Conclusie
Nummer22/02055 P
Inleiding
Het middel
De strafzaak
Samenvatting van de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
een derdevan bedrag C en niet van het totale bedrag C (ter terechtzitting was namelijk aangevoerd dat de betrokkene dit gehele bedrag heeft betaald en niet slechts een derde ervan);
De processuele feiten
“Kosten
.”
Voor huisvesting, knippers en elektriciteit heb ik nooit kosten gemaakt. Ik heb geen huur moeten betalen of iets dergelijks. De knippers zijn ook nooit betaald. Met die elektriciteit heb ik ook niks te maken. Ik heb geen kennis van hoe dat moet.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
1. Het in de wettelijke vorm opgemaakteproces-verbaal Aantreffen hennepkwekerij met bijlagen(als bijlage op pagina 9 tot en met 36), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Deelklacht 1
omdat onderaan het briefje ‘/3’ staat, het aannemelijk is dat de kosten niet alleen door betrokkene zijn gemaakt, maar dat de kosten door drie dienden te worden gedeeld”. De verdediging heeft aangevoerd dat de betrokkene deze kosten volledig heeft betaald. Hij diende daarvoor gecompenseerd te worden door de medebetrokkenen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] . Het aangetroffen ‘gele briefje’ dat aan de medebetrokkene [betrokkene 1] was gegeven en in diens portemonnee is teruggevonden, is daarvan de bevestiging. Tevens was aangevoerd dat de betrokkene deze kosten nooit vergoed heeft gekregen.
de kosten door drie dienden te worden gedeeld” laat het hof de mogelijkheid open dat dit ‘delen’ nog niet heeft plaatsgevonden en is het oordeel van het hof dat “
het aannemelijk[is]
dat de kosten niet alleen door de betrokkene zijn gemaakt” in zoverre innerlijk tegenstrijdig en/of zonder nadere motivering – die ontbreekt – onbegrijpelijk. Voor zover het hof heeft bedoeld te oordelen dat de door de betrokkene gemaakte kosten al zijn verrekend, is dat oordeel ontoereikend omdat dit oordeel niet is gemotiveerd, aldus de stellers van het middel.
onderaan het briefje ‘/3’ staat”.
Deelklacht 2
Aangezien verdachte heeft verklaard dat één van de vier dozen aan gekochte stekken verloren is gegaan, wordt € 500,- in mindering gebracht op de genoemde kostenpost ‘bache’.”
Daarnaast houdt het hof bij de berekening van de post ‘spullen’ het volgens BOOM vastgestelde afschrijvingspercentage van 25% aan. Op basis daarvan wordt er voor de kostenpost ‘spullen’ € 1.750,- gerekend.”
“kosten die in directe relatie staan tot het delict dat ten grondslag ligt aan de becijfering van het wederrechtelijk verkregen voordeel”, zijnde de formulering waarmee de Hoge Raad de hiervoor onder (1) bedoelde voorwaarde tot uitdrukking brengt, moeten die kosten worden gerekend die bespaard zouden zijn geweest als het delict dat in de voordeelberekening wordt betrokken, niet zou zijn gepleegd. [5]
dat in de voordeelberekening is betrokken. Bij het bepalen van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden bijgevolg uitsluitend die kosten in mindering gebracht die in directe relatie staan tot de (winstgevende) delicten waarop de ontneming is gegrond. Hierin ligt spiegelbeeldig besloten dat de ontnemingsrechter niet gehouden is om kosten die weliswaar zijn gemaakt maar niet tot enig voordeel hebben geleid, op het geschatte voordeel in mindering te brengen. [8]
kosten die bespaard zouden zijn geweest als het delict niet zou zijn gepleegd” de meer bedrijfseconomisch georiënteerde begrippen ‘marginale kosten’, ‘grenskosten’ of ‘additionele kosten’. Het gaat in die gevallen in essentie om het bedrag waarmee de totale (variabele) kosten toenemen door een verhoging van de productie, in dit geval door het begaan van een extra delict. Vaste lasten, waarvan de hoogte constant is en dus niet samenhangt met een toename van de omvang van de productie, vallen daaronder in beginsel niet, ook niet een evenredig deel daarvan. [9]
uitsluitend voor zoverdeze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt ten behoeve van de oogstcyclus waarvan het voordeel (i.e. de prijs bij de verkoop van het product) wordt ontnomen. [10]
Deelklacht 3
Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van 6 juli 2018’ – naast de kosten zoals genoemd op het ‘gele briefje’ – abusievelijk niet in mindering heeft gebracht op de bruto-opbrengst en dat daardoor het totale geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel hoger is uitgevallen dan door het hof is bedoeld.
Het bedrag aan kosten dataanvullend op de kosten uit het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, in aanmerking moet worden genomen komt dan dus neer op:(...)” [12]