Conclusie
Nummer20/00953
Het eerste middel
eerstemiddel bevat de klacht dat ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd is bewezenverklaard dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan belaging, in het bijzonder met betrekking tot [betrokkene 1] . Voordat ik het middel bespreek geef ik de bewezenverklaring onder 1, de bewijsmiddelen en ’s hofs bewijsoverweging weer.
aangifte van stalking(…) van 19 oktober 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] […].
[betrokkene 2]:
bevindingen(…) van 26 januari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] […].
Geschriften, zijnde bij voormeld proces-verbaal van bevindingen gevoegde bijlagen:
verhoor aangever(…) van 19 februari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] […].
[betrokkene 2]:
aangifte van stalking(…) van 19 oktober 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] […].
[betrokkene 3]:
BFK: betreft dezelfde samenvatting als in bewijsmiddel 1)
aangifte van stalking(…) van 19 oktober 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] […].
[betrokkene 1]:
BFK: betreft dezelfde samenvatting als in bewijsmiddel 1)
aangifte van stalking(…) van 13 januari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] […].
[betrokkene 8]:
bevindingen(…) van 26 januari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] […].
Geschriften, zijnde bij voormeld proces-verbaal van bevindingen gevoegde bijlagen:
bevindingen(…) van 18 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] […].
face to facecontact tussen de verdachte en aangevers [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ; [betrokkene 1] zou slechts in haar eigen verklaring genoemd worden en eigenlijk aangifte doen ten behoeve van haar medewerkers. Er zou onvoldoende blijken van een herhaaldelijke inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer.
face to facecontact tussen de verdachte en [betrokkene 1] uit de bewijsmiddelen niet blijkt, volgt uit de bewijsmotivering als geheel dat de beschuldiging van ‘racisme en terrorisme en een valse aangifte’ waar [betrokkene 1] over verklaart, de belediging(en) aan haar adres en het dreigement dat zij elkaar zullen zien (bewijsmiddel 6) in de brieven en e-mails zijn terug te vinden.
Het tweede middel
tweedemiddel bevat de klacht dat het verweer inhoudend dat de in de bewezenverklaring onder 2 genoemde uitlatingen onvoldoende zijn om voor de geadresseerden vrees voor één van de in art. 285 Sr Pro genoemde gevolgen in het leven te roepen ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd is verworpen, althans dat ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd is bewezenverklaard dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging.
bevindingen(…) van 26 januari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] […].
Geschriften, zijnde bij voormeld proces-verbaal van bevindingen gevoegde brieven:
bevindingen(…) van 18 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] […].
Het derde middel
derdemiddel behelst de klacht dat het hof het verzoek tot het horen van vier getuigen ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd heeft afgewezen, althans dat de verdachte niet de mogelijkheid heeft gehad deze getuigen à charge te ondervragen terwijl hun verklaringen wel voor het bewijs zijn gebruikt.
toegewezen;
BFK: bedoeld is mr. Halfers), advocaat te Rotterdam.
solely or to a decisive extent’ gebaseerd is op de verklaringen die deze vier getuigen bij de politie hebben afgelegd meen ik dat de raadsman het belang van de brieven en e-mails die de verdachte heeft gestuurd onderschat. Het hof heeft overwogen dat de verdachte ‘vele brieven en e-mails van verontrustende dreigende dan wel intimiderende toon (heeft) verstuurd naar de gemeente Gouda waarbij uit de inhoud en/of aanhef blijkt dat deze (onder meer) specifiek gericht zijn aan [betrokkene 3] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] ’. De aangifte van belaging door [betrokkene 1] (bewijsmiddel 6) is, zo bleek, wat haar betreft op deze brieven gebaseerd. Het hof wijst in de bewijsmiddelen op de vindplaatsen van de brieven en drie e-mails (bewijsmiddel 9).
NJ2017/447 m.nt. Kooijmans heeft overwogen dat voor de beantwoording van de vraag of de bewezenverklaring in beslissende mate steunt op de verklaring van een niet door de verdediging ondervraagde getuige, van belang is in hoeverre die verklaring steun vindt in andere bewijsmiddelen. Het benodigde steunbewijs moet daarbij ‘betrekking hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist’. [7] Namens de verdachte is tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 februari 2020 slechts aangegeven dat hij de getuigen ‘zelf vragen (wil) kunnen stellen’ en dat er ‘omstandigheden te bedenken (zijn) die mogelijk van invloed zijn op de betrouwbaarheid van de verklaringen’. Uit de verklaring die de verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg van 17 januari 2017 heeft afgelegd, blijkt dat hij niet betwist bij [betrokkene 2] te hebben aangebeld. [8] De raadsman geeft in de pleitnota die in hoger beroep is overgelegd ook aan dat vast staat dat verdachte op 23 mei 2013 bij het woonadres van [betrokkene 2] is verschenen. Verdachte zou zijn ‘verdwaald’.
solely or to a decisive extent’ is gebaseerd op onderdelen van verklaringen van niet gehoorde personen die door de verdachte zijn betwist.
NJ2021/173 m.nt. Reijntjes, rov. 2.9.2 en 2.11 kan worden afgeleid dat deze argumentatie de afwijzing van een verzoek tot het horen van getuigen à charge (na Keskin) niet langer kan dragen.
to a decisive extentop de verklaringen van deze getuigen. En wat betreft de compenserende factoren is in het bijzonder van belang dat de burgemeester van Gouda ter terechtzitting in hoger beroep als getuige is gehoord; daarbij bestond de mogelijkheid vragen omtrent het onder 1 en 2 bewezenverklaarde te stellen aan een persoon die daar nauw bij betrokken was en voor wie de personen werkzaam waren waar de getuigenverzoeken betrekking op hadden.
Het vierde middel; afronding
vierdemiddel klaagt dat het hof in antwoord op het verweer dat de redelijke termijn is geschonden althans onverplicht de redelijke termijn toetsend, ten onrechte heeft volstaan met de enkele vaststelling dat de redelijke termijn is geschonden.
criminal charge’) tot de einduitspraak van het gerechtshof – en niet – zoals bepleit – over de lange tijd die was verstreken tussen eerste en tweede aanleg’.
NJ2008/358 m.nt. Mevis heeft Uw Raad overwogen dat behoudens de in bedoeld arrest onder 3.13 vermelde bijzondere omstandigheden het geding in hoger beroep ‘met een einduitspraak (behoort) te zijn afgerond binnen twee jaar nadat het rechtsmiddel is ingesteld, en binnen 16 maanden indien de verdachte in verband met de zaak in voorlopige hechtenis verkeert en/of het strafrecht voor jeugdigen is toegepast’ (rov. 3.16). In aanvulling daarop overwoog Uw Raad dat ook wanneer ‘het tijdsverloop in de afzonderlijke fasen van de procedure niet van dien aard is dat geoordeeld moet worden dat de redelijke termijn is overschreden, (niet valt) uit te sluiten dat in bijzondere gevallen de totale duur van het geding zodanig is dat een inbreuk op art. 6, eerste lid, EVRM moet worden aangenomen’ (rov. 3.20). In deze overwegingen ligt besloten dat bij de toetsing of het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn is geschonden de toetsing per procesfase voorop staat. En dat een toetsing van de totale duur van het geding slechts in aanvulling daarop een rol kan spelen. [16]