Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
Chevron II)).
definitievebevelen van het scheidsgerecht, neergelegd in een arbitraal vonnis van 30 augustus 2018. Die bevelen strekken ertoe dat Ecuador moet bewerkstelligen dat het Lago Agrio-vonnis niet ten uitvoer kan worden gelegd. Ecuador heeft ook van dit arbitraal vonnis vernietiging gevorderd bij de Nederlandse overheidsrechter. Ook dit verzoek is afgewezen door rechtbank en hof.
Draft Articles on the Responsibility of States for Internationally Wrongful Actsvan de
International Law Commission(ILC Articles). Ten slotte wordt geklaagd over de wijze waarop het hof het arbitraal vonnis heeft uitgelegd.
Chevron II. De onderdelen die zich keren tegen de oordelen van het hof met betrekking tot art. 35 ILC Pro Articles zijn in zoverre belangwekkend, nu het (voor zover mij bekend) voor het eerst is dat deze bepaling aan de Hoge Raad wordt voorgelegd. De klachten treffen echter geen doel. Dat geldt ook voor de klachten tegen de uitleg die het hof heeft gegeven aan het arbitraal vonnis.
2.Feiten
The Treaty between the United States of America and the Republic of Ecuador concerning the Encouragement and Reciprocal Protection of Investment(hierna: het BIT). Het BIT is op 11 mei 1997 in werking getreden. Doelstelling van het BIT is het stimuleren en beschermen van investeringen, verricht door investeerders uit de ene verdragsstaat op het grondgebied van de andere verdragsstaat. Artikel II lid 3 van het BIT bepaalt:
1995 Settlement Agreement). Daarin hebben Ecuador en PetroEcuador verklaard (artikel 5.1) dat zij:
1998 Final Release), nadat was vastgesteld dat TexPet de in de
1995 Settlement Agreementbedoelde werkzaamheden had verricht. Daarbij worden TexPet en de overige
Releaseesvoor altijd bevrijd van en ontslagen uit alle aansprakelijkheid jegens Ecuador.
Amazon Defense Fronten een aantal Ecuadoraanse burgers (hierna: de Lago Agrio-eisers) bij het gerecht van Lago Agrio in Ecuador een procedure aanhangig gemaakt tegen Chevron (hierna: de Lago Agrio-procedure). Zij stelden in deze procedure dat de olieproductieactiviteiten van TexPet het milieu van de Oriente-regio hebben vervuild en dat Chevron daarvoor aansprakelijk is.
punitive damagesvan nog eens 8,6 miljard US dollar als zij niet binnen vijftien dagen publiekelijk spijt betuigt. Verder is Chevron veroordeeld tot betaling van een proceskostenvergoeding van 10% van 8,6 miljard US dollar.
punitive damagesvernietigd, maar de beslissing van de appelrechter verder, en daarmee het Lago Agrio-vonnis voor het overige, in stand gelaten. Op 27 juni 2018 heeft het Ecuadoraans Constitutioneel Hof deze beslissing bevestigd.
1995 Settlement Agreementen de
1998 Final Releasezijn gevrijwaard van aansprakelijkheid voor milieuschade als gevolg van het handelen van het consortium en dat Ecuador en PetroEcuador exclusief aansprakelijk zijn voor de uitkomst van de Lago Agrio-procedure. Verder hebben Chevron en TexPet gevorderd dat Ecuador wordt bevolen alle maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat een eventueel vonnis in de Lago Agrio-procedure niet ten uitvoer kan worden gelegd en dat Ecuador wordt veroordeeld tot betaling aan Chevron en TexPet van datgene waartoe zij in de Lago Agrio-procedure worden veroordeeld.
interim measures) hadden verzocht en daarover een debat tussen partijen had plaatsgevonden, heeft het scheidsgerecht in de
First Interim Award on Interim Measuresvan 25 januari 2012 (
hierna: First Interim Award) onder meer geoordeeld: [3]
Second Interim Award on Interim Measuresvan 16 februari 2012 (hierna:
Second Interim Award) heeft het scheidsgerecht onder meer als volgt beslist:
Third Interim Award on Jurisdiction and Admissibilityvan 27 februari 2012 (hierna:
Third Interim Award) heeft het Scheidsgerecht zich uitgelaten over zijn bevoegdheid en de door Ecuador op dit punt gevoerde verweren verworpen.
Fourth Interim Award on Interim Measuresvan 7 februari 2013 (hierna:
Fourth Interim Award) heeft het Scheidsgerecht onder meer als volgt beslist:
,the UNCITRAL Rules and international law in regard to the finalisation and enforcement subject to execution of the Lago Agrio Judgment within and outside Ecuador, including (but not limited to) Canada, Brazil and Argentina.
Tracks. Aanvankelijk werd besloten tot een
‘twin-track’procedure.
Track Izag op de preliminaire behandeling van geschilpunten met betrekking tot de uitleg en rechtsgevolgen van de
1995 Settlement Agreementen de
1998 Final Release,waaronder de vraag of Chevron als
Releaseeals bedoeld in de
1995 Settlement Agreementkon worden aangemerkt. In
Track IIzouden alle overige geschilpunten aan bod komen. [4] Nadien is besloten tot toevoeging van
Track III, waarin kwesties aan de orde konden worden gesteld die in
Track IIniet konden worden afgewikkeld, waaronder de beoordeling van de vordering tot
compensation(schadevergoeding). [5]
First Partial Award on Track Ivan 17 september 2013 (hierna:
First Partial Award) heeft het scheidsgerecht, kort gezegd, de volgende punten beslist:
Releaseeals bedoeld in artikel 5.1 van de
1995 Settlement Agreement.Chevron kan zich dus ook beroepen op de vrijwaring van aansprakelijkheid op grond van de
1995 Settlement Agreementen de
1998 Final Release(zie ook onder 2.6-2.7).
1995 Settlement Agreementstrekt zich niet uit tot individuele (milieurechtelijke) vorderingen tot vergoeding van persoonlijke schade, maar ziet wel op milieurechtelijke
‘diffuse claims’tegen Chevron en TexPet. Daarbij wordt verwezen naar de definitie van
‘diffuse rights’volgens een deskundigenrapport:
‘Diffuse rights are indivisible entitlements that pertain to the community as a whole, such as the community’s collective right to live in a healthy and uncontaminated environment’. [6]
First Interim Award, de
Second Interim Award, de
Third Interim Award, de
Fourth Interim Awarden de
First Partial Award. De vordering tot vernietiging (van al deze
Awards) is door de rechtbank Den Haag afgewezen bij vonnis van 20 januari 2016. [7] Het hof Den Haag heeft dit vonnis bij arrest van 18 juli 2017 in hoger beroep bekrachtigd. [8] De Hoge Raad heeft het door Ecuador tegen dit arrest gerichte cassatieberoep verworpen bij arrest van 12 april 2019 (zie ook hierna onder 5.8-5.12). [9]
Second Partial Award on Track II(hierna: de
Second Partial Award) gewezen. Dat is het arbitrale vonnis waar deze vernietigingsprocedure over gaat.
Second Partial Awardheeft het scheidsgerecht geoordeeld dat Ecuador in twee opzichten haar verplichtingen jegens Chevron en TexPet heeft geschonden en dat Ecuador daarvoor aansprakelijk is.
