Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
mogelijkheidonderkende dat de schade door een bepaalde persoon kan zijn veroorzaakt. [10] Wel geldt in dit verband een beperkte onderzoeksplicht van de benadeelde: indien de identiteit van de aansprakelijke persoon met een beperkt onderzoek eenvoudig kan worden achterhaald, mag zulke beperkte inspanning van de benadeelde in beginsel worden verlangd. [11]
voldoende zekerheidheeft dat
die bepaalde persoonvoor de schade aansprakelijk is.
in plaats daarvan[het bouwkundig ontwerpbureau] of [het bouwbedrijf] . Of dit oordeel ook begrijpelijk is, is met de rechtsklacht van het onderdeel nog niet aan de orde. Volgens het hof wist [eiser] dat voor zover de verzakking van de vloer verder zou gaan dan volgens wat normaal is (en er dus van een gebrek sprake zou zijn) [verweerder] aansprakelijk was. Het slot van rechtsoverweging 4.7 (‘of één van de aansprakelijke personen’) laat wel de mogelijkheid open dat
naast[verweerder] er nog andere aansprakelijke personen zouden kunnen zijn, maar niet dat [verweerder] niet aansprakelijk zou zijn. Het hof is dus niet uitgegaan van een bij [eiser] bestaand vermoeden omtrent de identiteit van [verweerder] als de aansprakelijke persoon, maar van bij [eiser] daaromtrent bestaande zekerheid.
onderdeel 2richt zich tegen rechtsoverwegingen 4.6 tot en met 4.8 (hiervoor 3.9 aangehaald). Het onderdeel bevat diverse klachten, zowel rechtsklachten als motiveringsklachten. Mijns inziens treffen diverse van die klachten doel.
onder 2.1.1erover dat het hof niet heeft vastgesteld dat [eiser] over de juiste kennis en het juiste inzicht beschikte om te kunnen nagaan of de prestatie van [verweerder] (de sterkteberekeningen) deugdelijk was, omdat immers het ‘bouwkundig handelen’ van meerdere personen ( [het bouwkundig ontwerpbureau] , [verweerder] en [het bouwbedrijf] ) in het geding was. Dit levert in ieder geval een motiveringsgebrek op.
onder 2.1.2,volgens welke het hof ten onrechte onbesproken heeft gelaten de essentiële stelling dat [eiser] geen bouwkundige is en daarom niet in staat om te beoordelen wat de oorzaak was van de verzakking/schade en wie hiervoor aansprakelijk is, en dat [eiser] daarom de deskundige [het onderzoeksbureau] heeft ingeschakeld. [17]
onder 2.1.3treft doel. Die klacht wijst weer op de betrokkenheid van, naast [verweerder] , ook [het bouwkundig ontwerpbureau] en [het bouwbedrijf] en het ontbreken bij [eiser] van de kennis en het inzicht die nodig zijn om de deugdelijkheid van hun respectieve prestaties te kunnen beoordelen.
onderdeel 3behoeven geen bespreking.