Conclusie
Nummer22/04373 J
Tenlastelegging, overwegingen hof, vonnis rechtbank
‘Vrijspraken feit 1, 2 en 3
het hof: dit zou daarmee rond zijn 5e jaar zijn), terwijl zijn moeder heeft verklaard dat hij een luier heeft gedragen tot hij ongeveer tweeëneenhalf jaar oud was, is een detail waar de rechtbank te veel waarde aan heeft gehecht. Dat in het door de [getuige 3] genoemde e-mailbericht van [betrokkene 1] van 26 juli 2020 staat dat de verdachte in 2017 tegen een groepsgenoot zou hebben gezegd dat hij seks heeft gehad met zijn stiefbroertjes, terwijl [slachtoffer 1] zijn halfbroertje is, is eveneens een detail dat slechts benoemd dient te worden. Tot slot heeft de verdachte zelf verklaard dat hij nooit alleen is geweest met [slachtoffer 1] , terwijl hij ook heeft toegegeven dat hij weleens op [slachtoffer 1] heeft gepast. Dat de verdachte wel degelijk alleen is geweest met [slachtoffer 1] , zoals [slachtoffer 1] heeft verklaard, vindt verder steun in de verklaring van [getuige 4] .
de rechtbank begrijpt: [verdachte]) je iets gevraagd?" Toen antwoordde [slachtoffer 2] : "ja [verdachte] zei dat ik als ik aan jouw piemel mag zitten dan mag je ook aan mijn piemel zitten". Na ongeveer 10 minuten kwam [slachtoffer 3] bij mij en zei nog dat [verdachte] , [slachtoffer 2] een piemeltik had gegeven. Ik vroeg wat een piemeltik was, [slachtoffer 3] zei dat [verdachte] zijn broek naar beneden had gedaan en dat [slachtoffer 3] met zijn piemel een tik tegen de wang van [slachtoffer 2] had gegeven. Ik heb gelijk [slachtoffer 2] geroepen en hem gevraagd wat een piemeltik was. Ik zag dat [slachtoffer 2] schrok en hij bevestigde dat [verdachte] hem een piemeltik had gegeven.’
Artikel 247 Sr Pro
nomen generis(…) zoowel de vleeschelijke gemeenschap als de ontuchtige handelingen omvat’, maar welke andere handelingen ontuchtig zijn wordt niet verhelderd. [3]