ECLI:NL:PHR:2019:971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verschoningsrecht bij beslag op elektronische gegevensdragers in strafrechtelijk onderzoek
In deze zaak werd beslag gelegd op een iMac en een iPhone van een directeur van een ambulancevervoerbedrijf, die verdacht werd van wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging tot zware mishandeling. De directeur stelde dat zich op de apparaten medische informatie bevond die onder het afgeleid verschoningsrecht van artsen viel. De rechtbank oordeelde dat het afgeleid verschoningsrecht toekwam, maar dat de selectie van bestanden door geheimhouder-opsporingsambtenaren voldoende waarborgde dat de overgebleven bestanden geen geheimhouderinformatie bevatten.
De centrale vraag was of de procedure waarbij de bestanden werden geselecteerd en beoordeeld correct was, in het bijzonder of de verschoningsgerechtigden of de klager zelf bij het selectieproces betrokken hadden moeten worden. De Hoge Raad overwoog dat de procesgang die gevolgd moet worden bij een beroep op het verschoningsrecht inhoudt dat de verschoningsgerechtigde in de gelegenheid moet worden gesteld zich uit te laten over de bestanden, tenzij het beroep onvoldoende gespecificeerd is of het praktisch onmogelijk is de verschoningsgerechtigde te horen.
De Hoge Raad constateerde dat in deze zaak de selectie plaatsvond op basis van zoektermen en dat de advocaat van de klager inspraak had bij de samenstelling daarvan. Echter ontbrak een nadere motivering over welke zoektermen werden gebruikt en waarom het oordeel dat de selectie voldoende was, begrijpelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank zonder nadere motivering niet begrijpelijk is en vernietigde de bestreden beschikking voor zover het klaagschrift ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover het klaagschrift ongegrond is verklaard wegens onvoldoende motivering over de selectie van bestanden en betrokkenheid van verschoningsgerechtigden.