‘ghostwriters’, waaronder de vertegenwoordigers van de Lago Agrio-eisers, de Ecuadoraanse advocaat Fajardo en de Amerikaanse advocaat Donziger. [10] Dit feit en de omstandigheden dat verschillende rechterlijke instanties in Ecuador (appelrechter, Hooggerechtshof en Constitutioneel Hof) hebben nagelaten om adequaat te reageren op de fraudebeschuldigingen van Chevron en dat Ecuador willens en wetens de uitvoerbaarheid van dit vonnis buiten Ecuador heeft gefaciliteerd, leveren een
denial of justiceop. [11] Dat leidt ertoe dat Ecuador haar verplichtingen onder artikel II lid 3 onder a van het BIT heeft geschonden.
diffuse claims.In de
First Partial Awardhad het scheidsgerecht al beslist dat Chevron en TexPet hun contractuele rechten als
Releaseestegenover Ecuador konden inroepen voor diffuse claims (zie ook onder 3.9). Het Lago Agrio-vonnis is dus in strijd met de verplichting van Ecuador, op grond van de
1995 Settlement Agreement, om Chevron en TexPet te vrijwaren voor aansprakelijkheid. De conclusie van het scheidsgerecht is dat Ecuador haar verplichtingen onder artikel II lid 3 onder c van het BIT heeft geschonden. [12]
Second Partial Award on Track IIin nr. 10.13 de volgende Bevelen gegeven (waarbij de Bevelen die in de vernietigingsprocedure centraal staan (zie vanaf 4.1) zijn onderstreept, hierna ‘Bevelen’):
Track III,waarin wordt besloten over de toekenning van een schadevergoeding (zie onder 3.8), voor vonnis staat. [14]
4.Procesverloop in de vernietigingsprocedure
Second Partial Award on Track IIvan 30 augustus 2018 vernietigt, met hoofdelijke veroordeling van Chevron in de kosten van deze procedure, de nakosten daaronder begrepen en vermeerderd met de wettelijke rente.
Second Partial Award on Track IIdoor het scheidsgerecht legt Ecuador de verplichting tot
‘restitution’op en het scheidsgerecht heeft essentiële verweren van Ecuador met betrekking tot deze vorm van
reparationonbesproken gelaten; [19]
Second Partial Award on Track IIleidt tot ongewenste gevolgen, namelijk dat het scheidsgerecht op zijn oordelen kan terugkomen in de
Track III Award, terwijl het de wens en bedoeling van partijen is dat in
Track IIeen definitief einde wordt gemaakt aan de daarin behandelde geschilpunten; [20]
Second Partial Award on Track IIworden de handelingen van andere soevereine staten geraakt, waarvoor Ecuador aansprakelijk kan worden gehouden; [21]
Chevron II, zie hiervoor onder 3.10 en zie verder onder 5.8-5.12): [24]
Second Partial Awardafgewezen en Ecuador veroordeeld in de proceskosten. [25] De rechtbank oordeelt, kort gezegd, dat geen van de door Ecuador aangevoerde bezwaren met betrekking tot de Bevelen doel treft, zodat de vorderingen tot vernietiging van de arbitrale vonnissen worden afgewezen (rov. 5.17-5.47). De bezwaren van Ecuador met betrekking tot de scheiding der machten en de rechten van de Lago Agrio-eisers behandelt de rechtbank niet, omdat Ecuador deze bezwaren bij pleidooi uitdrukkelijk heeft ingetrokken (rov. 5.18). Met betrekking tot twee argumenten van Ecuador oordeelt de rechtbank dat deze te laat (want: pas voor het eerst in de pleitnota) naar voren zijn gebracht en daarom op grond van art. 1064 lid 5 Rv Pro (oud) buiten beschouwing moeten worden gelaten. Het gaat hierbij om de stelling dat het Scheidsgerecht met zijn Bevelen (i), (ii) en (vi) ten onrechte de volkenrechtelijke inspanningsverbintenis van
full reparation(
as far as possible)in een onvoorwaardelijke resultaatsverbintenis heeft omgezet waarmee haar een onmogelijke verplichting is opgelegd (rov. 5.25), en de stelling dat sprake is van een verrassingsbeslissing (rov. 5.32).
Second Partial Award on Track IIten onrechte niet heeft vernietigd en Ecuador ten onrechte in de proceskosten heeft veroordeeld (grief X). De op de Bevelen gerichte grieven keren zich in de kern tegen de oordelen van de rechtbank dat geen sprake was van schending van het volkenrecht en (het mede daaruit voortvloeiende) soevereiniteitsbeginsel (grieven VI en VIII), dat de Bevelen (i), (ii) en (vi) geen punitief karakter hebben (grief VI), en dat de Bevelen niet zo moeten worden gelezen dat het Scheidsgerecht ook in de toekomst nog over de nakoming van de Bevelen (i), (ii) en (vi) kan oordelen (grief IX).
5.Achtergrond en context: Chevron I en Chevron II
Chevron I(2014) en
Chevron II(2019).
undue delay) en dat Ecuador zich schuldig heeft gemaakt aan rechtsweigering (
denial of justice). Ecuador is in verband hiermee veroordeeld om aan Chevron c.s. een schadevergoeding te betalen. Bij eindvonnis van 31 augustus 2011 heeft het Scheidsgerecht de hoogte van de schadevergoeding bepaald op 96.355.369,17 US dollar, inclusief rente.
‘investments existing at the time of entry into force as well as to investments made or acquired thereafter’. Daarnaast heeft Ecuador aangevoerd dat het Scheidsgerecht op een aantal punten zijn opdracht had geschonden door essentiële verweren van Ecuador buiten beschouwing te laten, zodat de arbitrale vonnissen mede daarom niet met redenen zijn omkleed.
‘investment’terecht heeft uitgelegd met inachtneming van de bijzondere betekenis die overeenstemt met de bedoeling van partijen, zodat die term binnen de context van het BIT geen territoriale of temporele beperking kent. Het beroep van Ecuador op art. 1065 lid 1 onder Pro a Rv (oud) faalde dan ook. Nu het BIT naar het oordeel van de Hoge Raad moet worden aangemerkt als recht van vreemde staten als bedoeld in art. 79 RO Pro, konden de oordelen van het hof omtrent de inhoud en uitleg van het BIT in cassatie niet op juistheid worden onderzocht. Ook de tegen het oordeel van het hof gerichte motiveringsklachten faalden.
Chevron IIvolgde op een tweede arbitrale procedure die door Chevron c.s. aanhangig is gemaakt onder het BIT. [28] Dit is dezelfde arbitrale procedure die tot de onderhavige cassatieprocedure heeft geleid, zodat de onderhavige procedure kan worden gezien als een vervolg op die procedure.
Interim Awardsheeft het Scheidsgerecht geoordeeld over zijn eigen bevoegdheid, en heeft het Scheidsgerecht bij wijze van voorlopige voorziening geoordeeld dat Ecuador maatregelen diende te treffen om de tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis tegen te gaan (zie onder 3.4-3.8). [29] In de
First Partial Award on Track Iheeft het Scheidsgerecht geoordeeld over de vrijwaring van Chevron c.s. onder de
1995 Settlement Agreementen de
1998 Final Release(zie onder 3.9).
Interim Awards on Interim Measuresen de
First Partial Award on Track I, en is in beide feitelijke instanties in het ongelijk gesteld. In cassatie klaagde Ecuador dat de opgelegde voorlopige voorzieningen in strijd zijn met de openbare orde, omdat daarmee inbreuk zou worden gemaakt op de scheiding der machten, de onafhankelijkheid van de rechtspraak, de soevereiniteit van Ecuador, het recht van andere staten te beslissen over de tenuitvoerlegging van een buitenlandse uitspraak, het grondwettelijke recht op een leven in een niet-verontreinigd milieu en het recht van de Lago Agrio-eisers te worden gehoord en zich te verdedigen voorafgaand aan een uitspraak die hun rechten raakt. Daarnaast klaagde Ecuador dat het hof bij het onderzoek of het arbitraal vonnis in strijd is met de openbare orde niet de nodige terughoudendheid had betracht en dat het hof zijn oordelen omtrent strijd met de openbare orde onvoldoende had gemotiveerd, dat het hof niet had geoordeeld over het beroep van Ecuador op art. 1065 lid 1 onder Pro c Rv (oud), en dat het hof een van de grieven niet zou hebben beoordeeld.
