Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen
Juridisch kader
3.Het eerste middel
NJ2017/259, m.nt. E.J. Dommering in rov. 3.5 heeft vooropgesteld over de omvang van de vrijheid van meningsuiting. In dat arrest ging het om het ter verspreiding in voorraad hebben van het boek ‘Mein Kampf’ waarin naar de verdachte wist uitlatingen staan die voor Joden beledigend zijn en die aanzetten tot haat en discriminatie van Joden. De Hoge Raad overwoog het volgende:
context[cursivering door mij, AG] waarbinnen zo een uitlating is gedaan of informatie is verstrekt (vgl. EHRM 15 oktober 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1015JUD002751008, Perincek v. Switzerland [GC], para 220). Uitlatingen of andere informatieverstrekkingen gericht tegen de aan het EVRM ten grondslag liggende waarden kunnen overigens, bij wijze van uitzondering en in extreme gevallen, de bescherming van art. 10 EVRM Pro ontberen op grond van art. 17 EVRM Pro.”
Perincek v. Switzerland) – waarnaar de Hoge Raad in het voornoemde arrest verwijst:
historical events[cursivering door mij, AG] has also been quite case-specific and has depended on the interplay between the nature and potential effects of such statements and the
context[cursivering door mij, AG] in which they were made”.
kande context waarbinnen zo’n uitlating is gedaan meewegen, maar spelen ook andere factoren een rol, zoals het effect dat die uitlating sorteert.
Perincek v. Switzerland) één op één met elkaar hebben willen vergelijken, deze vergelijking mank gaat, nu het in de zaak uit 2017 en het EHRM arrest ging om – in de woorden van het EHRM – ‘historical events’, terwijl aan het feitencomplex in de onderhavige zaak geen historische gebeurtenis ten grondslag ligt.