ECLI:NL:PHR:2023:1178
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ongeldige dubbele volmacht bij beslagrecht
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die haar klaagschrift tot opheffing van beslag op goederen ongegrond verklaarde. Het beslag volgde op Amerikaanse rechtshulpverzoeken op grond van het verdrag tussen Nederland en de VS.
De kern van het geschil betreft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Het beroep is ingesteld via een zogenaamde dubbele volmacht: de advocaat machtigt een griffiemedewerker om namens de cliënt cassatie in te stellen. De Hoge Raad stelt strenge eisen aan deze volmacht, waaronder dat de advocaat verklaart bepaaldelijk door de cliënt te zijn gevolmachtigd en dat de volmacht ondertekend is.
In deze zaak ontbraken beide vereisten: het e-mailbericht van de advocaat bevatte geen verklaring van bepaalde volmacht en was niet ondertekend. Hoewel jurisprudentie herstelmogelijkheden biedt bij één tekortkoming, is het ontbreken van beide onherstelbaar. Daarom concludeert de AG tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het cassatieberoep.
De conclusie benadrukt dat de dubbele volmacht-constructie in het nieuwe Wetboek van Strafvordering zal worden losgelaten, omdat advocaten dan zelf elektronisch rechtsmiddelen kunnen instellen. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van formele volmachtsvereisten bij cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige dubbele volmacht.