Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Aanleiding en verloop van de zaak
3.De beschikking
Inhoud van het klaagschrift
4.Het middel
de klager, als derde belanghebbende redelijkerwijs als rechthebbendekan worden aangemerkt.
dat buiten redelijke twijfel is dat klager als eigenaar/rechthebbendevan het voorwerp moet worden aangemerkt” (AG: cursivering door mij). Terecht wordt door de steller van het middel betoogd dat dit niet de juiste maatstaf is; zoals hiervoor gezegd moet worden bezien of de klager
redelijkerwijze als rechthebbendeten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Dat is een minder strenge eis dan de maatstaf die door de rechtbank wordt gehanteerd [8] en bovendien een eis die pas aan de orde komt wanneer de vraag van de maatstaf onder a (het bestaan van een strafvorderlijk belang) negatief wordt beantwoord. In zoverre slaagt het middel.