Chevron IIis verworpen. De Hoge Raad heeft allereerst geoordeeld dat ook tegen een beslissing tot het treffen van een voorlopige voorziening in een eindvonnis, het rechtsmiddel van vernietiging openstaat. [30] Vervolgens is beslist dat het oordeel van het hof, dat de voorlopige voorzieningen de rechten van de Lago Agrio-eisers niet rechtstreeks aantasten en naar hun aard tijdelijk zijn en dus niet in strijd zijn met de openbare orde, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en bovendien naar behoren gemotiveerd is. [31] De overige klachten zijn verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
6.Juridisch kader
‘sprekende gevallen’dient in te grijpen in arbitrale beslissingen. Zo overwoog de Hoge Raad in het
Yukos II-arrest uit 2021: [38]
‘niet behoorlijk met redenen is omkleed’van de hand gewezen, omdat deze formulering aanleiding kan geven tot een inhoudelijke toetsing van het arbitrale vonnis door de rechter. [43] Daarnaast kan in dit verband worden genoemd dat de Hoge Raad in zijn rechtspraak over de in art. 1065 lid 1 sub d Rv Pro neergelegde vernietigingsgrond
‘dat het vonnis niet met redenen is omkleed’,heeft overwogen dat vernietiging op deze grond alleen mogelijk is als een motivering
ontbreekt, en dus niet bij een
ondeugdelijkemotivering. [44] Daarnaast is overwogen dat aan de rechter niet de bevoegdheid toekomt ‘
om op deze vernietigingsgrond een arbitraal vonnis naar zijn inhoud te toetsen’. [45] Ook kan worden gewezen op de rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot art. 1065 lid 1 sub c Rv Pro, waaruit blijkt dat de rechter niet mag toetsen of het scheidsgerecht de toepasselijke beslissingsmaatstaf op juiste wijze heeft toegepast. [46] Uit die rechtspraak volgt verder dat de rechter in het geval dat in het arbitrale vonnis een onjuiste beslissingsmaatstaf wordt vermeld, niet mag treden in een inhoudelijke beoordeling van het vonnis met het oog op de vraag of het scheidsgerecht in feite tóch de juiste beslissingsmaatstaf heeft gehanteerd.
materiële openbare ordeis op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad slechts sprake als
‘de inhoud of uitvoering van het vonnis strijd oplevert met dwingend recht van een zo fundamenteel karakter dat de naleving ervan niet door beperkingen van procesrechtelijke aard mag worden verhinderd’. [51] Alleen wanneer het gaat om schending – het ten onrechte niet of onjuist toepassen [52] – van een
‘uiterst fundamenteel recht van materiële of formele aard’, komt een arbitraal vonnis op grond van art. 1065 lid 1 onder Pro e Rv (oud) voor vernietiging in aanmerking. [53]
‘beperkingen van procesrechtelijke aard’wordt gedoeld op beperkingen van de rechtsstrijd door partijen. Zo oppert Snijders in zijn annotatie onder
Eco Swiss/Benneton,het arrest waarin de hiervoor aangehaalde rechtsregel is geformuleerd: [54]
[… 1] /Fysiotherapeutenen
[… 2] /Fysiotherapeutenwaarnaar Snijders in de hiervoor aangehaalde passage verwijst, heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen de volgende antwoorden gegeven op prejudiciële vragen van de Hoge Raad over art. 85 EG Pro-Verdrag: [55]
‘beperkingen van procesrechtelijke aard’meebrengt dat zo nodig ambtshalve aan de materiële openbare orde moet worden getoetst, dus ook wanneer daarop door partijen geen beroep is gedaan (sub 1). Ambtshalve toetsing is echter niet aan de orde wanneer dit ertoe zou leiden dat de rechter
‘de hem passende lijdelijkheid zou moeten verzaken door buiten de rechtsstrijd van partijen te treden’(sub 2). [56]
‘sprekende gevallen’tot vernietiging kan overgaan, ligt dit voor de vernietigingsgrond van art. 1065 lid 1 onder Pro e Rv (oud) genuanceerder.
processuelezijde van de openbare orde (zie hiervoor onder 6.10), waarbij bij de beoordeling daarvan – voor zover het de schending van het beginsel van hoor en wederhoor betreft – geen terughoudendheid vereist is. [59]
de inhoud of uitvoering van het vonnis strijd oplevert met dwingend recht van een zo fundamenteel karakter dat de naleving ervan niet door beperkingen van procesrechtelijke aard mag worden verhinderd’(zie onder 6.11). Voor deze beoordeling kan het nodig zijn dat de rechter zich een oordeel vormt over de wijze waarop dat vonnis, en met name het daarin opgenomen dictum, moet worden uitgelegd.
Bariven-uitspraak uit 2021. In die uitspraak ging het niet om de uitleg van een
dictumin een arbitraal vonnis, maar om de uitleg van overwegingen die daaraan voorafgingen en de vraag of deze overwegingen zelfstandig dragend waren voor de beslissing van het scheidsgerecht. De Hoge Raad overwoog: [63]
obiter dictum” heeft genoemd, is hierbij niet beslissend.”
Barivennaar een arrest uit 2011, waar over de uitleg van een niet-arbitraal vonnis werd overwogen: [64]
overwegingenbinnen een arbitraal vonnis sluit de Hoge Raad dus aan bij de uitlegmaatstaf die geldt voor de uitleg van overwegingen in een uitspraak van een overheidsrechter.
dictumin een arbitraal vonnis moet worden aangesloten bij de uitlegmaatstaf die voor uitspraken van overheidsrechters geldt. Ook de uitleg van het dictum in een arbitraal vonnis dient dus plaats te vinden in het licht van de overwegingen waarop zij berust. [65]
7.Bespreking van het cassatiemiddel
Articles on the Responsibility of States for Internationally Wrongful Actsvan de
International Law Commission, een orgaan van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (hierna: ILC Articles, zie verder vanaf 7.22). [68] De klachten in onderdeel 3 zijn gericht tegen de wijze waarop het hof de Bevelen heeft uitgelegd.
subonderdeel 1.4.Volgens het subonderdeel miskent het hof in dat geval dat het gehouden was dit bezwaar, dat een beroep op een schending van de openbare orde in de zin van art. 1065 lid 1 onder Pro e Rv inhoudt en dat in appel bovendien opnieuw door Ecuador naar voren is gebracht, ambtshalve te beoordelen. [71]
exhaustion of local remediesvoor
denial of justice (Hoofdstuk 3 van de Dagvaarding) en de door het Scheidsgerecht gegeven Bevelen (Hoofdstuk 4 van de Dagvaarding). In dit hoger beroep focust Ecuador zich enkel nog op het tweede aspect, namelijk de door het Scheidsgerecht gegeven Bevelen in par. 10.13 aanhef en onder (i), (ii) en (vi) Track II Award.
reparation, nu deze Bevelen een onmogelijke opgave behelzen althans onevenredig bezwarend zijn voor Ecuador.”
