse-wrappinggebruiksvoorwaarden gebruikt(e) op haar eigen website.
Century 21 v. Zoocasa [52] onder
gelijke omstandighedentot het oordeel kwam dat websitebezoekers door
browse-wrappinggebonden waren aan de gebruiksvoorwaarden. Die stelling maakt, ook indien juist, de feitelijke waardering van het hof nog niet onbegrijpelijk in cassatie-technisch opzicht, waarbij ik aanteken dat een belangrijke pijler van het oordeel van het hof in onze zaak is dat de gegevens niet IE-rechtelijk (of anderszins) beschermd zijn (rov. 79). In de zaak
Century 21 v. Zoocasawas er naar het oordeel van de Canadese rechter wel sprake van een
copyright infringement(zie rov. 142 e.v. van die uitspraak). Dit betekent dat de omstandigheden volgens mij juist
niet vergelijkbaarzijn.
derde onderdeelbestrijdt met motiveringsklachten het in rov. 18, 22 en 101 [53] gegeven oordeel dat de grondslag onrechtmatige daad buiten de grenzen van de rechtsstrijd na verwijzing valt. In de kern wordt betoogd dat het tweede en derde onderdeel van het eerste cassatieberoep klachten bevatten tegen de beslissing over de grondslag onrechtmatige daad, dat de gegrondheid van deze klachten door Uw Raad in het midden is gelaten en dat de grondslag onrechtmatige daad dus binnen de grenzen van de rechtsstrijd na verwijzing valt.
tweede onderdeel van het eerste cassatieberoepde volgende redenering ontwikkeld. Het Amsterdamse hof heeft niet uitsluitend in rov. 4.24-4.25 de grondslag onrechtmatige daad beoordeeld, maar ook in rov. 4.19 (al) geoordeeld over de vraag of PR Aviation onrechtmatig heeft gehandeld. Ryanair heeft de oordelen van het hof Amsterdam in rov. 4.19-4.23 bestreden met de onderdelen 2.1-2.2. Uw Raad heeft in rov. 2.3 van het arrest van 11 maart 2016 de klachten van onderdeel 2 gegrond bevonden voor zover deze betogen dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat nietig is het tot derden gerichte verbod in de algemene voorwaarden van Ryanair om gebruik te maken van de databank van Ryanair en dat de door onderdeel 2 aangevoerde klachten voor het overige geen behandeling behoeven. De klachten van onderdeel 2 over de grondslag onrechtmatige daad zouden volgens de nu besproken cassatieklacht zodoende in het midden zijn gelaten en deze grondslag zou daarom binnen de grenzen van de rechtsstrijd na verwijzing vallen, zodat het oordeel dat de onrechtmatigedaadsgrondslag buiten de grenzen van de rechtsstrijd valt onbegrijpelijk is.
derde onderdeel van het eerste cassatieberoepheeft Ryanair het volgende betoogd
.In het derde onderdeel van het eerste cassatieberoep is aangevoerd dat gegrondbevinding van onderdeel 1 en/of 2 meebrengt dat (onder meer) rov. 4.25 niet in stand kan blijven. Uw Raad heeft in rov. 2.4 van het arrest van 11 maart 2016 geoordeeld (i) dat voor zover de klachten van onderdeel 2 doel treffen, hetzelfde geldt voor de klachten van onderdeel 3 en (ii) dat onderdeel 3 geen zelfstandige betekenis heeft en voor het overige geen behandeling behoeft. Daarmee zou volgens de hier besproken klacht de klacht van het derde onderdeel van het eerste cassatieberoep tegen rov. 4.25 in het midden zijn gelaten. De grondslag onrechtmatige daad zou volgens Ryanair ook om die reden deel uitmaken van de rechtsstrijd na verwijzing.
Bij de beoordeling geldt als uitgangspunt … van Ryanair.”).”
vierde onderdeelbevat de louter voortbouwende klacht dat gegrondbevinding van één van de voorgaande klachten meebrengt dat “’s hofs oordelen en dictum die daarop voortbouwen” ook niet in stand kunnen blijven. Die klacht mist zelfstandige betekenis en deelt het lot van de hiervoor besproken klachten.
click-wrappingof zelfs onder omstandigheden bij
browse-wrapping.In zo’n (ander) geval blijft dan ten gevolge van de Luxemburgse uitspraak in deze databankzaak (ECLI:EU:C:2015:10) de situatie mogelijk dat toegang tot een niet auteursrechtelijk of databankrechtelijk beschermde (niet onder de Databankenwet vallende) databank contractueel aan restricties kan worden gebonden, welke restricties bij een wel “beschermde” databank krachtens dwingend recht onmogelijk zouden zijn. Dat wringt en in zo’n situatie blijft het naar ik meen een open kwestie of dit uit oogpunten van mededingingsrecht, consumentenrecht en mogelijk grondrechten niet problematisch moet worden geoordeeld (vgl. in deze zin mijn conclusie na prejudiciële verwijzing onder 2.8 en 2.9, ECLI:NL:PHR:2015:2347, waarover in onze procedure na verwijzing ook partijdebat is gevoerd, vgl. PR Aviations memorie na cassatie en verwijzing 10.10-10.14, plta Haagse hof PR Aviation 58-63 en plta Haagse hof Ryanair 5.3-5.5). Omdat we in mijn optiek niet in die situatie zullen belanden in onze zaak, laat ik die kwestie hier verder rusten.