ECLI:NL:PHR:2020:945
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik ondanks bezoek politieambtenaar in privétijd bij hennepkwekerij
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens overtreding van de Opiumwet en diefstal. Het cassatieberoep richtte zich op de vraag of het bewijs dat was verkregen door een politieambtenaar die in privétijd een hennepkwekerij ontdekte in de woning van de verdachte, onrechtmatig was en uitgesloten moest worden op grond van art. 359a Sv.
De advocaat van de verdachte voerde aan dat de politieambtenaar zonder toestemming en tegen uitdrukkelijk verbod van de verdachte naar de bovenverdieping ging, wat een vormverzuim opleverde dat bewijsuitsluiting rechtvaardigde. Het hof verwierp dit verweer omdat het handelen van de politieambtenaar in privétijd niet viel onder het voorbereidend onderzoek en dus niet onder art. 359a Sv. Bovendien was het bewijs verkregen met een machtiging en rechtmatig.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en overwoog dat een politieambtenaar in beginsel ook buiten diensttijd opsporingsambtenaar is, maar dat het afhankelijke is van de omstandigheden of het handelen als opsporing kan worden aangemerkt. In deze zaak was het handelen van de politieambtenaar in privétijd en niet onder gezag van het openbaar ministerie, zodat art. 359a Sv niet van toepassing was. Het cassatieberoep faalde en het bewijs bleef toegelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het bewijs blijft toegelaten en de veroordeling blijft in stand.