‘unconditional obligations of result’) die Ecuador naar tevredenheid van het Scheidsgerecht (
‘to the satisfaction of the Tribunal’) moet uitvoeren. Vervolgens zet Ecuador nader uiteen dat dit ertoe leidt dat de door het Scheidsgerecht als onvoorwaardelijke resultaatsverbintenissen opgelegde Bevelen:
restitutionniet mogelijk zijn;
ambtshalvehad moeten beoordelen. Ecuador heeft in dit verband aangevoerd dat de rechter op grond van art. 25 Rv Pro gehouden is om recht van openbare orde, zo nodig buiten de grenzen van de rechtsstrijd, ambtshalve toe te passen.
het door de grieven ontsloten gebied. Het door de grieven ontsloten gebied wordt in beginsel bepaald door de grieven die de appellant tegen de voor hem nadelige eindbeslissingen heeft gericht. [75] Wanneer het gaat om bepalingen van openbare orde, is de rechter niet gebonden aan de argumenten die partijen hebben aangevoerd: de rechter moet bepalingen van openbare orde ambtshalve toepassen, ook wanneer hij daarmee buiten het door de grieven ontsloten gebied treedt.
Chevron II-procedure door de Hoge Raad is verworpen. Dit was ook de reden dat Ecuador haar stellingen op dit punt bij de rechtbank had laten vallen (zie onder 5.12). De relevante overwegingen van de Hoge Raad op dit punt luidden als volgt (rov. 4.3.4): [79]
Draft Articles on the Responsibility of States for Internationally Wrongful Acts, die hierna kortweg worden aangeduid als de ILC Articles. [80] Ten behoeve van de behandeling van deze onderdelen wordt eerst nader stilgestaan bij de achtergrond van de ILC Articles in het algemeen, en bij art. 35 van Pro de ILC Articles in het bijzonder.
‘full reparation for the injury caused by the internationally wrongfull act’.Art. 34 ILC Pro Articles verduidelijkt dat
reparationkan worden opgelegd in de vorm van
restitution, compensationof
satisfaction. Restitutionkan worden omschreven als een verplichting tot herstel (voor zover mogelijk) van een bepaalde toestand (art. 35 ILC Pro Articles, zie verder vanaf 7.26).
Compensationbehelst een verplichting tot schadevergoeding (art. 36 ILC Pro Articles), terwijl
satisfactionbijvoorbeeld de erkenning van een misdaad of een formele spijtbetuiging kan behelzen (art. 37 ILC Pro Articles). Zo nodig kan ook een combinatie van voornoemde vormen van
reparationworden opgelegd. [83] In beginsel is
restitutionde eerst aangewezen vorm van
reparation.Dit wordt ook wel de
‘primacy of restitution’genoemd. [84]
‘full reparation’te komen wordt begrensd door het proportionaliteitsbeginsel. De toelichting op de
ILC Articlesvermeldt hierover bij art. 35 ILC Pro Articles:
reparationkent dus een eigen specifieke proportionaliteitstoets. Het enkele feit dat het interne recht van een staat in de weg staat aan het uitvoeren van de opgelegde vorm van
reparation, is in ieder geval onvoldoende om aan te nemen dat het voor een staat niet mogelijk is om in
reparationte voorzien, zo bepaalt art. 32 ILC Pro Articles:
Second Partial Award on Track IImoeten worden aangemerkt als
restitutionals bedoeld in art. 35 ILC Pro Articles. [85] Art. 35 ILC Pro Articles luidt:
reparationdie strekt tot
‘re-establishing the status quo ante, i.e. the situation that existed prior to the occurrence of the wrongful act.’ [86] Restitutionvoorziet derhalve in herstel van de situatie zoals deze bestond voordat de onrechtmatige daad was begaan. [87]
material restitutionen
juridical restitution. Material restitutionkan worden omschreven als het herstellen van een feitelijke toestand, zoals het retourneren van goederen of het vrijgeven van gevangen genomen personen.
Juridical restitutionziet op het herstel van een juridische toestand, zoals het intrekken, nietig verklaren of wijzigen van een constitutioneel of wettelijk voorschrift of het nemen van de vereiste stappen voor het beëindigen van een verdrag: [88]
restitutionkan worden opgelegd, wordt op twee manieren begrensd, zo volgt uit art. 35 onder Pro (a) en (b) ILC Articles. Dit wordt hierna besproken.
restitutionvolgens sub (a) van art. 35 ILC Pro Articles enkel worden opgelegd voor zover dit niet materieel onmogelijk (
‘materially impossible’) is. Dit is bijvoorbeeld aan de orde wanneer de verplichting tot
restitutionstrekt tot herstel van eigendomsrechten die permanent verloren zijn gegaan.
Restitutionwordt in elk geval
nietmaterieel onmogelijk geacht enkel en alleen omdat dit praktische of juridische moeilijkheden met zich zou brengen. Daarbij geldt onder meer dat een staat zich niet achter zijn eigen interne recht mag verschuilen (zie ook hiervoor onder 7.25): [90]
restitutionmaterieel onmogelijk is in de zin van art. 35 (a) ILC Articles, moet onder omstandigheden ook acht worden geslagen op de positie van derden. In de toelichting op de ILC Articles wordt in dit verband verwezen naar de zaak
Forests of Central Rhodopia: [91]
Forests of Central Rhodopiacase, the claimant was entitled to only a share in the forestry operations and no claims had been brought by the other participants. The forests were not in the same condition as at the time of their wrongful taking, and detailed inquiries would be necessary to determine their condition. Since the taking, third parties had acquired rights to them. For a combination of these reasons, restitution was denied. The case supports a broad understanding of the impossibility of granting restitution, but it concerned questions of property rights within the legal system of the responsible State.”
restitutionin de gegeven omstandigheden materieel onmogelijk werd geacht. Of de positie van derden er daadwerkelijk toe leidt dat (een bepaalde vorm van)
restitutionniet kan worden opgelegd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval,
‘including whether the third party at the time of entering into the transaction or assuming the disputed rights was acting in good faith and without notice of the claim to restitution.’ [92]
restitutionslechts kan worden opgelegd
‘to the extent that restitution (…) does not involve a burden out of all proportion to the benefit deriving from restitution instead of compensation.’In dit vereiste ligt derhalve de voor art. 35 ILC Pro Articles geldende proportionaliteitstoets besloten. De proportionaliteitstoets van art. 35 (b) ILC Articles is in het commentaar bij deze bepaling als volgt toegelicht: [93]
‘burden’, ‘cost’) die
restitutionmet zich brengt voor de aansprakelijke staat enerzijds, tegenover de voordelen (
‘benefit’) daarvan voor de gelaedeerde partij(en) anderzijds. De toelichting op art. 35 (b) ILC Articles vermeldt vervolgens:
restitution, maar vereist ook dat wordt afgewogen hoe de uitkomst van die belangafweging zich verhoudt tot het scenario waarin in plaats van
restitution, compensationals vorm van
reparationzou worden opgelegd. Uit de zinsnede
‘This applies only’,volgt voorts dat de proportionaliteitstoets van art. 35 (b) ILC Articles er enkel toe kan leiden dat van
restitutionwordt afgezien wanneer sprake is van een
‘grave disproportionality’tussen de last van
restitutionvoor de aansprakelijke staat versus de voordelen daarvan voor de gelaedeerde(n). Daarmee staat vast dat de lat van art. 35 (b) ILC Articles hoog ligt, en dat niet snel mag worden aangenomen dat de proportionaliteitstoets aan het opleggen van
restitutionin de weg zal komen te staan.
