Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel Iwordt geklaagd dat de beslissing van de rechtbank om het verzoek buiten aanwezigheid van betrokkene te behandelen, omdat betrokkene volgens de rechter niet bereid was zich te doen horen en om een aansluitende zorgmachtiging op te leggen, in strijd is met art. 6:1 lid 1 Wvggz Pro en/of artikel 8 EVRM Pro dan wel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd vanwege een of meer van de volgende redenen.
NJ2006/6);
NJ2013/158 waarin was bepaald:
“Nu de rechtbank niets heeft vastgesteld omtrent de oproeping van betrokkene noch omtrent bekendheid van betrokkene met de komst van de rechter, kan het enkele gesloten blijven van de deur niet het oordeel dragen dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.”
Deze zaak is enigszins vergelijkbaar met de onderhavige zaak volgens betrokkene: de beslissing dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen omdat zij op het toilet bleef zitten (en de deur daarvan dus gesloten bleef) en omdat zij geen antwoord gaf op de vraag van de rechter of zij naar de gesprekskamer wilde komen is (in de gegeven omstandigheden, vanwege de genoemde redenen) in strijd met art. 6:1 lid 1 Wvggz Pro en/of art. 8 EVRM Pro dan wel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd.
niet in staat of bereid iszich te doen horen. Op de rechter rust een inspanningsverplichting om betrokkene te horen en te onderzoeken of betrokkene wil worden gehoord. Bij het ontbreken van een verklaring van de betrokkene dat hij niet wil worden gehoord, zal de rechter dan verdergaand persoonlijk onderzoek, desnoods ter plekke, moeten doen en uitgebreider dienen te motiveren waarom (desondanks) geconcludeerd wordt dat betrokkene niet gehoord wil worden. Het moet de rechter zelf zijn die vaststelt dat betrokkene niet kan of wil worden gehoord, maar niet tevoren op basis van de mededeling van iemand anders of een schriftelijke verklaring van betrokkene waarvan de rechter niet weet hoe die tot stand is gekomen. [15] De rechter moet immers waarborgen dat aan iemand niet zijn vrijheid kan worden ontnomen zonder dat hij, desgewenst, zelf door de rechter wordt gehoord.
waar betrokkene niet aanwezig was of niet was verschenen op de zitting, en de rechtbank miskend had dat betrokkene voor het verhoor overeenkomstig het bepaalde in art. 261 in Pro verbinding met art. 272 tot Pro en met 276 Rv dan wel overeenkomstig een bijzondere of algemene instructie van de rechter, door de griffier behoorlijk diende te zijn opgeroepen, ook als betrokkene reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef (en was weggelopen uit het ziekenhuis). [20]
NJ2013/158) en dat een dergelijke oproepplicht ook geldt wanneer betrokkene reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft (Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8128,
NJ2006/6). Het middel miskent echter een cruciaal verschil met de onderhavige zaak, namelijk dat betrokkene in de onderhavige zaak door de rechter is aangetroffen en in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord (door bezoek aan haar kamer en de vraag of zij naar de gesprekskamer wilde komen).