Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
witwassen”, veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van twee jaar, en tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen, een en ander zoals in het arrest vermeld.
onvoldoende aannemelijk is geworden”.
buitenhet voorbereidend onderzoek in de zaak tegen de verdachte’. De Hoge Raad noemt in dit verband een aantal voorbeelden uit zijn eerdere rechtspraak. Die voorbeelden illustreren mijns inziens dat de Hoge Raad bij de door hem bedoelde ‘vormverzuimen begaan
buitenhet voorbereidend onderzoek’ niet het oog had op vormverzuimen die zijn begaan tijdens het rechterlijk
eindonderzoek in de zaak tegen de verdachte, dat wil zeggen: het onderzoek ter terechtzitting.
zelfherstelt. Mocht hij dit nalaten, dan lijden het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak aan nietigheid. Na het instellen van beroep leiden deze nietigheden in hogere instantie tot vernietiging van de bestreden uitspraak. De hogere rechter zal vervolgens met de hem ter beschikking staande middelen moeten waarborgen dat (alsnog) wordt voorzien in een eerlijk proces.
De beoordeling van het eerste middel
bijgesteld” is. Eveneens heeft de steller van het middel een punt daar waar zij aanvoert dat het hof het verweer ontoereikend en/onbegrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen op de grond dat uit de overwegingen van het hof niet kan worden afgeleid wat volgens het hof nou precies “
onvoldoende aannemelijk is geworden”. In zoverre is het middel terecht voorgesteld.
diestukken in eerste aanleg zijn overgelegd heeft het hof het (vorm)verzuim gecompenseerd op een wijze die beantwoordt aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging.
verzoekt de verdediging subsidiair om [betrokkene 2] als getuige te mogen horen.”