restitutionals bedoeld in artikel 35 van Pro de
ILC Rules on State Responsibility. Uit de toelichting bij dat artikel blijkt dat onderscheid wordt gemaakt tussen “
material restitution”en “
juridical restitution”. Dat laatste ziet op “
the reversal of some juridical act", "(...) where restitution requires or involves the modification of a legal situation either within the legal system of the responsible State or in its legal relations with the injured State. Such cases include the revocation, annulment or amendment of a
materially impossible”moet worden verstaan, namelijk: “
This would apply where property to be restored (...) has deteriorated to such an extent as to be valueless. On the other hand, restitution is not impossible merely on grounds of legal or practical difficulties, even though the responsible State may have to make special efforts to overcome these”. Bij dat laatste wordt ook verwezen naar artikel 32 van Pro de van de
ILC Articles on State Responsibilitydat luidt: "
The responsible Stale may not rely on the provisions of its internal law as justification for failure to comply with its obligations under this Part.”
restitutionniet kan worden opgelegd als dat (materieel) onmogelijk is. Uit de toelichting over wat volgens het internationale recht als onmogelijk wordt beschouwd, volgt echter dat de omstandigheid dat het rechtssysteem van Ecuador niet voorziet in een mogelijkheid het Lago Agrio-vonnis ongedaan te maken of om een verbod of gebod aan de Lago Agrio-eisers op te leggen om te voorkomen dat zij binnen en buiten Ecuador het vonnis tenuitvoerleggen, zoals Ecuador stelt, onvoldoende is om te oordelen dat restitutie ónmogelijk is. De door Ecuador aangevoerde argumenten (weergegeven in 8.20) worden juist uitgesloten als valide argumenten voor onmogelijkheid van
restitution. Daarmee rechtvaardigen die argumenten niet de conclusie dat het scheidsgerecht het beginsel heeft geschonden dat aan staten geen
juridical restitutionwegens een internationale onrechtmatige daad (‘
internationally wrongful act’) op grond van het in art. 35 ILC Pro Articles tot uitdrukking gebrachte internationale recht, meebrengt dat een staat niet kan worden verplicht tot een inspannings- of resultaatsverplichting ter ontneming van de executeerbaarheid en/of de voorkoming van de executie van een (in kracht en gezag van gewijsde gegane) uitspraak van de eigen rechterlijke macht. Het hof zou in rov. 8.26 en rov. 8.28 in ieder geval hebben miskend dat een dergelijke verplichting door een staat onmogelijk nagekomen kan worden, zo betoogt subonderdeel 2.2.
juridical restitutionals hiervoor (onder 7.28) beschreven, niet mag worden aangenomen ten aanzien van (in kracht en gezag van gewijsde gegane) gerechtelijke uitspraken waarbij de tot
juridical restitutionverplichte staat zelf geen procespartij is. In een dergelijk geval is sprake van een resultaatsverplichting die onmogelijk kan worden nagekomen. De staat kan, mede met het oog op het beginsel van de scheiding der machten, niet verplicht worden tot het ingrijpen in uitspraken van de eigen rechterlijke macht indien hij daarbij geen partij is.
juridical restitutionniet kan inhouden dat een staat wordt verplicht tot ontneming van de executeerbaarheid en/of de voorkoming van de executie van een uitspraak van de
eigenrechterlijke macht.
Chevron I-procedure is aangevoerd. De Hoge Raad heeft het argument daarin als volgt verworpen: [97]
reparationopgelegd worden die niet ingrijpen in de rechten die de niet-betrokken partijen aan de (onrechtmatige) uitspraak ontlenen, of de executie daarvan definitief blokkeren.
restitutiondie ingrijpt in de rechten van partijen die niet betrokken zijn geweest bij de procedure waarin de onrechtmatige daad is vastgesteld, geldt het volgende.
Jurisdictional Immunities of the State-arrest van het Internationaal Gerechtshof (IGH). [100] Het ging in deze zaak, kort gezegd, om een geschil tussen Duitsland en Italië, naar aanleiding van de misdaden die Duitsland in de Tweede Wereldoorlog jegens Italië heeft gepleegd. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog is overeengekomen dat Duitsland een schadevergoeding aan Italië zou voldoen en dat Duitsland daarmee gevrijwaard zou worden van schadeclaims. [101] In 2011 werd de schadeclaim van een Italiaanse onderdaan jegens Duitsland niettemin toegewezen. [102] Het IGH boog zich vervolgens over de vraag of Italië hiermee in strijd had gehandeld met haar verplichting om aan Duitsland
‘jurisdictional immunity’toe te kennen. Het IGH beantwoordde deze vraag bevestigend: [103]
breach of obligationsbracht onder meer mee dat Italië bij wijze van
restitutionin de zin van art. 35 ILC Pro Articles, diende te bewerkstelligen dat aan alle uitspraken die in strijd waren met de aan Duitsland toegekende
‘jurisdictional immunity’,rechtskracht werd ontnomen: [104]
restitutiondie moest bewerkstelligen dat een staat moest ingrijpen in uitspraken van de eigen rechterlijke macht, zonder dat de staat zelf partij was bij die uitspraken. Het IGH overweegt daarbij bovendien dat deze verplichting (in dit geval) niet materieel onmogelijk of disproportioneel was.
restitution– anders dan Ecuador in cassatie betoogt [105] – wel degelijk kan inhouden dat een staat wordt verplicht tot ingrijpen in uitspraken van de eigen rechterlijke macht waarbij de aansprakelijke staat zelf geen partij is geweest. Het feit dat de partij(en) ten nadele van wie die uitspraak strekt niet in die procedure betrokken waren – i.c.: de Italiaanse onderdaan – staat bovendien kennelijk ook niet in de weg aan het opleggen van
restitutionals hiervoor beschreven. Niet is in te zien, zoals Ecuador in cassatie betoogt, dat de normschending in de
Jurisdictional Immunities of the State-zaak staatsimmuniteit betrof (terwijl het in de onderhavige zaak gaat om
denial of justice), daarmee zodanig specifiek is dat uit de uitspraak niet kan worden afgeleid dat de Bevelen die in de onderhavige zaak centraal staan eveneens toelaatbaar zijn onder art. 35 ILC Pro Articles.
Second Partial Award on Track IIheeft het Scheidsgerecht immers geoordeeld (i) dat bij de totstandkoming van het Lago Agrio-vonnis sprake is geweest van corruptie, (ii) dat het Lago Agrio-vonnis ziet op
diffuse claimswaarvoor Ecuador Chevron c.s. heeft gevrijwaard en (iii) dat het voorgaande een schending van het BIT is en aldus sprake is van een internationale onrechtmatige daad waarvoor Ecuador aansprakelijk is jegens Chevron c.s. (rov. 4.1-4.2). Het hof neemt zelf ook tot uitgangspunt dat de arbitrale procedure die heeft geleid tot de
Second Partial Award on Track II,enkel is gevoerd tussen Ecuador en Chevron c.s. (rov. 3.10). De Lago Agrio-eisers waren geen partij in die procedure en raken daardoor dus niet gebonden, aldus het subonderdeel.
restitutionertoe leidt dat de belangen van derden geraakt worden, en dat dit enkel mogelijk zou zijn indien die derden – de Lago Agrio-eisers – partij waren geweest in de arbitrale procedure waarin die
restitutionis opgelegd. Zoals hiervoor is toegelicht (onder 7.56-7.57), is dit uitgangspunt onjuist. Dat betekent dat het hof zijn oordeel op dit punt niet nader hoefde te motiveren. Subonderdeel 2.7 faalt dan ook.
