Conclusie
Nummer22/03687
Inleiding
De zaak
Het eerste middel
“4. Bewijsoverweging
[verdachte] moest [slachtoffer 1] lokaliseren, waarna hij met zijn PGP-telefoon [betrokkene 1] in kennis zou stellen van de plek waar het beoogde slachtoffer op dat moment was;
[medeverdachte] wachtte met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in het huis aan de [a-straat] om na bericht van [verdachte] direct in actie te kunnen komen;
[betrokkene 2] zou vervolgens een motor besturen met achterop [medeverdachte] ;
in elk geval [medeverdachte] moest [slachtoffer 1] neerschieten; bij voorkeur moest ook [betrokkene 2] afstappen en schieten;
de schutters zouden daarna vluchten zoals hiervoor is beschreven.
.
Het tweede middel
“4.2. Ennetcom
het bewijsmateriaal mag alleen worden gebruikt voor onderzoek en vervolging van strafbare feiten die een overtreding vormen van artikelen 45 (poging), 46 (voorbereidingshandelingen), 140 (deelname aan een criminele organisatie), 157 (ontploffingen teweegbrengen), 287 (doodslag), 289 (moord), 420bis, 420ter en 420quater (witwassen) van het Wetboek van Strafrecht;
er is voorafgaand een machtiging van een Nederlandse rechter nodig.