Conclusie
Nummer20/04188
Het cassatieberoep
Het procesverloop
Het middel
De uitspraak van het hof en een namens de verdachte gevoerd verweer
De bespreking van het middel
‘voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende’
NJ1964/311 overweegt de Hoge Raad dat de in die zaak gestelde bijzondere voorwaarde niet het gedrag van de veroordeelde betrof in de zin van art. 14c, tweede lid, (oud) Sr, omdat deze noch de levenswandel van de veroordeelde betrof noch een gedraging waartoe de veroordeelde uit een oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moest worden geacht. [7] Daaruit volgt dat de formulering uit het arrest van 1926 is samengebald tot ‘levenswandel’ en dat daarnaast sprake kan zijn van een gedragsvoorwaarde als deze ertoe strekt de maatschappelijke betamelijkheid te bevorderen.
NJ2020/410 onder verwijzing naar het arrest uit 1968 dat als voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende, kunnen worden aangemerkt voorwaarden die strekken ter bevordering van een goed levensgedrag van de veroordeelde of die een gedraging betreffen waartoe hij uit een oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moet worden geacht. [10]
Medewerking aan toezicht
NJ2020/410 had het hof de volgende bijzondere voorwaarde gesteld:
“De rechter kan opdracht geven dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan begeleidt.”
Slotsom