restitutionmaterieel onmogelijk is, heeft miskend dat daarbij mede moet worden afgewogen of met de betreffende vorm van
restitutionbelangen van derden worden geraakt. Voor zover het hof dit niet heeft miskend, is zijn oordeel volgens het subonderdeel onvoldoende gemotiveerd. Het subonderdeel stelt dat het hof niet kenbaar is ingegaan op de vraag of de Bevelen de belangen van de Lago Agrio-eisers raken en, zo ja, of de inbreuk op die belangen tot de conclusie moet leiden dat
restitutionin de vorm van de Bevelen materieel onmogelijk is. Het hof was daartoe wel verplicht, omdat Ecuador zich mede op het standpunt heeft gesteld dat de belangen van de Lago Agrio-eisers als gevolg van de Bevelen onevenredig worden geraakt, nu zij niet bij de arbitrale procedure zijn betrokken, maar het op grond van de Bevelen ontnemen van de executeerbaarheid van het Lago Agrio-vonnis wel in strijd is met hun fundamentele rechten.
restitutionmaterieel onmogelijk is in hoger beroep aan de orde heeft gesteld, zowel in de memorie van grieven als in de dagvaarding. [106]
‘Onmogelijkheid van nakoming in verband met de schending van de rechten van de Lago Agrio-eisers’. Het gaat hier dus om argumenten die zijn ingenomen ter onderbouwing van het standpunt dat het arbitrale vonnis de rechten van de Lago Agrio-eisers schendt. Ecuador heeft dit standpunt voorafgaand aan de mondelinge behandeling in eerste aanleg, uitdrukkelijk laten vallen (zie onder 4.5). Zoals bij de behandeling van onderdeel 1 reeds is toegelicht, kan Ecuador zich in cassatie dan ook niet beroepen op deze stellingen. Uit de verwijzingen naar de memorie van grieven en de pleitaantekeningen in hoger beroep kan bovendien niet worden afgeleid dat Ecuador deze stellingen in hoger beroep zou hebben gehandhaafd of opnieuw zou hebben aangevoerd (zie hiervoor onder 7.12-7.14). Wat op dit punt in de inleidende dagvaarding is aangevoerd, is in dat kader niet relevant (zie ook de voetnoten 74 en 95).
restitutionmaterieel onmogelijk was.
ILC Articles on State Responsibilitybepaalt weliswaar dat
restitutionalleen kan worden opgelegd voor zover “
restitution (...) does not involve a burden out of all proportions to the benefit deriving from restitution instead of compensation”, maar Ecuador heeft onvoldoende toegelicht waarom uitvoering van de Bevelen (evident) onevenredig bezwarend voor haar zou zijn, afgezet tegen het zwaarwegende belang van Chevron en TexPet dat het frauduleuze Lago Agrio-vonnis. waarbij Chevron is veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van 8.6 miljard dollar, niet tenuitvoergelegd zal worden. Het betoog van Ecuador gaat om die reden dan ook al niet op.”
restitutiongeen disproportionele last oplevert gezien de daaraan verbonden voordelen, in verhouding tot het in plaats daarvan opleggen van
compensation. Het hof heeft volgens Ecuador in plaats daarvan enkel onderzocht of de verplichting tot
restitutionvoor de ene partij een onevenredig zware last oplevert, afgewogen tegen de belangen bij nakoming van de verplichting tot
restitutiondoor de andere partij (namelijk: de voorkoming van de tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis). Dit is een andere belangenafweging dan art. 35 (b) ILC Articles vereist, aldus het subonderdeel.
restitutionslechts kan worden opgelegd
‘to the extent that restitution (…) does not involve a burden out of all proportion to the benefit deriving from restitution instead of compensation.’Uit de toelichting bij deze bepaling volgt dat de hierin neergelegde proportionaliteitstoets een afweging vereist tussen de last (
‘burden’, ‘cost’) die
restitutionmet zich brengt voor de aansprakelijke staat enerzijds, tegenover de voordelen (
‘benefit’) daarvan voor de gelaedeerde partij(en), in vergelijking met het scenario waarin
compensationzou worden opgelegd in plaats van
restitution(zie onder 7.35) anderzijds. In zoverre stelt Ecuador dus terecht dat bij de belangenafweging die in het kader van art. 35 (b) ILC Articles dient plaats te vinden, ook het alternatief van
compensationdient te worden betrokken.
compensationpas kan plaatsvinden, wanneer inzicht bestaat in de wijze waarop de lasten van
restitutionzich verhouden tot de daaraan verbonden voordelen voor de schadelijdende partij(en). Zoals ook in de toelichting bij art. 35 (b) ILC Articles is vermeld, geldt dat de hierin neergelegde proportionaliteitstoets er enkel toe kan leiden dat
restitutionniet aan de orde is indien sprake is van een
‘grave disproportionality’tussen de lasten en voordelen van
restitution(zie onder 7.35). Het hof overweegt in rov. 8.32 dat Ecuador onvoldoende heeft toegelicht
‘waarom uitvoering van de Bevelen (evident) onevenredig bezwarend voor haar zou zijn, afgezet tegen het zwaarwegende belang van Chevron en Texpet dat het frauduleuze Lago Agrio-vonnis (…) niet tenuitvoergelegd zal worden.’Het hof overweegt vervolgens (eveneens in rov. 8.32) dat het betoog van Ecuador met betrekking tot de proportionaliteitstoets
‘om die reden dan ook al niet opgaat’. In deze overwegingen ligt besloten dat Ecuador naar het oordeel van het hof ten aanzien van de proportionaliteitstoets kennelijk niet heeft voldaan aan haar stelplicht met betrekking tot het onevenredig bezwarend zijn van de uitvoering van de Bevelen. Daardoor heeft het hof niet kunnen afwegen hoe een en ander zich verhoudt tot het opleggen van
compensationals alternatief voor
restitution.
restitutionvoor haar een disproportioneel zware last oplevert in verhouding tot de daaraan verbonden voordelen voor Chevron c.s. Om die reden kon het hof niet toekomen aan een afweging ten opzichte van het scenario waarin
compensationzou worden opgelegd in plaats van
restitution.De klacht onder (i) faalt dan ook.
a)voert Ecuador aan dat zij in dit verband heeft gesteld dat de Bevelen vereisen dat de staat ingrijpt in een vonnis met kracht en gezag van gewijsde. Ecuador verwijst in de procesinleiding naar de volgende passages in de memorie van grieven:
res judicata. Een wetswijziging is dan nodig maar ook dit zal niet het gewenst effect hebben, omdat deze geen terugwerkende kracht kan hebben voor een reeds in kracht van gewijsde gegaan vonnis. Het legaliteitsbeginsel of
rule of lawis ook in Ecuador een fundamenteel beginsel waar niet aan kan worden getornd. Men zal dus moeten vertrouwen op
international comity; het is moeilijk voorstelbaar dat een buitenlandse rechter tot tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis zal overgaan, mede gelet op het Bevel in par. 10.13 (iii) Track II Award om op verzoek van Chevron buitenlandse rechters op de hoogte te stellen van de Track II Award.
reparation, nu deze Bevelen een onmogelijke opgave behelzen althans onevenredig bezwarend zijn voor Ecuador.”
