Conclusie
Nummer21/03221
Het cassatieberoep
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken met aftrek als bedoeld in artikel 27 lid 1 Sr Pro. Voorts heeft het hof de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen verbeurdverklaard.
Het eerste middel
1. primair
1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (als bijlage op pagina’s 1 tot en met 3 van het proces-verbaal, genummerd PL0900-2019051718-1), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van de aangeefster [aangeefster] :
Bijlage goederen
" of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat ze gelijk begonnen te rennen. Ze rende langs perceelnummer [001] , langs perceelnummer [002] en kwamen hier weer uit bij een ander parkeerterrein. Ik zag dat er lampen van een auto aan gingen en dat deze auto hard wegreed richting de [b-straat] . Gezien de afstand kon ik de auto niet goed zien, ik zag wel dat het geen grote auto was en ik zag dat de auto felle witte koplampen had.
.' Later bleek het te gaan om:
" Ik, verbalisant, weet dat de [c-straat] te [plaats] totaal uit de route ligt om vanaf Amsterdam naar Utrecht te komen.
“Overweging met betrekking tot het bewijs
als bij het hiervoor omschreven feit waarbij verdachte betrokken was zoals uit bewijsmiddelen blijkt. Het hof acht het onder 2 bewezenverklaarde feit mede redengevend voor dit feit, omdat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt. De inbraken hebben beide betrekking op de diefstal van een stuur van een Audi A3 Sportback, de sturen zijn op eenzelfde werkwijze weggenomen en beide diefstallen vonden in dezelfde nacht in dezelfde buurt plaats.”
Wat moet dat hier?”, waarna de mannen wegrenden en uiteindelijk wegreden in een auto die niet groot was en felle witte koplampen had;
track and trace-gegevens van de auto waarin de verdachte en zijn medeverdachte zijn aangetroffen, blijkt dat deze eerst op 20 februari 2019 van 01:06 uur tot 01:11 uur heeft stilgestaan op de [f-straat] , te weten de straat waar de auto van het slachtoffer [aangever] ten tijde van de onder 1 primair bewezen verklaarde auto-inbraak geparkeerd stond en vervolgens tussen 03:09 uur en 03:16 uur heeft stilgestaan op de [a-straat ] , te weten de straat waar de auto van het slachtoffer [aangeefster] ten tijde van de onder 2 bewezen verklaarde auto-inbraak geparkeerd stond.
ruim een maand eerder in een andere stadgepoogd had een bromfiets te stelen en daarbij een
wiel-/kettingslotwas verbroken. Het hof had geen andere vaststellingen over deze verbrekingen gedaan. De Hoge Raad casseerde en overwoog dat het oordeel van het hof dat ten aanzien van deze verbrekingen sprake was van een werkwijze die op essentiële punten overeenkwam niet zonder meer begrijpelijk was, gelet op hetgeen het hof omtrent deze verbrekingen had vastgesteld. Door de stellers van het middel wordt miskend dat het hof in het thans besproken geval, anders dan in de zaak die tot bovengenoemd arrest heeft geleid, niet enkel heeft vastgesteld dat de modus operandi bij beide auto-inbraken overeenkomt, maar ook dat de contextuele omstandigheden kenmerkende gelijkenissen vertonen, namelijk dat beide auto-inbraken in dezelfde nacht en in elkaars nabije omgeving zijn gepleegd.
Het tweede middel
“Oplegging van straf en/of maatregel
Het derde middel
Redelijke termijn