Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Gaarne ontvang ik zo spoedig mogelijk een afschrift van het eindproces-verbaal, alsmede alle overige voor de verdediging van belang zijnde stukken.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens schuldwitwassen. De raadsman stelde zich bij het Openbaar Ministerie met een faxbrief zonder parketnummer, maar niet bij de griffie van de rechtbank. Het hof wees het verzoek tot terugwijzing naar de rechtbank af, verwijzend naar het arrest van de Hoge Raad van 5 september 2017, waarin is bepaald dat de verantwoordelijkheid voor het tijdig melden van het optreden van de raadsman bij de griffie bij de raadsman zelf ligt.
De raadsman voerde aan dat hij niet was opgeroepen voor de zitting en het dossier niet had ontvangen, en dat het verzuim bij het Openbaar Ministerie lag. Het hof oordeelde dat het ontbreken van een parketnummer geen vrijbrief is om zich niet bij de griffie te melden en dat de raadsman een vinger aan de pols moet houden. Het hof handhaafde zijn eerdere beslissing en wees het verzoek tot terugwijzing af.
De Hoge Raad bevestigde dat art. 38 en Pro 40 Sv niet voorzien in een verplichting voor het OM om de griffie te informeren en dat de raadsman zich zelf moet melden bij de griffie met voldoende nauwkeurigheid, waaronder het parketnummer. De cassatie klaagde over deze strikte uitleg, maar faalde. De Hoge Raad wees op een wetsvoorstel dat de regeling zal wijzigen, waarbij de kennisgeving aan de officier van justitie centraal wordt gesteld, maar deze wijziging was nog niet van toepassing.
De Hoge Raad concludeerde dat de afwijzing van het verzoek tot terugwijzing niet onbegrijpelijk of onjuist is en dat de huidige regeling geldt dat erkenning van de raadsman bij de griffie vereist is voor het recht op processtukken en oproeping. De zaak wordt inhoudelijk behandeld in hoger beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot terugwijzing naar de rechtbank wordt afgewezen.