‘Allereerst is het voor Ecuador onmogelijk om’in randnummer 3.2 van de memorie van grieven als hiervoor geciteerd, is op te maken dat het betoog van Ecuador in randnummer 3.2 ziet op de vraag of de
restitutiondie met de Bevelen is opgelegd, tot een verplichting leiden die
materieel onmogelijkis als bedoeld in art. 35 (a) ILC Articles (zie daarover onder 7.31-7.33). Een beroep op de proportionaliteitstoets van art. 35 (b) ILC Articles valt daarin niet te lezen.
b)aan dat zij heeft gesteld dat de Bevelen (ten minste in zekere mate) nopen tot het ingrijpen in de uitvoerbaarheid van het Lago Agrio-vonnis in buitenlandse staten, hetgeen verplicht tot bemoeienis met de interne aangelegenheden van andere staten in strijd met het soevereiniteitsbeginsel. Daarbij verwijst Ecuador naar de volgende passages uit de memorie van grieven:
a)heeft aangevoerd. Randnummer 3.3 moet worden gelezen in het licht van randnummer 3.1 van de memorie van grieven, waaruit klaarblijkelijk volgt dat het daaropvolgende betoog moet worden gelezen in het licht van de vraag of
restitutionmaterieel onmogelijk is als bedoeld in art. 35 (a) ILC Articles. In randnummer 3.3 is in ieder geval geen beroep op de proportionaliteitstoets van art. 35 (b) ILC Articles te lezen.
c)betoogt Ecuador dat zij zou hebben aangevoerd dat bij de belangenafweging geen rekening is gehouden met het effect van de Bevelen op de rechten die de Lago Agrio-eisers aan het Lago Agrio-vonnis kunnen ontlenen, en die als gevolg van de uitvoering van de Bevelen volledig aan hen worden ontnomen. Ter onderbouwing van deze stelling verwijst Ecuador naar randnummers 1.8 en 3.9 van de memorie van grieven, randnummer 2.2 van de pleitaantekeningen van Ecuador in hoger beroep, alsmede naar randnummers 4.42 tot 4.46 van de dagvaarding. De aangehaalde passages worden hierna afzonderlijk besproken. [108]
exhaustion of local remediesvoor
denial of justice (Hoofdstuk 3 van de Dagvaarding) en de door het Scheidsgerecht gegeven Bevelen (Hoofdstuk 4 van de Dagvaarding). In dit hoger beroep focust Ecuador zich enkel nog op het tweede aspect, namelijk de door het Scheidsgerecht gegeven Bevelen in par, 10.13 aanhef en onder (i), (ii) en (vi) Track II Award.
reparation, nu deze Bevelen een onmogelijke opgave behelzen althans onevenredig bezwarend zijn voor Ecuador.”
‘een onmogelijke opgave behelzen althans onevenredig bezwarend zijn voor Ecuador’is daartoe onvoldoende, nu hieruit geenszins blijkt hoe de lasten voor Ecuador zich verhouden tot de aan de Bevelen verbonden voordelen voor Chevron c.s.
‘unconditional obligations of result’) die Ecuador naar tevredenheid van het Scheidsgerecht (
‘to the satisfaction of the Tribunal’) moet uitvoeren. Vervolgens zet Ecuador nader uiteen dat dit ertoe leidt dat de door het Scheidsgerecht als onvoorwaardelijke resultaatsverbintenissen opgelegde Bevelen:
restitutionniet mogelijk zijn;
in de vorm van restitution niet mogelijk zijn’– volgt eerder dat de door Ecuador aangevoerde argumentatie moet worden gelezen in het licht van het vereiste dat
restitutionniet materieel onmogelijk mag zijn (art. 35 (a) ILC Articles).
‘Onmogelijkheid van nakoming in verband met de schending van de rechten van de Lago Agrio-eisers’. Het gaat hier dus om argumenten in het kader van een standpunt dat Ecuador voorafgaand aan de mondelinge behandeling in eerste aanleg, uitdrukkelijk heeft laten vallen. Zoals bij de behandeling van onderdeel 1 reeds is toegelicht, komt aan Ecuador in cassatie ook geen beroep meer toe op deze stellingen (zie ook hiervoor onder 7.18).
lastendie
restitutionvoor Ecuador oplevert en de daaraan verbonden
voordelenvoor Chevron en TexPet.
d)dat zij in het kader van de proportionaliteitstoets zou hebben aangevoerd dat de Bevelen ingaan tegen het beginsel van de scheiding der machten. Daartoe verwijst Ecuador opnieuw – evenals onder
c)– naar randnummers 1.8 en 3.9 van de memorie van grieven en randnummer 2.2 van de pleitaantekeningen van Ecuador in hoger beroep (zie onder 7.83 en 7.85). Daarnaast verwijst Ecuador naar randnummer 4.58 van de inleidende dagvaarding:
restitutioneen ontoelaatbare inmenging in de soevereiniteit van Ecuador. Tevens wordt Ecuador door de opgelegde resultaatsverbintenis gedwongen om zich te mengen in het handelen van andere soevereine staten om zo alsnog de tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis te voorkomen. Dit is in strijd met het geldende internationale rechtssysteem voor de erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis op grond waarvan deze beoordelingsvrijheid juist is overgelaten aan de buitenlandse staat waar om tenuitvoerlegging verzocht wordt. Tot slot dwingen de Bevelen, die door het Scheidsgerecht opgelegd zijn, Ecuador om in strijd te handelen met de fundamentele rechten van derden, namelijk de Lago Agrio-eisers.”
e)dat zij zou hebben aangevoerd dat de Bevelen een ontoelaatbare inmenging in de soevereiniteit van Ecuador opleveren. Daartoe verwijst Ecuador naar de volgende passages uit de memorie van grieven:
International Law Commission("ILC") zelfs geduid als een norm van algemeen volkenrechtelijk dwingend recht -
ius cogens, oftewel een zogenoemde
'peremptory norm of general international law’(zie hierna par. 6.32).
ius cogensbetekent, kort gezegd, dat de norm wereldwijde algemene gelding heeft en slechts door een andere regel met diezelfde status kan worden opzij gezet. Het betekent ook dat een verdrag - zoals een BIT of een overeenkomst tot arbitrage tussen publiekrechtelijke rechtspersonen - nietig is naar internationaal recht voor zover strijdig met een
ius cogensnorm, vgl. hiervoor art. 53 van Pro het Weens Verdragen verdrag (1969):
ius cogens:
ius cogens-norm betreft en dus steeds ten volle moet worden nageleefd bij de vormgeving van de inhoud en de uitvoering van arbitrale vonnissen. Volgens het subonderdeel had het hof, gelet op het voorgaande, ambtshalve moeten toetsen of de voordelen van het opleggen van de Bevelen, gezien deze bezwaren van constitutionele en internationaalrechtelijke aard, alsmede de gevolgen daarvan voor de niet in de arbitrale procedure betrokken Lago Agrio-eisers, disproportioneel zijn in verhouding tot het in plaats daarvan opleggen van een (eventuele) schadevergoedingsplicht, die niet zou leiden tot die bezwaren en gevolgen.
‘zachte uitleg’van de Bevelen lijkt weliswaar in het voordeel van Ecuador te strekken, maar volgens Ecuador is dit niet geval. Ecuador wijst erop dat het gezag van gewijsde van het hof-arrest zich niet uitstrekt tot het dictum van het arbitraal vonnis, zodat Ecuador het risico loopt dat zowel Chevron c.s. als het Scheidsgerecht zich niets van de uitleg van het hof zullen aantrekken. Ook meent Ecuador dat zij als gevolg van de uitleg van het hof in een
‘onmogelijke spagaat’terecht komt, doordat het Scheidsgerecht haar aan de onmogelijk uit te voeren Bevelen houdt (die bovendien in strijd zijn met fundamentele beginselen van internationaal recht en procesrecht), terwijl het hof die Bevelen niet vernietigt vanwege de zachte uitleg die het hof daaraan geeft. [111] Ecuador wijst er in dit verband op dat het Scheidsgerecht naar aanleiding van een door Ecuador ingediend interpretatieverzoek reeds heeft laten weten dat de Bevelen geen inspanningsverplichting betreffen, maar een resultaatsverplichting. [112] Hier zij opgemerkt dat de beslissing van het Scheidsgerecht in reactie op het interpretatieverzoek in 2018 is gewezen, dus (ruim vier jaar) vóór het bestreden arrest in de vernietigingsprocedure. [113]
‘Wat betreft het in 8.21 beschreven argument van Ecuador (kort gezegd: Ecuador heeft handelingen van derden nooit volledig in de hand) overweegt het hof als volgt.’).Rov. 8.21 luidt als volgt (inclusief voetnoten als opgenomen in het arrest van het hof):
‘of its own choosing’), doet aan al het voorgaande, inclusief hetgeen hierboven in Hoofdstuk 3 uiteen is gezet, niet af. Het internationale recht en de inrichting van de rechtsorde van andere soevereine Staten begrenzen immers de
‘steps of its own choosing’van Ecuador. Ecuador kan simpelweg niet op eigen houtje ervoor zorgen dat de tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis in het buitenland wordt voorkomen, welke stappen zij daar ook voor zou kiezen. Deze 'schijn-ruimte' kan dus evenmin de rechtvaardiging inhouden voor de veel te ver gaande Bevelen van het Scheidsgerecht.
