Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste klachtvalt in drie onderdelen uiteen en betoogt dat het hof de devolutieve werking van het hoger beroep heeft miskend, evenals de plicht tot ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden.
tweede klachtvalt in drie onderdelen uiteen en heeft specifiek betrekking op rov. 3.8 van het bestreden arrest. Het hof heeft daarin overwogen dat het verwijt dat Elite bedrog heeft gepleegd – indien juist – grond voor herroeping in de zin van art. 1068 lid 1 Rv Pro oplevert en dat de omstandigheid dat daardoor de arbitrale vonnissen op onjuiste feiten zijn gebaseerd – indien juist – op zichzelf niet de openbare orde raakt en grond voor vernietiging vormt.
tijdensde arbitrale procedure is ontdekt en dus niet voor herroeping op de voet van art. 1068 lid 1 Rv Pro in aanmerking komt. Herroeping vereist immers dat het bedrog
nade arbitrale procedure is ontdekt.
tijdensde arbitrale procedure is ontdekt.
derde klachtbetreft een voortbouwklacht die is gericht tegen rov. 3.9 en 3.10 van het bestreden arrest. Gelet op het falen van de voorgaande klachten, behoeft deze klacht geen bespreking.