Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over ’s hof verwerping van het door de verdediging gevoerde uitdrukkelijk onderbouwde verweer dat sprake is van vrijwillige terugtred en dat als gevolg daarvan de verdachte ter zake van feit 1 moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Ontslag van alle rechtsvervolging
Strafbaarheid van de verdachte
NJ2005/164, door het hof poging tot moord bewezenverklaard en had het hof vastgesteld dat de verdachte het slachtoffer meermalen met een koevoet op diverse plaatsen op zijn lichaam had geslagen, waardoor het slachtoffer potentieel levensbedreigend letsel had opgelopen in de vorm van bot- en ribbreuken en een klaplong. Ter terechtzitting van het hof had de raadsman een beroep op vrijwillige terugtred gedaan en daartoe aangevoerd dat de verdachte, nadat hij het slachtoffer een aantal maal had geslagen en op de grond lag, uit eigen beweging was opgehouden met slaan, zonder dat de politie tussenbeide was gekomen. Het hof overwoog echter dat verdachtes opzet zozeer was gericht op de levensberoving van het slachtoffer, dat – ook al zou hij tot inkeer zijn gekomen – hij door zijn handelen welbewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat het slachtoffer als gevolg van het slaan met de koevoet zodanig letsel zou bekomen dat hij aan de gevolgen daarvan zou kunnen overlijden. In cassatie werd geklaagd dat zodoende niet beslist was op het namens de verdachte gedane beroep op vrijwillige terugtred. De Hoge Raad overwoog daaromtrent als volgt:
3.6
sprake is van een voltooide poging zodat er van vrijwillige terugtred geen sprake meer kon zijn.”Dat oordeel geeft blijk van een onjuiste opvatting. Ook in geval van een voltooide poging kan immers sprake zijn van vrijwillige terugtred. Gezien hetgeen het hof omtrent zijn oordeel inzake de vrijwillige terugtred heeft overwogen en vastgesteld, meen ik echter dat deze overweging een kennelijke misslag betreft. Maar zelfs als dit niet het geval is, leidt het niet tot cassatie. Gezien hetgeen ik onder randnummer 15 heb besproken, is het aangevoerde immers hoe dan ook ontoereikend voor het slagen van een beroep op vrijwillige terugtred. [14]
“zeer suspect [is] voor doorgemaakte afvloedbelemmering van aderlijk bloed van het hoofd gedurende enige tijd (waarschijnlijk minimaal 15 seconden).”Ook de klacht dat die rapportage de conclusie niet kan dragen dat het slachtoffer bij een dergelijk handelen van de verdachte overleden had moeten zijn, faalt. Op de vraag hoe lang een verwurging moet duren voordat een kind daadwerkelijk overlijdt, luidt het in datzelfde bewijsmiddel antwoord immers dat
“overigens de dood zeer snel [kan] intreden (seconden) bij samendrukkend en/of omsnoerend geweld op dehals”.
tweede middelklaagt dat het hof zijn beslissing om aan de verdachte de maatregel van TBS met dwangverpleging op te leggen niet begrijpelijk, althans onvoldoende heeft gemotiveerd.
Daarbij werd geconcludeerd dat de betrokkene de veiligheid van haar kinderen niet kon garanderen (onderstreping hof). De mentor opperde daarbij dat het verstandig was wanneer betrokkene zich psychisch liet onderzoeken zodat Anacare duidelijk kreeg hoe ze met haar om moesten gaan. Dat wilde betrokkene niet.
De vastgestelde psychopathologie is in algemene zin vaak hardnekkig en weerbarstig (onderstreping hof).
. Is onderzochte lijdende aan een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens en zo ja, hoe is dat in diagnostische zin te omschrijven?
Het is een werk van lange adem maar niet onmogelijk (onderstreping hof).Diverse studies hebben aangetoond dat psychotherapie werkzaam is gebleken in de behandeling van borderline persoonlijkheidsproblematiek. Een complicerende factor is haar laagbegaafdheid die niet te behandelen is.
met dwangverplegingnoodzakelijk is. Daaraan heeft de verdediging ten grondslag gelegd dat de verdachte weliswaar aan de reclassering heeft aangegeven dat zij niet wilde meewerken, maar aan de raadsman en in de procedure heeft aangegeven dat zij dat wél wilde, maar bang was en niet in Venray behandeld wilde worden. Gezien zijn overwegingen in het arrest, heeft het hof hieromtrent op grond van de deskundigenrapporten vastgesteld dat zowel reclasseringstoezicht, als een TBS met voorwaarden – gelet op de houding van de verdachte – niet haalbaar is. [17] En ook vanwege haar (overige) (persoonlijkheids)problematiek acht het hof reclasseringstoezicht of TBS met voorwaarden niet haalbaar, waardoor naar het oordeel van het begeleiding en behandeling in een gedwongen kader noodzakelijk is. Daarbij neemt het hof in aanmerking de ernst van het feit én het recidivegevaar. Zijn oordeel dat de maatregel van TBS met dwangverpleging om die reden moet worden opgelegd, acht ik in het licht van die overwegingen niet onbegrijpelijk. Ook heeft het hof het hieromtrent gevoerde verweer niet onbegrijpelijk verworpen.