Subonderdeel 3.2betoogt dat het hof in rov. 8.28 blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, omdat het hof eraan voorbij ziet dat de uitleg van een (dictum van een) arbitraal vonnis door de rechter die oordeelt over de vernietiging van een arbitraal vonnis, niet moet plaatvinden op basis van een
‘redelijke uitleg’.Volgens het subonderdeel miskent het hof dat die uitleg moet plaatsvinden in het licht van het lichaam, doel en strekking van de veroordeling. Daarbij geldt volgens het subonderdeel de letterlijke tekst van het vonnis en dictum als uitgangspunt. Voor zover het hof voornoemde uitlegmaatstaf niet heeft miskend, betoogt het subonderdeel dat het hof dit oordeel in ieder geval onvoldoende heeft gemotiveerd, omdat het hof niet toetst of, dan wel niet kenbaar motiveert dat, de Bevelen in het licht van het lichaam, doel en strekking en de letterlijke tekst van het arbitraal vonnis en het dictum moeten worden begrepen als de door het hof bedoelde verplichtingen.
Subonderdeel 3.3stelt dat het hof miskent dat de vernietigingsrechter die oordeelt over de vernietiging van een arbitraal vonnis van een scheidsgerecht dat zijn bevoegdheid ontleent aan een bilateraal verdrag (in dit geval: het BIT), het (dictum van) het arbitraal vonnis met terughoudendheid moet uitleggen. Daarbij dient het hof als uitgangspunt doorslaggevende (althans belangrijke) betekenis toe te kennen aan de tekst van het dictum en het lichaam van het arbitraal vonnis. Voor zover het hof de voornoemde terughoudende en/of op de tekst gerichte maatstaf niet heeft miskend, is het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd omdat het hof geen blijk ervan geeft deze terughoudendheid in acht te hebben genomen. Evenmin geeft het hof er blijk van dat aan de tekst van het dictum en het lichaam van het arbitraal vonnis doorslaggevende, althans belangrijke, betekenis is toegekend.
Second Partial Award on Track II.
‘in combinatie met een adequate nakoming van het (door Ecuador niet bestreden) bevel onder (iii), normaal gesproken [zou] moeten kunnen voorkomen dat het frauduleuze Lago Agrio-vonnis in andere staten tenuitvoergelegd zal worden.’Daarmee heeft het hof de Bevelen (i) en (ii) dus mede uitgelegd in het licht van Bevel (iii). Niet gebleken is dat het hof daarbij de in de vernietigingsprocedure te betrachten terughoudendheid heeft veronachtzaamd. Dit betekent dat de subonderdelen 3.2 en 3.3 falen.
Subonderdeel 3.4bevat een motiveringsklacht en betoogt dat het oordeel van het hof in rov. 8.28 in ieder geval om de volgende, mede in onderlinge samenhang te beschouwen redenen onvoldoende begrijpelijk is gemotiveerd:
geenonvoorwaardelijke garantieverplichting of resultaatsverplichting inhouden. Daarmee is het oordeel van het hof volgens het subonderdeel innerlijk tegenstrijdig en daarom onbegrijpelijk.
‘Ecuador shall to the satisfaction of the Tribunal and as uncondictional obligations of result (save where otherwise indicated)’. Dit laat zich als uitgangspunt niet anders uitleggen dan dat de Bevelen onvoorwaardelijke resultaatsverplichtingen inhouden, behoudens voor zover anders is aangegeven (
‘save where otherwise indicated’). In het licht van deze aanhef valt volgens het subonderdeel zonder nadere motivering niet in te zien waarom de Bevelen (i), (ii) en (vi) niet als onvoorwaardelijke resultaatsverplichtingen kunnen en moeten worden begrepen, temeer nu de Bevelen geen afwijkingen bevatten van het uitgangspunt dat sprake is van onvoorwaardelijke resultaatsverplichtingen.
nietkwalificeert als een op Ecuador rustende onvoorwaardelijke resultaatsverplichting die vereist dat Ecuador moet voorkomen dat (een van) de Lago Agrio-eisers of andere partijen overgaan/overgaat tot tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis.
‘adequaat’nakomt (rov. 8.28) en
‘adequate maatregelen treft’(rov. 8.30), zonder te preciseren waaruit deze adequate nakoming en maatregelen in dit concrete geval zouden kunnen en moeten bestaan, zodat het oordeel van het hof onvoldoende begrijpelijk is gemotiveerd. Het laat zich op basis van dit oordeel immers niet vaststellen welke handelingen en maatregelen van Ecuador worden verlangd ter voorkoming van de executie en ontneming van de executeerbaarheid van het Lago Agrio-vonnis. Bovendien ziet het hof eraan voorbij dat geen sprake kan zijn van adequate nakoming wanneer het opgelegde resultaat niet kan worden bereikt, aldus het subonderdeel.
dat Ecuador maatregelen moet nemen, naar eigen keuze, waarmee de status van uitvoerbaarheid aan het Lago Agrio-vonnis wordt ontnomen en waarmee wordt verhinderd dat de Lago Agrio-eisers of andere partijen het Lago Agrio-vonnis ten uitvoer kunnen leggen.“
.Daarop stuiten de stellingen van Ecuador onder
a), b)en
c),zowel afzonderlijk als in samenhang gelezen, af.
d), inhoudende dat het hof onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd waaruit een adequate nakoming van de Bevelen zou bestaan, treft evenmin doel. Zoals hiervoor (onder 7.101-7.103) ook is aangestipt, respondeert het hof in rov. 8.28 op een aantal specifieke stellingen die Ecuador in de memorie van grieven heeft ingenomen. Die stellingen zien niet op de vraag hoe een adequate naleving van de Bevelen vorm zou moeten krijgen, zodat het hof op dit punt dan ook niet tot een nadere motivering gehouden was.
Subonderdeel 3.5klaagt dat het hof met de oordelen in rov. 8.28 buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, omdat Chevron c,s, zich eveneens op het standpunt heeft gesteld dat de Bevelen moeten worden begrepen als resultaatsverplichtingen op grond waarvan op Ecuador de verantwoordelijkheid rust om via middelen van haar keuze het opgelegde resultaat te bereiken. Partijen waren het er derhalve over eens dat de Bevelen moeten worden uitgelegd als (onvoorwaardelijke) resultaatsverplichtingen, zodat het hof volgens Ecuador niet de bevoegdheid zelfstandig een andere uitleg aan de Bevelen te geven.
Subonderdeel 3.6bevat ten slotte een voortbouwklacht, die betoogt dat met het slagen van (een van) de andere subonderdelen van onderdeel 3, de daarop voortbouwende oordelen, waaronder in ieder geval rov. 8.29-8.31, niet in stand kunnen blijven.